NWO en KWR starten onderzoek Schaliegas en Water

Tekst Jeroen Bezem

Het ministerie van Economische Zaken is momenteel bezig met het opstellen van een Structuurvisie schaliegas, die moet aangeven of, en zo ja in welke gebieden eventuele opsporing en winning van schaliegas kunnen plaatsvinden, met zo min mogelijk overlast voor natuur, mens en milieu. Tot die visie klaar is, geldt er een moratorium op (proef)boringen naar schaliegas.
Minister Kamp zal moeten praten als Brugman om het parlement te overtuigen van de noodzaak van proefboringen. Tien provincies en 223 gemeenten hebben zichzelf inmiddels schaliegasvrij verklaard en het IPO, de VNG, de UvW en de Vewin hebben hun zorgen kenbaar gemaakt. Er is dus een gerede kans dat de Tweede Kamer komend najaar besluit dat er niet geboord mag worden.

Verspilde moeite
“Ik begrijp het gevoel dat dit programma dan verspilde moeite zal zijn, maar dat is niet terecht”, zegt KWR-onderzoeker Gijsbert Cirkel. “Of Nederland nu wel of geen boringen toestaat, de ontwikkelingen gaan verder. En als je internationaal wilt blijven meepraten, moet je voldoende geïnformeerd zijn. Daarvoor is onderzoek nodig. We richten ons in het onderzoeksprogramma weliswaar op de Nederlandse omstandigheden, maar de resultaten zijn straks ook elders bruikbaar.”
Cirkel wijst erop dat processen zoals dit onderzoeksprogramma relatief traag verlopen in vergelijking met politieke en economische ontwikkelingen, maar dat er veel behoefte is aan kennis over de milieurisico’s voor het watersysteem bij de productie van schaliegas. “In de Verenigde Staten zijn ze gewoon begonnen met schaliegaswinning en doen ze nu pas onderzoek naar de gevolgen. Die fout moeten we hier niet maken.”

Experimenteel onderzoek
Hij wordt bijgevallen door prof. dr. Annemarie van Wezel, onderzoeker bij KWR en hoogleraar Waterkwaliteit en Gezondheid aan de Universiteit van Utrecht. “In de Verenigde Staten hebben ze geen gegevens van de nulsituatie. Die hebben wij hier straks wel. Ons onderzoek gaat ook veel verder dan de literatuuronderzoeken waarop het ministerie van EZ momenteel de structuurvisie baseert. Wij gaan experimenteel onderzoek doen en daadwerkelijk meten aan monsters. Dat zijn dan monsters uit bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Duitsland, maar mochten er tijdens ons onderzoek ook in Nederland proefboringen worden toegestaan, dan gaan we natuurlijk ook daaraan meten.”

Diepe ondergrond
“Ons programma richt zich nadrukkelijk op water, in de relatie met schaliegas, maar een bijkomend resultaat is dat we ook veel meer te weten komen over de gehele Nederlandse ondergrond”, aldus Van Wezel. Cirkel beaamt dat: “De kennis van de diepe ondergrond, zoals die er is bij mijnbouwbedrijven, en de kennis van de grondwaterlagen, het terrein van de drinkwaterbedrijven, dat zijn twee gescheiden werelden. Ik heb in het verleden voor drinkwaterbedrijf Brabant Water onderzoek gedaan naar de risico’s van afgedichte olie- en gasputten in Noord Brabant. Daarvan zijn sommige meer dan tachtig jaar oud en bij de drinkwaterbedrijven ontbrak kennis over hoe en hoe goed deze putten zijn afgedicht. Het actuele risico lijkt beperkt, maar dat kan veranderen bij veranderingen in het gebruik van de diepe ondergrond, zoals bij schaliegaswinning.

Vier onderdelen
Het onderzoeksprogramma is een samenwerking van verschillende publieke partners: NWO, KWR, Universiteit Utrecht, Wageningen University, Universiteit van Amsterdam en de waterbedrijven Brabant Water, Oasen en WML. Het programma bestaat uit vier hoofdonderdelen. Het watergebruik (bij de winning) en de geochemische kwetsbaarheid van de grondwaterbronnen worden onderzocht onder leiding van prof. dr. Jasper Griffioen (Universiteit Utrecht, TNO Geological Survey, Deltares) en prof. dr. Majid Hassanizadeh (Universiteit Utrecht, Deltares). Annemarie van Wezel leidt samen met prof. dr. Pim de Voogt (Universiteit van Amsterdam, KWR) het onderzoek dat zich gaat bezighouden met de kwaliteit van vrijkomend water na het fracken en de bijbehorende risicobeoordeling. Een derde onderdeel, onder leiding van prof. dr. Huub Rijnaarts (Wageningen University) en dr. Roberta Hofman-Caris (KWR) onderzoekt de behandeling van vrijkomend water. En het vierde onderzoeksgebied is de juridische context: regulering en governance. Dat staat onder leiding van prof. mr. Marleen van Rijswick (Universiteit Utrecht) en prof. dr. Kees van Leeuwen (KWR en Universiteit Utrecht).

Actuele discussie
“We zijn nu voor alle programmaonderdelen druk bezig met het selecteren van aio’s en postdocs”, zegt Van Wezel. Het zal vervolgens niet vier jaar lang stil blijven, verzekert ze: “Zodra we resultaten hebben, zullen we die presenteren. Allereerst in de vorm van wetenschappelijke publicaties, maar we zullen die vervolgens vertalen in hapklare brokken voor bestuurders en volksvertegenwoordigers. De discussie over schaliegas en het gebruik van de ondergrond zal de komende jaren immers actueel blijven.”


Gijsbert Cirkel en Annemarie van Wezel  >foto’s KWR Watercylce Research Institute

Lees ook het uitgebreide artikel van Jeroen Bezem in het vorige Waterforum Magazine.