Nederlandse watersector is corruptieblind over de grens

Waterforum publiceerde al eerder over het omvangrijke rapport WIGO van het Water Integrity Network (WIN) over wereldwijde corruptie in de watersector. Daarin valt te lezen dat tenminste tien procent van alle investeringen in de watersector verdwijnt door corruptie. Klokkenluiders worden blootgesteld aan geweld en intimidatie.

Blinde vlek
“De notie dat integriteit een noodzakelijk element is van goed watermanagement, ontbreekt helaas nog in veel programma’s”, stelde Frank van der Valk, directeur van het WIN bij de Nederlandse lancering van het rapport. In het rapport wordt uiteengezet tot welke financiële schade dat leidt, maar vooral ook hoe de meest kwetsbaren van de wereld daardoor worden getroffen.
Veel organisaties of programma’s lijken een blinde vlek te hebben voor corruptie, aldus de WIN-directeur. “Zoals we spreken van genderblindheid zouden we ook kunnen spreken van corruptieblindheid. We zien het niet, of we willen het niet zien.”
Uiteindelijk worden er daardoor onvoldoende maatregelen genomen om corruptie tegen te gaan. Met het rapport wil het WIN dat bewustzijn aanwakkeren.


WIN-directeur Frank van der Valk  > foto Waterforum

Call to action
Van der Valk pleitte ervoor dat alle stakeholders bij waterprojecten kritisch naar mogelijke corruptie kijken. “Er wordt veel geld besteed aan grote programma’s zonder dat het onderliggende systeem solide is. Het eerste geld kun je beter steken in het bouwen van goede onderliggende systemen dan in het bouwen van pompen.”
Hij noemde het WIGO een ‘Call to action’ aan iedereen die werkt in de watersector. “De hele watersector moet zijn verantwoordelijkheid nemen.” Steun geven aan mensen die aan waterintegriteit werken in landen met veel corruptie is daarbij ook belangrijk, stelde hij. “Zij bevinden zich vaak in moeilijke situaties en het vereist voor hen veel moed om actie te ondernemen.”

Ontluisterend
Ontluisterend was de presentatie van econoom Catarina Fonseca, directeur van IRC Wash over het onderzoek dat zij uitvoerde in Tanzania. In opdracht van de Britse overheid onderzocht zij daar wat er gebeurd was met het half miljard dat was uitgegeven aan waterprojecten. Ze toonde aansprekende voorbeelden van desillusies in het veld. Zo reisde ze uren per boot en te voet naar een volgens zeggen werkende waterinstallatie, om wandelend door gras dat tot kniehoogte reikte al de conclusie te kunnen trekken dat dat niet zo was. “Je hoeft geen detective, of ingenieur of econoom te zijn om te begrijpen dat die pomp geen water geeft. Drie jaar geleden geplaatst, maar zo te zien was er sindsdien niemand meer geweest”.


Caterina Fonseca > foto Waterforum

Follow the money
Een half jaar lang checkte ze met lokale functionarissen reizend door het land de waterinfrastructuur. Het merendeel van de watervoorzieningen die waren aangegeven in een database bleek te niet te werken. Frustrerend voor haar zoektocht naar het bestede geld was dat ze uiteindelijk wel kon vastleggen waar de watervoorzieningen niet functioneerde, maar dat dit niet viel te koppelen aan bestede bedragen of aan functionarissen. “Dat ondermijnt de mogelijkheid verantwoordelijkheid af te leggen.” De grote vraag die restte, was: Waar is het geld is gebleven? Veelzeggend zijn de foto’s die zij toont. Een decoratieve mangoboom in het midden van een watertank. Watertanks met dure huizen erop gebouwd. Fonseca: “Waarom? Wie heeft dat goedgekeurd? Treurig om te zien. Op de achtergond zie je investeringen in de huizen en ondertussen worden de kinderen nog steeds ziek omdat het water uit een open, stinkende bron komt.”

Nog veelzeggender is dat Fonseca haar presentatie noodgedwongen met foto’s ondersteunde. De cijfers uit haar onderzoek mag ze niet openbaar  maken. Die paniekerige omgang met vertrouwelijke financiële informatie is volgens haar een van de obstakels op weg naar meer transparantie.

Schuld
Het is ook op dat punt dat ze de aanwezigen aansprak als het gaat om de schuldvraag. “We konden niet ,zoals in Benin wel gebeurde, aantonen dat hier in Tanzania sprake was van corruptie. Maar duidelijk was wel dat er een half miljard dollar was uitgegeven aan inefficiënte projecten. Wie zijn daaraan schuldig? Wij! Wij donors, wij NGO’s, wij overheden. Doordat wij niet de juiste vragen stellen, dragen wij schuld. Hoe is het geld besteed? Is het daar uitgegeven waar het nodig was, is het effectief besteed, heeft het geleid tot verbeteringen? Dat zijn de vragen die we moeten stellen. En als we ze stellen, moeten we de antwoorden openbaar maken.”

Morele kant
Henk van Schaik, bestuurslid van het Water Integrity Network Association in Berlijn, wees in de paneldiscussie op de wat onderbelichte ethische kant van corruptie. “Corruptie gaat rechtstreeks om geld. Maar integriteit  heeft ook een ethische, morele kant. Dat verdient meer aandacht.” Het vraagt volgens hem om rolvoorbeelden van inspirerende leiders. “Als we leiders kunnen laten zien die integriteit belichamen dan kan dat op ethisch vlak heel behulpzaam zijn.”


UItreiking van het rapport WIGO door Frank van der Valk aan Kees Rade > foto Waterforum

Kees Rade, directeur Klimaat, Water, Voedselzekerheid en Energie en ambassadeur Duurzame Ontwikkeling bij Buitenlandse Zaken, die na afloop van de presentaties het WIGO-rapport officieel in ontvangst nam, toonde zich nogal “flabbergasted” door het verhaal van Fonseca over Tanzania. “Dat je een half miljard besteed aan de watersector in Tanzania en dan niet kijkt naar onderhoud en duurzaamheid . . . Dat verdient verdere discussie.”
Hij benadrukte dat in Nederland in alle WASH contracten voortaan wordt geborgd dat een voorziening na tien jaar nog altijd werkt. “Watersystemen die na drie jaar al niet meer werken, dat vind ik onbegrijpelijk.”

Ondermijning ontwikkelingssamenwerking
Hij gaf aan dat het immoreel en illegaal is om geld dat bedoeld is voor water en sanitatie te misbruiken. “Het raakt de armen het meest. Daarnaast, en dat is misschien nog wel het belangrijkste, is corruptie een fundamentele ondermijning van de publieke steun voor ontwikkelingssamenwerking. Eén slecht voorbeeld is genoeg.” Dat Benin inmiddels het geld aan de Nederlandse overheid heeft terugbetaald, is wat dat betreft volgens hem heel belangrijk. “We kunnen de waterprogramma’s hervatten en hebben laten zien dat er een zero tolerance beleid geldt.”

MInister Ploumen van ontwikkelingssamenwerking stopte afgelopen jaar de hulpprogramma's in Benin toen bleek dat er vier miljoen euro was verdwenen bij het ministerie van Water. Inmiddels is het volledige bedrag terugbetaald en zijn in Benin maatregelen genomen om herhaling te voorkomen.


Caterina Fonseca voor de Integrity Wall > foto Twitter