neerslagstatistieken
Foto: Waterschap Limburg (Twitter).

Uit de neerslagstatistieken die in opdracht van de STOWA zijn opgesteld door KNMI en HKV Lijn in water, blijkt dat de neerslaghoeveelheden die Zuid-Limburg in twee dagen kreeg te verwerken, zeer uitzonderlijk zijn en een herhalingstijd hebben van ongeveer 1000 jaar. Maar gezien de klimaatscenario’s van het KNMI, wordt dat in de toekomst 100 jaar.

In 2019 hebben het KNMI en HKV in opdracht van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) alle statistische kennis over extreme neerslag geactualiseerd, aangevuld, gecompleteerd en verwerkt in een aantal ‘neerslagproducten’. Waterbeheerders, provincies, gemeenten en andere partijen kunnen met deze producten overal in Nederland zien hoe groot de kans is op extreme neerslaghoeveelheden en wat die hoeveelheden zijn. Ze kunnen berekenen hoe gevoelig een specifieke plaats of gebied is voor wateroverlast – nu en in de toekomst – en ze kunnen het effect van wateroverlastbeperkende maatregelen doorrekenen.

Volgende actualisatie in 2023
“Met deze nieuwe neerslagproducten kunnen waterbeheerders aan de slag om hun watersystemen te analyseren op wateroverlast en aan het werk om deze klimaatbestendig in te richten”, schreef STOWA-directeur Joost Buntsma in 2019 in de inleiding van het rapport. “De volgende actualisatie van de neerslagproducten zal plaatsvinden bij de oplevering van de nieuwe KNMI-klimaatscenario’s. Deze scenario’s worden in 2023 verwacht.”
Tekst loopt door onder de tabel

Neerslaghoeveelheid (afgerond op hele mm) bij verschillende herhalingstijden en voor neerslagduren van 10 minuten tot en met 8 dagen. Vanaf T = 10 jaar is de 95% betrouwbaarheidsrange gegeven (bron: STOWA 2019-19).

Hoe extreem was het?
De enorme hoeveelheden regen die half juli vielen in Zuid-Limburg (en België en Duitsland), geven een mooie gelegenheid om aan de hand van de STOWA-neerslagstatistieken te bekijken hoe extreem deze neerslag was. Op twee KNMI-stations in Zuid-Limburg ten oosten van Valkenburg viel in twee dagen tijd (dinsdag 13 juli en woensdag 14 juli) meer dan 150 millimeter. Het gaat om neerslagstation Schaesberg, waar 158 mm viel, en station Ubachsberg, waar 182 mm viel. Zeven neerslagstations in Zuid-Limburg noteerden in diezelfde twee dagen meer dan 100 mm. In het Zuid-Limburgse heuvelland is eerder (vanaf 1951) op een KNMI-station nooit meer dan 120 mm neerslag genoteerd in twee dagen.

Lokaal of niet?
De extreme neerslag was zeker niet lokaal, zo blijkt uit de bijna gelijktijdige hoogwaters op de Maas (extreme neerslag voornamelijk afkomstig uit de Belgische Ardennen) en de Roer (afkomstig uit Duitsland). Maar ook zonder het water dat werd aangevoerd door Maas en Roer hadden de Zuid-Limburgse waterbeheerders hun handen meer dan vol. Als we inzoomen op de grootte van het gebied met extreme neerslag in Zuid-Limburg tot de grenzen met België en Duitsland, dan geeft dat volgens de neerslagstatistieken een kans van optreden van ongeveer eens per 1000 jaar. Specifiek betreft het hier de zeven Nederlandse meetstations met meer dan 100 mm, corresponderend met een gemiddelde hoeveelheid van ongeveer 140 mm in een gebied van ongeveer 25 x 25 km2.

Neemt de kans toe?
Het KNMI meet de neerslag sinds het begin van de vorige eeuw systematisch. Daaruit komt naar voren dat de neerslag gemiddeld toeneemt. De kans op extreme neerslag is sinds het begin van de metingen al ongeveer twee keer zo groot geworden. De oorzaak ligt in de klimaatverandering. Door de toename van de temperatuur kan de lucht meer vocht bevatten en kan het dus ook harder regenen. Van extreme neerslag spreken we in Nederland overigens als er meer dan 50 mm neerslag valt in een uur of meer dan 100 mm in 24 uur. Uit de klimaatscenario’s van het KNMI blijkt dat de kans op dit soort neerslaggebeurtenissen in de toekomst nog verder kan toenemen, richting 2100 wel met een factor 5 tot 10, ofwel: ze kunnen tot 10 keer zo vaak voorkomen als nu. Dat betekent dat het soort neerslaggebeurtenissen zoals half juli in Zuid- Limburg plaatsvond, eens per 100 jaar kan optreden. Het is aannemelijk dat de neerslagstatistieken zullen moeten worden bijgewerkt.
Tekst loopt door onder de grafiek

De basisstatistiek gepresenteerd als regenduurlijnen voor 7 herhalingstijden voor neerslagduren van 10 minuten tot en met 10 dagen (bron: STOWA 2019-19).

Internationale attributiestudie
Het KNMI gaat overigens onderzoeken wat het verband is tussen klimaatverandering en deze hevige regenval en overstromingen. Het doet deze zogeheten ‘attributiestudie’ samen met een internationaal team van wetenschappers van World Weather Attribution (WWA), aangevuld met andere experts. De Duitse weerdienst neemt het voortouw en de Belgische en Britse weerdiensten zijn ook betrokken. Het WWA-consortium staat onder leiding van het Geert Jan van Oldenborgh (KNMI) en Friederike Otto (Universiteit van Oxford). Andere WWA-leden die aan de studie meewerken zijn verbonden aan het Franse Institut Pierre Simon Laplace (IPSL) en de universiteiten van Zürich en Princeton. Verder werken experts op het gebied van extreme regenval van de universiteit van Newcastle mee en de vertaling van regen naar overstromingen wordt gedaan door hydrologen van de Universiteit Utrecht en het International Centre for Theoretical Physics (ICTP) in het Italiaanse Trieste. De resultaten van de attributiestudie worden half augustus verwacht.