Nederland maakt zich op voor herdenking hoogwater 1995

Er staan exposities, documentaires, theatervoorstellingen en herdenkingsbijeenkomsten op stapel. De angstige ogenblikken staan veel inwoners nog helder voor de geest. Het leger moest de helpende hand bieden en langs de rivieren werd er met man en macht met zandzakken gesleept. Het water in de Waal stond destijds liefst 7,5 meter hoger dan een groot deel van de Bommelerwaard. Na het hoogwater werden de rivierdijken versneld versterkt en zag het programma Ruimte voor de Rivier het levenslicht.

Verlagen waterstanden
Inmiddels zijn er sinds 1995 miljarden gestoken in het versterken van dijken, het aanleggen van retentiegebieden en uiterwaarden. “We zijn nu in ieder geval een stuk veiliger dan twintig jaar geleden”, meent Kok. “De dijken zijn hoger en sterker. Het Deltaplan Grote Rivieren, dat na het hoogwater van 1995 tot stand kwam, heeft de achterstand in het onderhoud aan die dijken grotendeels weggewerkt. Ook het programma Ruimte voor de Rivier, zoals de Overdiepse Polder bij Waspik, heeft bijgedragen aan de veiligheid. Doel was de waterstanden in de rivieren met enkele decimeters omlaag te brengen. Dat is grotendeels gelukt.”

Voorkomen van ‘piping’
“Maar het werk is nog niet klaar”, stelt Kok. “We willen dit land nog beter beschermen tegen overstromingen. Daarvoor worden in het nieuwe Deltaprogramma 2015 aanzienlijk hogere eisen aan rivierdijken gesteld. Die moeten circa vijf tot tien keer zo sterk worden als voorheen. En we moeten wat extra’s doen aan ‘piping’. Aan tal van oplossingen voor dit probleem wordt momenteel gewerkt. Ook op de Technische Universiteit Delft.” Bij Grave en Keent zijn de Maasdijken in 2011 en 2012 al verstevigd als antwoord op piping, door waterschap Aa en Maas. Ook elders lopen projecten en proeven. Zo past waterschap Rivierenland geotextiel toe. Dit doek wordt verticaal in de buik van de dijk geplaatst, zonder al te veel graafwerk.

Niet doordraven
Voorkomen is beter dan genezen. Dat is, volgens Kok, de leidende gedachte in het nieuwe Deltaprogramma dat een looptijd heeft tot 2050. “We moeten alleen niet overdrijven. Sommigen draven door en denken dat je niet meer op effectiviteit hoeft te letten. We moeten eerst de grootste risico’s aanpakken en de tijd nemen om dit plan uit te voeren. Na de ramp in 1953 hadden we ook veertig jaar om dat eerste Deltaplan uit te voeren.”

Uitvoering
De vraag is ook of het nieuwe Deltaplan met dezelfde voortvarendheid kan worden uitgevoerd als het Deltaplan Grote Rivieren. Kostte het in de jaren ‘70 en ‘80 erg veel moeite om dijkbewoners ervan te overtuigen dat werkzaamheden nodig waren, na 1995 bleven de discussies grotendeels uit. Iedereen zag de noodzaak in van de maatregelen. En er was voldoende geld beschikbaar. Het gaf uitvoerders de mogelijkheid om met creatieve oplossingen dijkbewoners te ontzien. Zo kreeg Oijen twee nieuwe dijken, aanwonenden stonden hiervoor grond af en kregen hulp bij het vernieuwen van tuin en bij gebouwen. In Gelderland lijkt met het verstrijken van de jaren het verzet tegen ingrijpende projecten weer toe te nemen. Zo protesteert Brakel tegen het verleggen van de Waaldijk en verzetten bij Varik mensen zich met hand en tand tegen het graven van een nevengeul.

Beperkte ruimte waterberging
In het nieuwe Deltaprogramma wordt vrijwel alleen gekozen voor dijkversterking en ruimte voor de rivier. Overloopgebieden komen in het rijtje maatregelen niet voor. Kok: “Het project Overdiepse Polder waarbij een landbouwpolder ingezet wordt voor extra meestroomcapaciteit van de Maas is best mooi. Maar de vraag is wat die polder voor het grote geheel doet?” Kok vindt het effect – bij Den Bosch daalt het waterniveau in de Maas wanneer die polder volloopt elf centimeter- zeker van belang. Maar voor de toekomst is terughoudendheid gewenst voor het bergen van rivierwater. “Want Nederland is te klein en te vol en de waterhoeveelheden zijn te groot om nieuwe overloopgebieden aan te wijzen en vervolgens precies op tijd in te zetten. Zo’n maatregel kost dan relatief veel geld en het rendement is minimaal. Voor de veel kleinere watersystemen zoals de beken onder Den Bosch kan retentie wel effectief worden ingezet,” doelt de hoogleraar op onder andere de projecten aan de Aa bij Veghel en Heeswijk-Dinther.

Evacuatie
In het nieuwe Deltaprogramma staat ook dat dunbevolkte gebieden geëvacueerd moeten worden wanneer overstroming dreigt. Omdat met het oog op hoge kosten niet alle dijken aangepakt kunnen worden. “Een ramp kun je nooit uitsluiten. Nadenken over evacuatie is daarom nodig. Maar het lastige aan evacuatie is dat we daar in dit land niet voor kunnen oefenen. Terwijl het goed is jezelf voor te bereiden op wat kan gebeuren.” Kok voorspelt dat wanneer de nood aan de man komt, een deel van de bevolking zichzelf zal evacueren zonder bemoeienis van de overheid. Betrouwbare informatie van diezelfde overheid over de overstromingsdreiging is daarbij essentieel. “Maar in dergelijke voorspellingen, kijk naar het weeralarm van het KNMI die er soms naast zit, zit toch altijd een onvoorspelbare factor.”