Nieuwe balenpers: van afval tot meststof

Waterschap Aa en Maas stimuleert sinds dit jaar het gebruik van de balenpers voor de verwerking van slootmaaisel. De machine perst het natte maaisel dat vrijkomt bij slootonderhoud tot handzame balen, die de agrariër weer kan gebruiken als meststof op zijn land.

Natte vegetatie verwerken tot baal

De slootvuilpers, zoals hij officieel heet, werd 1,5 jaar geleden in opdracht van het waterschap ontwikkeld door Gebr. Tolenaars uit Nieuwendijk. John van Berne, adviseur watersysteem bij Aa en Maas is enthousiast. “We wilden het schonen van watergangen combineren met persen. Een balenpers voor droog gemaaid gras bestond natuurlijk al veel langer. Maar wat deze machine zo uniek maakt is dat hij de natte, slappe vegetatie samengeperst tot een baal. Voor veel grondeigenaren is het gemakkelijker om een baal te verwerken dan een ril (rij met maaisel). Met een baal til je namelijk in één keer 1.000 kg aan nat maaisel op met de voorlader. Bij een ril moet je steeds opnieuw grijpen om kleine hoeveelheden maaisel op te pakken. En doordat de natte vegetatie samengeperst wordt, versnelt ook het composteerproces. Na enige tijd drogen op een verzamelplaats voor oogstresten kun je de baal/compost uitrijden over het land. En zo maak je van afval weer een meststof.”

(Niet) inzetten van balenpers

De balenpers kan niet altijd worden ingezet. Zo bevindt zich op een aantal plaatsen in het beheersgebied van Aa en Maas nog te veel steenpuin in de grond. Dat werd vroeger toegepast om de taluds te verstevigen. Sinds kort kunnen grondeigenaren de balenpers wél inzetten wanneer de bodem erg nat is. In geval van zeer natte omstandigheden kunnen de wielen onder de balenpers worden vervangen door rupsbanden. “We verwachten de pers in zeker 40-50% van de 2.800 kilometer watergang die gemaaid moet worden in te kunnen zetten”, licht John van Berne toe. “En dat is toch weer 1100-1400 kilometer! Het inzetten van een balenpers is op basis van een proef die maximaal 7 jaar duurt.”

Eerlijke verdeling
In Oost-Brabant wonen zo’n 50.000 mensen aan een brede sloot of beek. Het waterschap hecht er veel belang aan dat de lasten die gepaard gaan met het onderhoud eerlijk worden verdeeld. Chantal Savelkouls, gebiedsbeheerder Aa en Maas: “In principe moet de aannemer aan beide kanten van het water kunnen rijden en het maaisel neer kunnen leggen. Dat is wel zo eerlijk. Maar als grondeigenaren er samen uitkomen mogen ze zelf bepalen aan welke zijde de aannemer rijdt, aan welke kant hij het maaisel neerlegt en hoe ze het maaisel willen ontvangen: in een ril, met de balenpers of op een hoop op de hoek van het perceel.”

Corona: (tijdelijk) geen besluitvormingsbijeenkomsten

Komen grondeigenaren er samen niet uit, dan kan het waterschap daarin een begeleidende rol spelen. Tot vijf weken geleden organiseerde Aa en Maas besluitvormingsbijeenkomsten. Door de maatregelen, als gevolg van het heersende coronavirus, zijn die bijeenkomsten (tijdelijk) niet mogelijk. Ze worden uitgesteld tot na de zomerperiode. “Zorg dat je er dan bij bent. We willen graag tot een oplossing komen die voor iedereen werkt. Maar dat kan alleen wanneer een grondeigenaar met ons in gesprek gaat”, benadrukt Savelkouls, “dan bepaal je mee. Jouw idee kan voor jou heel groots zijn, en voor ons een kleine moeite. We denken graag met je mee”.