Nieuw onderzoekscentrum poreuze materialen

Bij de krachtenbundeling zijn in totaal twintig onderzoeksgroepen betrokken, twaalf van de TU/e en acht van de UU. De universiteiten gaan investeren in gezamenlijk onderzoek, halen de banden aan door over en weer hoogleraren van elkaar in deeltijd aan te stellen, en geven studenten toegang tot elkaars onderwijs. 

Onderzoekslaboratoria
De twee universiteiten hebben beide unieke onderzoekslaboratoria. Zo is er in Utrecht het Hoge Druk en Temperatuurlaboratorium, waar de omstandigheden diep in de aarde kunnen worden nagebootst. In Eindhoven is er een laboratorium met geavanceerde MRI- en CT-scanners waarmee de structuur en de vochttransport in poreuze materialen bestudeerd kunnen worden. 


Foto Bart van Overbeeke


Duurzame energievoorziening
Het onderzoek binnen het Darcy Center zal drie gebieden beslaan: materialen, transport en opslag. Binnen materialen richt de onderzoekers zich op de structuur van poreuze materialen, en veranderingen daarin. Vooral breukvormingsprocessen moeten door de bundeling van de experimentele en numerieke expertise beter te voorspellen worden. Binnen transport gaan de wetenschappers zoeken naar wiskundige modellen om het transport van vloeistoffen in poreuze materialen te beschrijven en te kunnen voorspellen. 
De Eindhovense en Utrechtse onderzoekers  gaan onder meer werken aan een zogenaamde ‘warmtebatterij’, een goedkope en omkeerbare opslag van energie waar geen energie uit weg kan lekken. 

Darcy
Het nieuwe onderzoekscentrum heeft voluit het Darcy Center for Porous Media Science and Technology. Het is genoemd naar Henry Darcy (1803-1858), de Franse ingenieur die de basis legde voor de wetenschap op gebied van poreuze materialen. Hij is onder meer bekend van de Wet van Darcy, die de stroming van grondwater beschrijft. 

</strong>

foto Bart van Overbeeke