Monstername op rwzi’s, gaat dat wel goed?

foto aanzuigleiding WBD

Big Brown Data, ons rioolwater biedt een schat aan informatie over de staat van onze samenleving. Met monsternamekasten op rioolwaterzuiveringen wordt deze informatie letterlijk uit ons riool gezogen. Het belang van monstername is groot en wordt steeds groter. Het afgelopen jaar zijn op alle ruim 300 rioolwaterzuiveringen in Nederland monsternamekasten aangepast, bijgeplaatst of vervangen voor Covid onderzoek. Tegelijkertijd worden op basis van regelgeving (activiteitenbesluit en heffing), het beheer en ontwerp ook nog ‘traditionele’ parameters gemeten zoals CZV, stikstof en fostaat. We meten meer en steeds vaker, jaarlijks spenderen we hier in Nederland tientallen miljoenen euro’s aan. Maar leidt dat automatisch ook tot betrouwbare data?   

Meetvoorzieningen op een rioolwaterzuivering bestaan uit monsternamekasten die volumeproportioneel bemonsteren op basis van debietmetingen. In de regelgeving van de waterschappen is terug te vinden aan welke voorwaarden deze meetvoorzieningen moeten voldoen. Denk hierbij aan de inbouw van debietmeters, instellingen, keuze voor het aanzuigpunt maar ook het beheer en onderhoud van de meetvoorziening. Door het uitvoeren van een audit wordt getoetst of aan deze voorwaarden wordt voldaan en wordt inzichtelijk gemaakt welke verbeterpunten er zijn. IMD heeft de afgelopen jaren bij ca. 15% van alle Nederlandse rioolwaterzuiveringen een audit uitgevoerd.

Bij vrijwel elke meetvoorziening zijn er door IMD onvolkomenheden geconstateerd. In veel gevallen was de debietmeting niet goed ingesteld, waardoor foute metingen niet goed werden geregistreerd. Een voorbeeld hiervan is het niet registreren van terugstroming. In sommige situaties kan dit leiden tot het driemaal meten van hetzelfde water met als gevolg een afwijking in het etmaaldebiet tot wel 20%. In-situ natte kalibratie van debietmeters vindt niet of nauwelijks plaats, terwijl dit wel wettelijk is verplicht. Een ondergeschoven kindje is de aanzuigslang en het aanzuigpunt. In de praktijk komen we vaak tegen dat deze in geen jaren is vervangen, een te kleine diameter heeft, niet volledig onder afschot ligt en het aanzuigpunt niet voldoet omdat interne stromen worden meebemonsterd.

Debietmeting en monstername vragen en verdienen meer aandacht. De data die aan het eind van het meetproces wordt gebruikt voor het maken van beleid en voor processturing, zal anders niet betrouwbaar zijn. Gelukkig wordt dit door de waterschappen inmiddels onderkend en lopen er diverse initiatieven voor verbetering. We zullen als IMD met de onafhankelijke audits van de meetvoorzieningen hieraan een structurele bijdragekunnen leveren.

Meer informatie? t.dekker@imd-ma.nl