Minister Schultz wil onderzoek pompen in Houtribdijk

Zijn mededeling dat minister Schultz die dag te kennen had gegeven het onderzoek te willen laten uitvoeren, werd in het voormalige gemeenlandshuis van Uitwaterende Sluizen onder luid applaus ontvangen.
De leden van de Adviesgroep, waarin ook bewoners langs de dijk zijn vertegenwoordigd, zien deze toezegging als een belangrijk winstpunt in het verzet tegen de in hun ogen veel te rigoureuze plannen die Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) met de historische Markermeerdijk heeft. Tijdens een bijeenkomst met Deltacommissaris Kuijken op 17 maart werd door hen deze mogelijkheid al geopperd. 
De bewoners verwachten dat door plaatsing van een pomp in de dijk Enkhuizen-Lelystad de maatgevende hoogwaterstand in het Markermeer lager zal uitvallen en dat daarmee de dijkversterkingsplannen voor het traject Hoorn-Amsterdam minder ingrijpend hoeven te zijn. Het verzoek om deze mogelijke combinatie werd door hen in een brief van 26 april aan Kuijken en minister Schultz nog eens nader onderbouwd.

Complex watersysteem
Tijdens de speciaal belegde bijeenkomst op maandagavond stond Harold van Waveren, strategisch adviseur Waterveiligheid en topspecialist bij Rijkswaterstaat (en destijds ook adviseur voor de Commissie Veerman), uitvoerig stil bij de technische aspecten van nut en noodzaak van de versterking. Hij gaf daarbij eerst een duidelijk overzicht van de complexiteit die het watersysteem Markermeer/IJsselmeer/Noordzeekanaal kenmerkt en de vele factoren die daarop van invloed zijn.
Het teveel aan water in Markermeer en Noordzeekanaal wordt onder normale omstandigheden via de spuisluizen en pompen bij IJmuiden naar de Noordzee en via de spuisluizen in de Houtribdijk naar het IJsselmeer afgevoerd. De spuicapaciteit via de Houtribdijk bedraagt maximaal 630 m3/s. Het teveel aan IJsselmeerwater wordt onder normale omstandigheden via de spuikolken in de Afsluitdijk afgevoerd  naar de Waddenzee. Het spuien via de Afsluitdijk en IJmuiden is echter vrijwel onmogelijk bij harde noordwestenwind. Vanwege het daardoor oplopende peil van het IJsselmeer, waar de IJssel en Overijsselse Vecht in uitmonden, is het spuien van het water van Markermeer naar IJsselmeer dan al snel niet meer mogelijk. 

Klimaatverandering
Wanneer in die situatie het ook nog langere tijd hard gaat regenen, neemt het peil in beide meren en Noordzeekanaal snel verder toe, voor een belangrijk deel ook omdat in totaal zeven waterschappen al het overtollige water in hun gebied via pompen op het systeem uitslaan en ook vanwege de verhoogde afvoer van de Eem. Extra gecompliceerd wordt het als er ook nog een storm opsteekt en scheefstand van het water en golfoploop de dijken extra onder druk zetten. Deze scheefstand leidt in combinatie met de golfbelasting tot een veiligheidsprobleem qua hoogte. In de toekomst komen daar de gevolgen van klimaatverandering nog eens boven op, zoals stijging van het zeewaterniveau en grotere afvoer van rivieren als gevolg van toenemende neerslag.
Pompen
In het kader van het Deltaprogramma worden de komende tien jaar pompen geplaatst (capaciteit 400-500m3/s) op de Afsluitdijk om het IJsselmeerwater bij een stijgende zeespiegel toch te kunnen uitslaan. Deze pompen hebben echter onvoldoende capaciteit om het peil van het Markermeer beter te reguleren, zo vertelde Van Waveren. Dat is ook het belangrijkste uitgangspunt geweest om voor het Markermeer voor de toekomst uit te gaan van de al sinds 2001 geldende maatgevende hoogwaterstand (+0,70 m NAP) met als gevolg dat de dijken daarop moeten worden gedimensioneerd. 
Vijf opties
Van Waveren legde uit dat het nauwelijks mogelijk is om de hoeveelheid water die het Markermeer instroomt te beïnvloeden. Wel liet hij een vijftal opties de revue passeren – mede op basis van een CPB onderzoek uit 2014 – om de hoeveelheid water die het Markermeer uitstroomt te beïnvloeden. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan pro-actief spuien bij de Afsluitdijk en het extra installeren van pompen op de Afsluitdijk. Maar ook zou het peil van het Markermeer structureel verlaagd kunnen worden door extra spuien en/of pompen bij de Houtribdijk. Daarnaast kan worden gedacht aan het incidenteel verlagen van het peil van het Markermeer met pompen door een buffer te creëren voorafgaand aan een storm of langdurige neerslag. Een laatste optie is het incidenteel verlagen van het Markermeerpeil met pompen tijdens een periode van langdurige neerslag. Van Waveren benadrukte dat het plaatsen van pompcapaciteit in de Houtribdijk in alle gevallen betekent dat ook de pompcapaciteit in de Afsluitdijk moet worden verhoogd.
Voor-en nadelen
Aan alle scenario’s kleven volgens Van Waveren voor- en nadelen waarbij vooral gedacht moet worden aan de enorme kosten die ermee gepaard gaan, de effecten op andere functies op en rond het Markermeer en de vele onzekerheden die nog bestaan. Het laatste scenario lijkt van de geschetste opties het meest kansrijk te zijn, maar het nu aangekondigde onderzoek moet uitwijzen of de maatgevende hoogwaterstand daadwerkelijk omlaag kan worden bijgesteld tegen acceptabele kosten en dus met minder ingrijpende dijkversterkingswerken als gevolg.
Joost de Ruig, directeur Water bij HHNK, benadrukte dat in alle gevallen het dijktraject toch versterkt zal moeten worden en dat parallel wordt doorgewerkt aan de voorbereiding daarvan. 
Mattie Busch van I&M wees er tenslotte op dat er voor het vervolgonderzoek drie randvoorwaarden van belang zijn die binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma worden gehanteerd: planning, budget en doelmatigheid. “De opties die wij gaan onderzoeken moeten wij altijd tegen deze randvoorwaarden afzetten. Maar ik ga dit proces open in. De uitkomst vergt uiteindelijk een politiek besluit van de minister die zij vervolgens aan de Tweede Kamer ter goedkeuring moet voorleggen.”