Decentrale afvalwaterzuivering biedt oplossing voor lokale watertekorten in Limburg

In het decentrale afvalwaterzuiveringsconcept wordt uit een bestaande riolering dagelijks enkele honderden kubieke meters afvalwater afgetapt. Een kleinschalige Nereda-installatie zuivert het water vervolgens tot het schoon genoeg is voor gebruik in de landbouw of als aanvulling op het grondwater (illustratie: Royal HaskoningDHV).

Royal HaskoningDHV introduceert samen met machinebouwer SBE uit Eijsden een decentraal afvalwaterzuiveringsconcept om het watertekort tegen te gaan. Uit een bestaande riolering wordt dagelijks enkele honderden kubieke meters afvalwater afgetapt. Een kleinschalige Nereda-installatie zuivert het water tot het schoon genoeg is voor gebruik in de landbouw of als aanvulling op het grondwater. Waterschapsbedrijf Limburg is mogelijk de ‘launching customer’.

Door de toenemende periodes van droogte is er steeds meer aandacht voor het hergebruik van gezuiverd afvalwater. In andere landen, zoals bijvoorbeeld rond de Middellandse Zee of in het Amerikaanse Californië, kiezen agrariërs er al jaren bewust voor om hun gewassen met gezuiverd rwzi-effluent te irrigeren. Daar is immers geen alternatief.

Vooralsnog is er in Nederland genoeg zoet water beschikbaar. Dé uitdaging is om het langer vast te houden. Ook kunnen agrariërs het zich in droge periodes nog veroorloven om zoet water per schip of vrachtwagen aan te voeren. Hiervan waren in de afgelopen droge periodes genoeg voorbeelden te zien in, onder meer in Zeeland.

Urgentie neemt toe

Het gezuiverde afvalwater in Nederland komt vooralsnog grotendeels via de rivieren terecht in de Noordzee. Hoewel ook hier via initiatieven als de Waterfabriek naar mogelijkheden voor hergebruik wordt gezocht, bestaat er vooralsnog koudwatervrees bij de inzet van rwzi-effluent voor landbouw, industrie en drinkwater. Dat bleek 31 oktober vorig jaar nog eens tijdens het symposium Waterfabriek De nieuwe bron in Blue City in Rotterdam.

Toch neemt de urgentie om deze bron serieus als aanvullend alternatief te bekijken alleen maar toe. Ook bij Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) dat in de afgelopen zomer nog met een piek in het waterverbruik had te maken.
“Door de gevolgen van de klimaatverandering zijn er steeds vaker langere periodes van droogte in ons gebied”, stelt Guus Pelzer, directeur van WBL. “Als producent van gezuiverd water zien wij kansen voor de inzet van het gezuiverde water voor lokale droogtebestrijding.”
Daarom werkt WBL samen met Royal HaskoningDHV en machinebouwer SBE uit Eijsden aan de introductie van het decentrale zuiveringsconcept in Limburg.

Besparing aanleg transportriolen

De ruim 31 gemeentes in de provincie zijn nu middels grote en kostbare transportriolen met elkaar verbonden. De zuivering van het afvalwater vindt in 17 centrale rwzi’s plaats. Gezamenlijk zuiveren ze circa 150 miljoen m³ afvalwater per jaar. “Nu zouden wij ervoor kiezen om kleinere en decentrale zuiveringsinstallaties te plaatsen. Zo kunnen we het gezuiverde water ter plekke behouden en inzetten als bron voor de landbouw of de industrie. Bovendien besparen we zo fors op de aanleg van nieuwe, gemeentelijke transportriolen. Een kilometer riolering kost namelijk een miljoen euro”, aldus Pelzer. Een belangrijk aandachtspunt bij de praktische invulling van het decentraal afvalwaterzuiveringsconcept is hoe het gezuiverde afvalwater uiteindelijk bij de agrariërs terechtkomt.

Water ‘tot aan de deur’

“Het huidige concept biedt mogelijkheden om ongeveer vijf boerenbedrijven uit één kleine Nereda package unit van water te voorzien ”, zegt Sjoerd Kerstens, Leading Professional – Wastewater Technology and Resource Recovery – bij Royal HaskoningDHV. “Samen met WBL, agrariërs en de provincie moeten we de locatie van de zuivering, evenals de levering van het gezuiverde water zorgvuldig bekijken. De intentie is om water ‘tot aan de deur’ aan de agrariër te leveren. Die bepaalt zelf, net zoals nu gebeurt, op welke manier hij dan vervolgens zijn gewassen op zijn land irrigeert.”

Maar willen de agrariërs het gezuiverde water wel gebruiken? En wie betaalt voor het transport van de rwzi naar de akker? Als er een overschot aan gezuiverd water de ondergrond ingaat, is het dan terecht dat de agrariërs hiervoor – mogelijk- betalen, terwijl het een maatschappelijke bate is dat het grondwater wordt aangevuld? En hoe garandeer je een goede en constante kwaliteit van het gezuiverde afvalwater? Afnemers willen immers geen sporen van medicijnresten in de spruitjes tegenkomen.

Kwaliteit essentieel

“Een goede kwaliteit van het gezuiverd afvalwater is inderdaad cruciaal”, benadrukt Kerstens. “Daarom hebben we de door ons voorgestelde decentrale zuivering ook standaard uitgerust met een filter, zodat we een betere kwaliteit effluent produceren dan een conventionele zuivering. Dat gebeurt al op tientallen zuiveringen in Nederland en daarbuiten en is voorzien in het concept.”
Deze drietrapszuivering is desgewenst nog eenvoudig uit te breiden met een vierde zuiveringsstap om ook microverontreinigingen te verwijderen. “Die vierde trap passen we in Nederland nog nauwelijks toe. In onze Zwitserse en Duitse Nereda-projecten passen we dit wel al toe.”

Financiële en organisatorische aspecten

Het is nog niet duidelijk wie de kleinschalige Nereda-installatie in Limburg gaat neerzetten en beheren. Pelzer verwacht dat het dagelijks bestuur binnenkort over de investering beslist. Kerstens wil het concept graag met WBL in de praktijk testen. “De tweede stap is het verder invullen van de financiële en organisatorische aspecten. Uiteraard zullen wij alle relevante Europese en Nederlandse wet- en regelgeving bij dit proces volgen.”

Pelzer is in ieder geval enthousiast. “Als partners in de waterketen moeten wij toekomstgerichter gaan denken. WBL produceert 24 uur per dag gezuiverd water. Dat is door de toenemende droogte van een steeds groter economisch belang voor agrariërs en bedrijven. Bovendien kan de Nereda-installatie water van verschillende kwaliteiten leveren. We kunnen het zelfs opwerken tot drinkwater. Dat is voor nu wellicht nog een stap te ver. Maar in Nieuw-Zeeland en Australië is het al heel normaal.”