OESO: ‘Excellence moet niet leiden tot zelfgenoegzaamheid’

De OESO is met name getroffen door het gebrek aan waterbewustzijn van de Nederlandse burger. Nederlanders nemen het waterbeheer voor lief en zij weten niet wie er verantwoordelijk zijn voor de waterveiligheid en wat ze moeten doen als het onverhoopt toch mis mocht gaan. Minister Schultz erkent de problematiek en kondigt aan dat er binnenkort regionale campagnes starten waarin wordt geprobeerd om de betrokkenheid en zelfredzaamheid van de Nederlanders te vergroten. Schultz: “We zullen laten zien wat er elke dag aan werk wordt verzet, wat er nodig is in de toekomst en wat mensen zelf kunnen doen.”
Risico’s Nederlandse watersector
Volgens de OESO zijn er verschillende scenario’s waardoor de toekomstige prestaties van de Nederlandse watersector onder druk komen te staan. De magere waterkwaliteit en de veerkracht van de zoetwater ecosystemen baart de OESO zorgen. Ook wordt in het rapport gewaarschuwd voor de gevolgen van decentralisatie en schaalvergroting van waterdiensten. ‘Hierdoor neemt het risico op ongelijksoortige informatie en monopolistisch gedrag toe’, is in het rapport te lezen. 
Financiering onder de loep
Daarnaast ontbreken financiële prikkels om ‘te veel’, ‘te weinig’ en ‘te vervuild’ water  efficiënt te beheren. Het principe ‘de vervuiler en de gebruiker betaalt’ zou verder moeten worden doorgevoerd. Er wordt bijvoorbeeld nog steeds in gebieden waar het risico op overstromingen groot is, gebouwd. Volgens de OESO is het vreemd dat de kosten voor de waterveiligheid in die gebieden voor rekening komen van de waterschappen en uit algemene middelen worden betaald. Ook wordt gesignaleerd dat er in Nederland sprake is van groei- en krimpregio’s. Die ontwikkeling zou in de toekomst kunnen leiden tot scheefgroei in het waterbeheer. In een brief aan de Tweede Kamer laat minister Schultz vandaag weten dat zij de financiering van het waterbeheer nader wil gaan onderzoeken. De minister onderschrijft het principe van de vervuiler/ gebruiker betaalt en pleit er voor om de bekostiging zoveel mogelijk decentraal weg te leggen. 
Europese regels
In het rapport wordt er tevens op gewezen dat het Nederlands waterbeleid vaak niet overeenkomt met Europese regelgeving. De nadruk ligt in Europa meer op waterkwaliteit en ecosystemen, terwijl in Nederland waterveiligheid de boventoon voert. Een goed voorbeeld daarvan is de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De Nederlandse waterkwaliteit voldoet niet aan de normen en maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren worden te langzaam uitgevoerd. Schultz laat aan de Tweede Kamer weten dat Nederland er minder slecht voor staat dan soms wordt beweerd. Door de methode ‘one-out-all-out’ lijkt de waterkwaliteit er slechter voor te staan dan werkelijk het geval is, aldus de minister.
Afvalwaterketen
In het rapport pleit de OESO tevens om te zorgen voor meer transparantie over de kosten en de prestaties van het waterbeheer. Bijvoorbeeld door een onafhankelijke partij aan te stellen. Minister Schultz gaat samen met de partners van het Bestuursakkoord Water kijken hoe aan die vraag kan worden beantwoord. Schultz denkt aan een verbreding van de rapportage ‘Water in Beeld’. Zij beaamt het nut van een tijdelijke, onafhankelijke commissie, zoals de visitatiecommissie. UVW-voorzitter Peter Glas laat weten dat hij zich niet kan vinden in het pleidooi voor een onafhankelijke toezichthouder. “Als er aan een ding in Nederland geen gebrek is, dan is het aan toezicht”, stelt Glas. 
Een andere OESO-aanbeveling betreft de organisatie van de afvalwaterketen. Waterschappen zijn vooral gespecialiseerd in waterveiligheid en minder toegesneden op de zuivering van afvalwater. De OESO adviseert de visitatiecommissie om er voor te zorgen dat alle mogelijkheden voor optimaal afvalwaterbeheer goed worden onderzocht. Zeker omdat er de komende jaren grote investeringen vereist zijn om de verouderde riolering te vervangen. 
Werkwijze
Het onderzoek van de OESO is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de Unie van Waterschappen. De studie heeft een jaar geduurd en kostte in totaal 350.000 euro. Gedurende het onderzoek kwamen internationale experts voor een rondleiding naar Nederland en zij gingen in gesprek met Nederlandse waterprofessionals (policy dialogue). De rapportage biedt een frisse blik op ons waterbeleid en biedt handvatten voor de toekomst.