“Meer flexibilisering en differentiatie van Europees waterbeleid”

De klimaatverandering gaat volgens Loggen veel sneller dan verwacht. Zo vallen er in Nederland nu al veel meer clusterbuien dan eerder in klimaatscenario’s is berekend. Daardoor neemt de wateroverlast toe. Het oude blauwdruk denken, waarbij we 50 jaar vooruitkijken, volstaat volgens Loggen dan ook niet meer in alle gevallen.

Afschrijvingstermijn

Loggen wijst erop dat Nederlandse infrastructurele werken een gemiddelde afschrijvingstermijn van 60 jaar hebben. Het betekent dat het geld niet meer geïnvesteerd kan worden in andere projecten. Zo is een aantal jaren geleden fors geïnvesteerd in riooloverstorten, maar blijkt de capaciteit door hevige regenbuien nu al niet overal even toereikend. Dat geldt ook voor de inrichting van calamiteitenpolders die in geval van zwaardere regenbuien en snellere stroming in de rivieren gecontroleerd kunnen overstromen. 

Flexibiliteit

De inrichting van deze polders kost volgens Loggen miljoenen euro’s. “Het geld kunnen we niet meer gebruiken voor andere noodzakelijke investeringen om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Daarom is er meer flexibiliteit in het waterbeleid nodig. Ook moeten we ons afvragen of we met bepaalde investeringen niet beter eerst kunnen wachten om op een later moment effectiever te kunnen investeren.”

Differentiatie

Loggen pleit ook voor meer differentiatie. Hierbij verwijst hij naar het Nederlandse Ruimte voor de Rivier-programma. In Nederland is weinig ruimte en zijn aanpassingen om dijken verder landinwaarts te leggen en watergeulen die bij hoogwater vollopen te graven erg kostbaar. Daarom stelt hij voor om verder te kijken dan onze landsgrenzen. Zo zouden we kunnen verkennen om in Duitsland vergelijkbare maatregelen te nemen om zo tot de meest efficiënte en economische oplossing te komen. Nederland en Duitsland kunnen de maatregelen volgens hem samen financieren. Daarnaast stelt hij voor om in Donaugebied meer maatregelen te nemen om waterverontreiniging te voorkomen. Zwitserland en Duitsland mogen dan hard aan de weg timmeren om hun rwzi’s met een vierde zuiveringstrap uit te rusten, in andere landen in het Donaugebied valt volgens hem nog veel winst te behalen.  

One out all out

De EU-rapporteur wil verder dat de Europese Commissie een alternatief ontwikkelt voor de monitoringsnorm ‘one out-all out’. Het principe geeft volgens hem een minder goed beeld van de werkelijke ecologische en chemische toestand van waterlichamen en de inspanningen die al zijn gedaan om de waterkwaliteit te verbeteren. Dat komt omdat de kwaliteit van een waterlichaam in zijn geheel kan worden afgekeurd als er op één onderdeel niet aan de Kaderrichtlijn Water wordt voldaan. 
Loggen benadrukt dat er in Nederland unieke omstandigheden zijn waardoor het principe in de praktijk niet goed werkt. Zo is er veel veengrond die voor uitspoeling van nutriënten in het oppervlaktewater zorgt. Daardoor komen er in het oppervlaktewater soms te hoge concentraties van bepaalde stoffen voor, terwijl het op andere onderdelen wel goed gaat.

Vervolg

De Europese Commissie en het Europees Parlement zijn volgens Loggen nu aan zet om de adviezen uit het rapport verder uit te werken en mee te nemen in de besluitvorming over de aanpassing van zijn waterbeleid, zoals de herziening van de Kaderrichtlijn Water ende Drinkwaterrichtlijn. De herziening van de KRW staat volgens hem in de planning voor 2019, maar in Brussel wordt er nu al over aanpassingen in de water directives gesproken in de Europese Commissie en het Europees Parlement. Hij benadrukt dat het Europees Comité van de Regio’s bij het Verdrag van Maastricht is aangewezen als officieel adviesorgaan van de Europese Commissie en het Europees Parlement. “De adviezen worden in de regel dan ook meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming”, aldus Loggen.

Lees hier het advies van het Europees Comité voor de Regio’s