Omgevingswet aangenomen, Bestuursakkoord getekend

Het wetsvoorstel werd met een ruime meerderheid aangenomen. De wet zet een streep zet door complexe, langdurige en versnipperde regelgeving. Minder regels, meer kwaliteit voor de leefomgeving, een grotere keuzevrijheid voor ondernemers en kortere procedures. 
De Omgevingswet brengt zo’n 40 wetten samen. De waterschappen hebben dit initiatief van het kabinet steeds gesteund en de Unie van Waterschappen geeft dan ook aan tevreden te zijn dat dit wetsvoorstel binnen een jaar tijd door de Tweede Kamer is aanvaard. Een mijlpaal, want het betreft een van de grootste wetgevingsoperaties sinds de herziening van de Grondwet.

Omgevingsvergunning
De Unie van Waterschappen is blij dat de Omgevingswet voorziet in een omgevingsvergunning voor watergerelateerde activiteiten. Deze vergunning wordt afgegeven en vervolgens gehandhaafd door de waterbeheerder. In veel gevallen volstaat een melding.
Het beschikken over zelfstandige bevoegdheden, zowel onder normale als onder buitengewone omstandigheden zoals overstromingsgevaar, droogte en calamiteuze lozingen, is van fundamenteel belang. Zonder dergelijke bevoegdheden kunnen de waterbeheerders hun verantwoordelijkheden op het gebied van het waterbeheer niet waarmaken.

Amendementen
Tijdens de behandeling van de Omgevingswet werd een groot aantal amendementen ingediend. Zo’n 60 amendementen en 29 moties passeerden. De Vereniging van Waterbedrijven (VeWin) is tevreden dat het amendement van Albert de Vries (PvdA) en Stientje van Veldhoven (D66) dat aandrong op een betere bescherming van de drinkwatervoorziening is aangenomen. Overheden moeten nu bij het uitoefenen van taken en bevoegdheden rekening houden met het belang van duurzame bescherming van de openbare drinkwatervoorziening. 
Hiermee wordt invulling gegeven aan de wens van Vewin om de openbare drinkwatervoorziening als nationaal belang beter te beschermen. Om te zorgen voor een betere bescherming pleit Vewin al geruime tijd voor het aanpassen van de Omgevingswet.
In artikel 2.1 van de Omgevingswet is de manier waarop overheden hun taken en bevoegdheden kunnen uitoefenen omschreven. Overheden moeten bij het uitoefenen van taken en bevoegdheden rekening houden met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en de rechtstreeks daarbij betrokken belangen. Het artikel bevat een uitgebreide opsomming van diverse belangen. Het belang van de bescherming van drinkwatergebieden wordt hieraan toegevoegd.

De Tweede Kamer heeft eerder besloten dat de openbare drinkwatervoorziening als nationaal belang beter moet worden beschermd. Door de Omgevingswet te wijzigen is de bescherming van openbare drinkwatervoorziening wettelijk geregeld. 

Watertoets
Het amendement van de SP, om de watertoets op wetsniveau te regelen, kreeg onvoldoende steun. De waterschappen hadden eerder al bedongen dat op het niveau van een Algemene Maatregel van Bestuur in een watertoets wordt voorzien.
Ook het amendement van de ChristenUnie, dat voorzag in een verplicht gemeentelijk rioleringsprogramma (GRP), haalde de eindstreep niet. De waterschappen hadden eerder met het ministerie van IenM al afgesproken dat gedurende de looptijd van het Bestuursakkoord Water het GRP verplicht blijft.


Bestuursakkoord
Om de wet ook daadwerkelijk soepel in werking te laten treden in 2018 is het belangrijk dat er nu al wordt gestart met de implementatie. Het Rijk heeft samen met VNG, IPO en de Unie van Waterschappen al overeenstemming  bereikt over de inhoud en organisatie van de implementatie van de wet- en regelgeving. Deze afspraken zijn vastgelegd in een bestuursakkoord dat zij woensdag 1 juli met elkaar hebben ondertekend. Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu), Jan van Zanen (VNG), Peter Glas (Unie), Johan Remkes (IPO) zetten hun handtekening. 
Minister Schultz van Haegen: “Het succes van deze enorme stelselherziening zit in de uitvoering. Het ministerie is heel vroeg begonnen om samen met VNG, IPO en Unie van Waterschappen de implementatie voor te bereiden. Het is bijzonder om dit akkoord met elkaar te mogen tekenen op de dag dat de Omgevingswet is aangenomen in de Tweede Kamer”. 
“Met dit bestuursakkoord onderstrepen we als overheden het belang van gezamenlijke en vroegtijdige implementatie van de op handen zijnde Omgevingswet. Een wet die ook voor de waterschappen grote consequenties zal hebben”,  aldus Peter Glas, voorzitter van de Unie van Waterschappen.

Lagere overheden
Ook de vertegenwoordigers van provincies en gemeenten benadrukten het belang van een gezamenlijke inzet. “De invoering van de Omgevingswet is een enorme operatie die alleen kan slagen als we er als overheden gezamenlijk de schouders onder zetten. Met dit bestuursakkoord onderstrepen we dat we dat gaan doen. Het is goed dat er nu al afspraken liggen over hoe we gemeenten gaan voorbereiden op hun grotere rol in het fysieke domein en dat we het proces in stappen opknippen”, aldus VNG-voorzitter Jan van Zanen.
Johan Remkes, voorzitter van IPO: “Bij de totstandkoming van de Omgevingswet was een goede samenwerking tussen de verschillende overheden cruciaal. Deze hechte samenwerking zetten we voort nu rijk, provincies, gemeenten en waterschappen aan de slag gaan met de implementatie van de Wet. Een implementatie waar we bewust vroeg mee starten zodat in 2018 overheden, burgers en bedrijven maximaal profiteren van de vereenvoudiging van wetgeving binnen het fysieke domein. Dit bestuursakkoord biedt daarvoor een uitstekende basis.”

Huishoudboekje
De Omgevingswet biedt ruimte aan initiatieven van onderop, voorkomt onnodige proces- en onderzoekslasten en maakt maatwerk en innovatie mogelijk. De Omgevingswet zal hierdoor, ook in financiële zin, baten hebben voor de ‘BV Nederland’. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten en baten. Eerst moet een aanvullend onderzoek naar de financiële effecten van de stelselherziening de gevolgen voor het ‘huishoudboekje’ van gemeenten, provincies, waterschappen en Rijksoverheid scherper in beeld brengen.

Kosten
Er loopt samen met de koepels (VNG, IPO Unie van Waterschappen) een onderzoek naar de kosten. Dat onderzoek moet einde van het jaar afgerond zijn. In het bestuursakkoord is afgesproken dat op basis van het onderzoek afspraken worden gemaakt. Eerder onderzoek naar de wet wijst erop dat het totaal aan baten beduidend hoger gaat uitvallen dan het totaal aan kosten. Er komt ook nog een onderzoek bij de algemene maatregelen van bestuur. De verwachting is dat de baten die daaruit vloeien nog hoger zijn dan bij de wet.