Minister van Nieuwenhuizen beantwoordt per brief vragen over de problemen bij de bouw van de zeesluis in IJmuiden. (Foto: Infrastructuur en Waterstaat).

Tweehonderd miljoen euro extra kosten voor de opdrachtnemer en bijna drie jaar vertraging met forse extra kosten voor het rijk als gevolg. Half september vroegen CDA en VVD minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat wat er mis ging bij de aanleg van zeesluis in IJmuiden. Zij stelt op 25 oktober in een brief dat het rijk zich heeft gehouden aan de regels van het DFBM-contract (Design, Build, Finance en Maintain) en geeft aan dat het ontwerp bij gunning is getoetst door Rijkswaterstaat en externe deskundigen.

De minister schrijft in de brief dat de nieuwe zeesluis in IJmuiden met een DBFM-contract is gegund aan het aannemersconsortium OpenIJ BV. ‘In dat geval maakt de opdrachtnemer een ontwerp op basis van functionele contracteisen. De verantwoordelijkheid van het ontwerp ligt bij de opdrachtnemer, maar het is bij gunning zowel intern als extern getoetst. Deze toetsing gaf geen aanleiding om te twijfelen aan de maakbaarheid van het ontwerp’, aldus Van Nieuwenbuizen. Gedurende de bouw bleek dat de deurkassen van de sluis niet bestand waren tegen de torsiekrachten die tijdens het afzinken ontstaan. Nu worden de deurkassen volgens de caissonmethode gebouw, maar daardoor is er meer tijd nodig.

Extra kosten rijk
De Kamerleden willen van de minister weten waarom de extra kosten voor het rijk nog niet in kaart zijn gebracht. Van Nieuwenhuizen geeft aan dat zij wacht op een definitieve, nieuwe planning van de opdrachtnemer omdat op basis daarvan de extra kosten als gevolg van de vertraging kunnen worden vastgesteld. ‘Het betreft grotendeels kosten die voortkomen uit de langere bouwtijd, zoals het waarborgen van de bereikbaarheid van de haven van Amsterdam en het in standhouden van de waterkering. Conform de toezegging in mijn brief van 3 juli kom ik hier voor het einde van dit jaar op terug.’

Herzien DBFM-contracten
Het CDA wil van de minister een garantie dat er lessen getrokken worden uit deze onverkwikkelijke zaak. Van Nieuwenhuizen stelt dat Rijkswaterstaat regelmatig de uitvoering van grote complexe projecten samen met de betrokken marktpartijen evalueert. ‘Dat zal bij de Zeetoegang IJmond ook gebeuren. De leerervaringen van deze projecten worden vertaald in verbeteringen in het standaard DBFM-contract dat voor DBFM-projecten wordt gehanteerd. Maar zij kunnen ook leiden tot aanpassingen in de toekomstige omvang van contracten, de risicoverdeling en samenwerkingsvorm tussen opdrachtgever en opdrachtnemers of het betalingsregime.’

Constructiefout
De aanleg van de nieuwe zeesluis IJmuiden loopt door een constructiefout een vertraging op van 27 maanden. Volgens een nieuwe planning kunnen de eerste schepen niet in 2019, maar uiterlijk eind januari 2022 gebruikmaken van de nieuwe sluis. Het consortium OpenIJ, dat bestaat uit de bouwers BAM en VolkerWessels, bracht in december 2017 naar buiten dat er aanpassingen in het ontwerp nodig zijn.

Teleurstellend
Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat noemde de aanzienlijke vertraging van het project deze zomer in een brief aan de Tweede Kamer een grote tegenvaller en zeer teleurstellend. Rijkswaterstaat heeft, volgens van Nieuwenhuizen, ook overwogen om het contract te ontbinden. Maar omdat het aangepaste ontwerp volgens een review van Adviesbureau Hageman ‘maakbaar’ is, ws dat niet meer aan de orde. Ontbinding van het contract zou leiden tot nog meer vertraging, hogere kosten en een nieuwe aanbesteding, stelde de minister.