NVWA controleert varkensvoer op koper

Een bepaalde hoeveelheid koper en zink in de varkensvoeding levert een bijdrage aan een 
goede prestatie en gezondheid van de varkens. Verder worden koper en zink ook als groeibevorderaar gebruikt. Uit het voer wordt een kleine hoeveelheid koper en zink opgenomen in het bloed. Het overgrote deel, zo’n negentig procent van koper en zink dat via het voer wordt opgenomen, verlaat het lichaam via feces en urine (mest). Deze mest wordt gebruikt voor bemesting van het land. Dierlijke mest (met koper en zink) is een belangrijke bron voor bodem-/grondwaterbelasting. 

Wettelijke normen
Het gebruik van koper in diervoeder is aan wettelijke normen gebonden. Voer voor varkens van 12 weken en ouder mag maximaal 25 mg/kg koper bevatten. Alleen voor biggen jonger dan 12 weken is diervoeder met een hoger kopergehalte toegestaan. 
Het gebruik van diervoeder met te veel koper heeft negatieve gevolgen voor het milieu, omdat het teveel aan koper in de mest komt en daarmee in de bodem en het oppervlaktewater. 

Boete
Veehouders die zich niet aan de wettelijk toegestane norm houden zijn strafbaar. Als dit aan het licht komt bij een inspectie, legt de NVWA een boete van € 5.000 op.
De NVWA heeft alle reden te gaan controleren op het kopergehalte in varkensvoer. In 2013 heeft de NVWA een signaleringsonderzoek uitgevoerd in de vleesvarkenshouderij. Uit dit onderzoek bleek dat ruim een derde van de bedrijven varkensvoeder met te hoog koper voert aan varkens van 12 weken en ouder. Bij nieuw onderzoek in 2014 bleek opnieuw dat op 33 procent van de vleesvarkensbedrijven een dierevoeder werd verstrekt met een te hoog gehalte aan koper. Op de meeste bedrijven betrof het een overschrijding van drie tot vijf maal de toegestane dosering.