“Omwisselen en meekoppelen zijn zo makkelijk nog niet.”

Door Ties Rijcken
U bent sinds 2005 dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. Sinds 2013 bent u portefeuillehouder waterveiligheid bij de Unie van Waterschappen. Wat houdt die rol precies in?
“Ik maak onderdeel uit van het uit 5 leden bestaande bestuur van de Unie en ben voorzitter van de Commissie Waterkeringen. In deze commissie wordt het beleid van de Unie op het terrein van hoogwaterbescherming bepaald. Er gebeurt heel veel op dit terrein. De Deltabeslissingen, de nieuwe normering en de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het hoogwaterbeschermingsprogramma.” 
Wat is in uw optiek momenteel de belangrijkste politieke en/of technische discussie met betrekking tot waterveiligheid en het Deltaprogramma?
“Dat is het starten van de uitvoeringsmaatregelen en het tegelijk respecteren dat de Deltabeslissingen een adaptief karakter hebben. Bij de uitvoering is dus  ruimte voor voortschrijdend inzicht. Ik gebruik bij de verdere voorbereidingen van de uitvoering graag  de woorden ‘omwisselen’ en ‘meekoppelen’. Omwisselen betekent dat een dijkversterking die nodig is kan worden omgewisseld voor een rivierverruiming of een andere ruimtelijke maatregel. Meekoppelen gaat over gebiedsontwikkeling combineren met in het hoogwaterbeschermingsprogramma geprogrammeerde dijkversterkingswerken. Voor beide zoeken we naar arrangementen om dit in een goed proces te gieten en manieren om het proces vanuit de inhoud te voeden.”
Betekent ‘omwisselen’ dat er budget van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) naar bijvoorbeeld rivierverruiming kan gaan? 
“Het is  zo dat uit het HWBP financiering kan plaatsvinden als met de alternatieve ruimtelijke maatregel een evenwaardig veiligheidsniveau zal worden gecreëerd. Wel moet hiervoor nog een wettelijke basis worden gevonden. Ook zal nog bedacht moeten worden hoe de effectiviteit en duurzaamheid van deze ruimtelijke maatregel wordt getoetst en geborgd.”

Ziet u het Rijnmond-plan van de zes ingenieurs onder leiding van Frank Spaargaren ook als omwisselen?
“Nee, dat is een systeemmaatregel die in het Deltaprogramma al onderzocht en meegewogen is en die vooralsnog in de Deltabeslissing Rijnmond-Drechtsteden gemotiveerd niet is meegenomen. Omwisselen vindt plaats meer plaats het lokale niveau en niet op het systeemniveau.”
“Ik vind het goed dat er in de breedte gedacht blijft worden, maar we moeten wel het  zorgvuldig en met veel draagvlak voorbereide voorkeurscenario Rijnmond-Drechtsteden respecteren. Het is een adaptief programma. Dat betekent dat de strategie waartoe nu is besloten op onderdelen aan de hand van zich wijzigende omstandigheden kan worden aangepast. Overigens vind ik dat de betrokken ingenieurs trots op mogen zijn op de uitkomst van  de deltabeslissingen. Er wordt immers geconstateerd dat de strategie en werken die de afgelopen decennia dankzij hun adviezen en werk zijn uitgevoerd goed blijken te functioneren. Voorlopig zijn grote nieuwe systeemmaatregelen  dus niet nodig. Voortgaan met de beproefde strategie is dus het devies.”
Nu het meekoppelen – wat zijn daar de uitdagingen?
“Meekoppelen moet gebeuren, maar is in de praktijk vaak lastig. Je moet drie agenda’s aan elkaar verbinden, inhoudelijk maar ook in de tijd. Bij veiligheid zit tenminste meer dan tien jaar tussen toetsing en uitvoering van een versterkingswerk, bij stedelijke herstructurering gelden vaak weer afwijkende termijnen, en de wensen van bewoners en belanghebbenden zijn meestal vooral gelegen in het hier en nu. We moeten instrumenten ontwikkelen om in programmering en planning meer flexibiliteit te krijgen, zodat het mogelijk wordt de drie agenda’s meer parallel te laten lopen. Alleen dan kan je werk met werk maken.” 
Er wordt beweerd dat het in de regio eigenlijk niet goed bekend is wat de lokale gevolgen van de nieuwe normen nou echt zullen zijn, ook al heeft men er mee ingestemd. Verwacht u veel lokale weerstand bij knelpunten, zoals nu bijvoorbeeld bij Werkendam? 
“De nieuwe normering die in de wet is vastgelegd is het product van een innovatieve wijze van het berekenen van risico’s en een toetsing daarvan in de regio. In die zin is de normering verantwoord tot stand gekomen. Men moet echter beseffen dat de norm geen doel op zich is maar een instrument om het niveau van waterveiligheid dat we hebben afgesproken daadwerkelijk te garanderen. Dat betekent dat de maatregelen die uit de normering voortkomen altijd landen in een lokale context. Dan pas wordt de abstracte norm concreet voor bewoners en belanghebbenden en is het tijd voor overleg over de maatschappelijk gezien beste uitvoering. Essentieel is dat er ruimte is voor dat overleg.”
Vanuit de onderzoekswereld en de wetenschap zullen de risicomodellen blijven verbeteren, en ook de communicatie-instrumenten om uit te leggen hoe het systeem werkt. Stel dat over een paar jaar, vanuit nieuwe inzichten in slachtofferrisico’s en economisch optimale normen, de norm bij zo’n knelpunt best omlaag zou kunnen. Zou u dan de discussie wel willen openen?
 “De nieuwe normering is op dit moment het beste wat we met elkaar hebben kunnen bedenken. Nederland loopt daarmee voorop in de wereld. Op basis van de nieuwe normering wordt tussen nu en 2050 de hoogwaterbescherming op het gewenst niveau gebracht en gehouden. Het is goed als het denken doorgaat, maar de normering zou aan kracht verliezen als die elke paar jaar wordt gewijzigd. Overigens is de in de wet komende normering een ‘signaalwaarde’. Het bij toetsing onder deze norm raken betekent niet dat er een acuut gevaar is, maar garandeert dat er een wettelijk voorgeschreven proces in gang wordt gezet dat er voor zorgt dat de uit de toetsing gebleken tekortkomingen of gebreken binnen een daarvoor verantwoord geachte termijn worden verholpen. Bij de toetsing zal dus door de deskundigen en de beheerder een herstelprognose worden gegeven die de mogelijkheid biedt om de dijk met de juiste middelen en op de juiste tijd op te knappen. Het toetsen op basis van de normering is dus niet louter een rekenkundige computerexercitie. Door het bij de toetsing blijven betrekken van het oordeel van deskundigen en beheerders wordt voor het maatschappelijk meest verantwoorde proces gekozen. Dit voorkomt dat acute dijkversterkingen over het hoofd worden gezien of niet-noodzakelijke dijkversterkingen ter hand worden genomen. De nieuwe normering is prima, maar we houden ons hoofd er bij!”