De nieuwe norm zorgt volgens NEN voor een betere vergelijking tussen de analyseresultaten van verschillende laboratoria in diverse landen (foto:Pixabay).

NEN publiceerde 12 maart op de site de eerste internationale ISO-norm voor het meten van medicijnen, -resten en -afbraakproducten in drink-, oppervlakte- en gezuiverd afvalwater. De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer staat er positief tegenover, maar mist een aantal zaken om goed het verwijderingsrendement van nieuwe zuiveringstechnologieën bij rwzi’s te bepalen.

De nieuwe norm voorziet volgens Marina Maroulakis, consultant Environment & Society bij NEN en secretaris van de normcommissie Organische parameters, in een grote behoefte. Zo neemt door de vergrijzing het gebruik van medicijnen de komende jaren alleen maar toe. De huidige rioolwaterzuiveringen houden de medicijnen en de resten ervan maar voor een deel tegen. Hierdoor belandt volgens het RIVM jaarlijks minstens 140.000 kilo aan medicijnresten in het oppervlaktewater.

Internationale norm
NEN-ISO 21676 is één van de eerste internationale normen om de aanwezigheid van deze stoffen in drink-, oppervlakte- en gezuiverd afvalwater te meten. “Zo krijg je niet alleen een beter beeld om hoeveel en welke medicijnresten het nu precies gaat”, licht Maroulakis toe. “Ook kun je zo de kwaliteit van het water voor en na de zuiveringsbehandeling beter bepalen.” De waterschappen voeren momenteel immers verschillende proefprojecten met technologieën, zoals ozon en UV/waterstofperoxide, uit om te voorkomen dat de medicijnresten in het oppervlaktewater terechtkomen. Deze projecten vormen een belangrijk onderdeel van de Ketenaanpak Medicijnresten uit water waarin de overheid, waterbeheerders, zorg, drinkwaterbedrijven en andere betrokken partijen nauw samen werken aan een heel scala van deeloplossingen.

Brede screening mogelijk
De norm is zo opgesteld dat via diverse technieken een inventarisatie van medicijnen, -resten en -afbraakproducten mogelijk is. Daarom is de norm niet beperkt tot een vaste lijst te identificeren stoffen, maar kunnen gebruikers via de norm ook andere medicijnen, -resten en afbraakproducten met dezelfde kenmerken analyseren.
De nieuwe norm zorgt verder voor een betere vergelijking tussen de analyseresultaten van verschillende laboratoria in diverse landen. Maroulakis hoopt dat zoveel mogelijk partijen met de nieuwe norm aan de slag gaan. “NEN is benieuwd naar hun ervaringen. Ook ontvangen wij graag feedback. De input gebruiken wij voor de herziening die binnen drie tot vijf jaar op de rol staat.”

Monstername
STOWA staat positief tegenover de norm, laat onderzoekscoördinator Bert Palsma weten. Ook neemt het kenniscentrum van de Nederlandse waterschappen de norm mee in het traject dat het met het ministerie van I&W en een aantal laboratoria (in ILOW-verband Integraal Laboratorium Overleg Waterkwaliteitsbeheerders) uitvoert om onder meer het verwijderingsrendement van nieuwe zuiveringstechnieken in rwzi’s aan te tonen.
Tegelijkertijd mist STOWA een aantal zaken in de nieuwe norm om goed het verwijderingsrendement van restanten van geneesmiddelen voor nieuwe zuiveringstechnologieën bij rwzi’s te bepalen. Volgens Palsma gaat het hier met name om de wijze van monstername en monstervoorbehandeling. “Ga je bijvoorbeeld wel of niet filtreren? En hoe lang kun je een monster bewaren? Dat is van belang om het verwijderingsrendement betrouwbaar te kunnen bepalen”, licht de onderzoekscoördinator toe. Daarnaast voorziet de norm niet in het meten van micro’s in ruw afvalwater van rwzi’s. Dat gaat volgens hem in schoon drinkwater en in effluent een stuk eenvoudiger dan in ruw afvalwater.

Lees hier het persbericht