Maak de droogmakerijen natter!

droogmakerij
De zeedijk bij Den Helder gaat versterkt worden op basis van een verwachte zeespiegelstijging van 3 meter. Daarmee is de waterveiligheid aangepakt, maar nog niet de wateroverlast in het binnenland achter de dijk.

Alternatieve inrichting en beheer van polders – Maak de droogmakerijen natter!

Met de enorme woningbouwopgave die er ligt, valt eigenlijk niet te ontkomen aan bouwen in diepe polders. Maar allerlei gebruiksfuncties hebben het peilbeheer in de polders ingesnoerd, waardoor nog meer nieuwbouw, in combinatie met de klimaatverandering, de waterhuishouding verder onder druk zet. Drie experts zien hierin een uitdaging. Hun oplossing: meer peildynamiek en vernatting van de polders.

Foto’s: Jac van Tuijn

“Het gaat niet alleen om de stad, maar juist ook om het landschap eromheen”, stelt landschapsarchitect Gijs van den Boomen, directeur van KuiperCompagnons. Voor hem is bouwen in de polder geen probleem als het maar gebeurt met oog voor de te verwachten grillen van het weer in de toekomst. Hij is betrokken bij het ontwerpen van een nieuw dorp in de Zuidplaspolder, dat nationale aandacht trekt rond de vraag of West-Nederland nog wel kan bouwen in diepe polders. “Een delta is van nature dynamisch maar ons hele watersysteem is vastgeklikt. De uitdaging is om de dynamiek in het watersysteem weer terug te krijgen met veel sterker fluctuerende waterpeilen. Daar zijn geen blauwdrukken voor. Dat zullen we met elkaar moeten zien uit te vinden”, stelt de landschapsarchitect. Hij denkt daarbij aan natmakerijen met stadsdijken en meedeinende dorpen.
Frans Klijn (Deltares): “Polders drooghouden is niet simpel een kwestie van een grotere pomp. Je moet de overtollige watermassa bij die pomp zien te krijgen.”

Aan de grenzen

Professor adaptief deltamanagement Frans Klijn, van Deltares en TU Delft, is ook van mening dat het Nederlandse watersysteem niet flexibel genoeg meer is om de toekomstige zeespiegelstijging en de extremere neerslag en droogte aan te kunnen. “De bandbreedtes voor het peilbeheer zijn te smal geworden. Door allerlei eisen – zoals minimale vaardiepte en doorvaarhoogte onder bruggen, vaste aanlegsteigers of drooglegging van landbouwgronden en woonwijken – mag een peil nog maar binnen enkele decimeters fluctueren. Dat kan niet langer als het klimaat steeds grilliger wordt”, aldus Klijn. Een makkelijke oplossing is er volgens hem niet. “Het is niet simpel een kwestie van een grotere pomp voor het drooghouden van polders. Je moet eerst de overtollige watermassa bij de pomp zien te krijgen. In vlakke polders stroomt het water daar maar langzaam naartoe. Eenmaal bij de pomp moet je die watermassa op de boezem kunnen uitslaan. De boezemkades moeten het wel aankunnen. Die zullen dan ook veel breder gemaakt moeten worden. En dan moet ook de capaciteit van het boezemgemaal nog worden aangepast om de watermassa naar de zee te kunnen uitslaan. Het is een keten van infrastructuur waarbij alles wordt ontworpen op weers­omstandigheden die we verwachten. Die verwachtingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en die geven geen garantie voor de toekomst.”

Veel losgemaakt

De bui die in 2021 in Limburg viel heeft bij waterbeheerders veel losgemaakt. De neerslaghoeveelheid was buiten alle statistieken en raakt de kern van de vraag over het bouwen in polders. “Dat is het lastige van de klimaatverandering”, vervolgt Klijn. “Hoe ontwerp je een watersysteem dat rekening houdt met gebeurtenissen die groter zijn dan je voorspelbaar acht?” Volgens hem ligt de oplossing in het verkleinen van de gevolgen. “We moeten denken in termen van veerkracht. Het is niet erg dat gebieden bij een aanhoudende wolkbreuk, een waterbom, onder water komen te staan. Zolang het maar niet maatschappij-ontwrichtend is.”Is daarmee de vraag voldoende beantwoord? Bieden flexibilisering en beperking van de gevolgen voldoende soelaas om door te gaan met nieuwbouw in West-Nederland? Alex Hekman, business director water bij Sweco, denkt van wel. Hij is nauw betrokken bij een aantal nieuwbouwprojecten in polders, zoals het nieuwe dorp in de Zuidplaspolder bij Rotterdam. “Net als in de rest van Nederland heeft de klimaatverandering gevolgen voor de Zuidplaspolder. Als je binnen dijkring 14 meer woningen bouwt, neemt het overstromingsrisico toe.”

Toch vindt Hekman niet dat West-Nederland het bouwen

Alex Hekman (Sweco): “Bij het ontwerpen zouden we ook de toekomstscenario’s moeten betrekken die ver buiten de normering vallen.”

in polders daarom zou moet opgeven. Maar het ontwerpen van de nieuwbouwplannen moet wat hem betreft wel anders. “De zeespiegelstijging betekent dat we op termijn onze dijken om de polders zullen moeten versterken. En dan zijn er de bodemdaling en het gevaar van de waterbom. Kunnen we in de toekomst nog steeds voorkomen dat er slachtoffers vallen?” Voorafgaande aan het planontwerp is het volgens hem belangrijk goed te kijken naar die toekomstverwachtingen.

Afwegen

“De huidige ontwerpen voor nieuwbouw gaan uit van de geldende risiconormen voor waterveiligheid. Daarbij wegen we af wat we nu zouden moeten investeren versus de schade die we er ermee kunnen voorkomen”, vervolgt Hekman. “Bij het ontwerpen zouden we ook de toekomst­scenario’s moeten betrekken die ver buiten de normering vallen. Wat is nodig om de veiligheid te garanderen als de zeespiegel twee meter stijgt en een dijk breekt door? Kan iedereen dan nog een veilig heenkomen vinden? Zijn er vluchtplekken? Is het mogelijk aanpasbaar te bouwen en in een later stadium alles verder omhoog te krijgen? Is er voldoende ruimte om later nog meer waterbergingscapaciteit te creëren?” Dit soort vragen moeten volgens Hekman wat hem betreft veel nadrukkelijker worden gesteld bij het opstellen van een ontwerpplan voor een nieuwbouw.Hij gelooft dat als hier goed naar wordt gekeken, bouwen in polders zeker mogelijk blijft. “Maar niet in de diepste delen van een polder waar het water zich verzamelt. Daar wil je geen kwetsbare infrastructuur en al helemaal geen woningen”, voegt hij eraan toe. Verder pleit hij ervoor om te kijken naar de effecten op het hele systeem en niet alleen het plangebied zelf. “Grootschalige woningbouw­locaties bieden de kans om kleine peilgebiedjes te vergroten en het watersysteem in de hele polder robuuster te maken, zodat we de extreme neerslaghoeveelheden van een waterbom beter kunnen verdelen.” Hekman ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor waterbeheerders, omdat de gemeentelijk schaal te veel versnippering geeft.

Aangepaste nieuwbouw Westergouwe in de polder bij Gouda. De wijk ligt achter een kademuur, die de wijk voldoende droog moet houden.

Ophogen

Beide experts vertrouwen erop dat Nederlandse water­bouwers in staat zijn de zeespiegelstijging nog lange tijd het hoofd te kunnen bieden. De watermassa die vrijkomt bij extreme neerslag, zien ze als een groter probleem. Het denken hierover is ook maar pas begonnen, na doorrekeningen van Deltares van de watermassa’s die polders te verwerken krijgen bij een aanhoudende extreme regenval zoals die in Limburg optrad. Ophogen van bouwgrond is altijd een optie, maar zand is schaars en de aanvoer brengt veel CO2-uitstoot met zich mee.

Gijs van den Boomen (landschapsarchitect): “Rotterdam en Amsterdam gaan we niet opgeven, maar de buitengebieden in de Randstad gaan veranderen.”

Ook Gijs van den Boomen ziet de beperkingen van het ophogen. “Het nieuwe dorp in de Zuidplaspolder is nu gepland op een oude kreekrug. Daarmee pakken we al 1,5 meter extra hoogte. Bij de uitwerking van het masterplan zal gekeken worden of in de toekomst wellicht meer nodig is. De vraag is dan wel wat daarvan de investeringskosten zijn en of die nu al moeten worden meegenomen. Het is ook denkbaar het masterplan zo te maken dat eventueel later aanpassingen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld door het wonen op een verdieping als uitgangspunt te kiezen. Of door in het lagere gebied, om de kreekrug heen, water nog belangrijker te maken.” Het zijn voor Van den Boomen belangrijke opties, want ze geven de mogelijkheid om meer dynamiek toe te staan in de waterhuishouding in de hele polder.

Nattere polders

Van den Boomen voorziet nog een andere ontwikkeling. “Door de zeespiegelstijging zullen we de dijken moeten verhogen en worden de polders nog diepere soepkommen. Het grondwater zal nog krachtiger omhoog wellen dan nu het geval is. Hoe gaan we om met die toename van deze waterdruk?” Behalve een sterker fluctuerend waterpeil, zal het volgens hem onvermijdelijk zijn dat polders natter worden en er meer oppervlaktewater nodig is. “Rotterdam en Amsterdam gaan we niet opgeven, maar de buitengebieden in de Randstad gaan veranderen”, verwacht de landschapsarchitect. “

We kunnen nog doorbouwen op de hogere delen, maar hoe dieper de polder, des te groter de waterdruk. We hoeven die gebieden niet op te geven, maar we moeten met onze waterhuishouding wel op de klimaatverandering vooruit gaan lopen. We moeten ingrijpende keuzes durven maken. Welke gebieden gaan we beschermen en welke gebieden laten we meedeinen met het waterpeil?” Van den Boomen roept waterschappen op het voortouw te nemen in het maken van ontwerpplannen gericht op het robuuster maken van de watersystemen. “Het is niet genoeg om te zeggen dat op bepaalde locaties niet gebouwd kan worden omdat er in de toekomst misschien een waterberging moet komen. Het gaat niet meer om het droog houden van polders maar om vernatting. We moeten het gaan hebben over natmakerijen. Daar moeten we nieuwe kennis voor ontwikkelen.”

Van den Boomen hoopt de handen op elkaar te krijgen voor een natmakerijbouwlab waar de toekomstscenario’s in schetsen verbeeld worden. “Ik roep de watersector op de gemeente Zuidplas te helpen bij het masterplan en het ontwikkelen van nieuwe waterhuishoudkundige ideeën die we nu al kunnen meenemen. Hoe we dijken, sluizen en gemalen kunnen inzetten voor meedeinende dorpen en stadspolders.”

Hij is zich bewust dat de bouwkosten in polders gaan toenemen. “Ja, bouwen op een slechte plek brengt extra kosten met zich mee. Maar als je nu gewoon doorgaat met klassieke nieuwbouw, dan zadelen we latere generaties op met die kosten.”


Een nieuw dorp in een vernieuwd landschap

Dit is de visie van het architectenbureau KuiperCompagnons op de bouw van een nieuw dorp in de gemeente Zuidplas bij Rotterdam. Het bureau werkt in opdracht van de gemeente mee aan de uitwerking daarvan in een masterplan. Niets doen in deze droogmakerij is volgens het bureau geen optie, omdat het gebied dan verder verrommelt en, letterlijk, verder wegzakt. In het masterplan Middengebied heeft het bureau, samen met het team van de gemeente Zuidplas, de omliggende gemeenten, provincie en waterschap, in beeld gebracht hoe een nieuw, energieneutraal dorp in het Middengebied kan bijdragen aan een rijker en klimaatrobuuster landschap. Een nieuw dorp als aanjager voor een nieuw landschap.Twee opmerkelijke uitgangpunten in de visie van KuipersCompagnons zijn:

• De starre droogmakerij transformeert geleidelijk in een dynamische ‘watertuin’, waar we de toenemende bodem­daling en verzilting tegengaan en waar het landschap zich niet verzet, maar meegroeit met klimaatverandering. Een duurzamer, veiliger en gezonder landschap met meer ruimte voor natuur en recreatie. Omarmd door dit nieuwe landschap ligt het nieuwe dorp, hoog en droog op een bestaande kreekrug. Het nieuwe dorp wordt een zelfredzame dorpsgemeenschap, omringd door een geleidelijk veranderend polderlandschap, dat steeds aantrekkelijker wordt.
• Rondom het compacte kreekrugdorp liggen ook buurten ‘te gast’ in het nieuwe waterrijke landschap, op palen, drijvend en op huisterpen. In pauzelandschappen wordt geëxperimenteerd met duurzame vormen van wonen, energie opwekken en landbouw. Het Middengebied wordt een laboratorium voor laaggelegen Nederland.

Ontwerp: KuiperCompagnons

Op Waterbasis

Deltares, BoschSlabbers en Sweco hebben in juli 2021 het essay ‘Op Waterbasis’ uitgebracht, met een pleidooi om in de ruimtelijke ordening meer uit te gaan van de mogelijkheden maar ook de beperkingen van water en bodem, met onder meer een grotere peildynamiek. Een must volgens de schrijvers, omdat de zeespiegel gaat stijgen en het weer steeds grilliger wordt. Nederland ligt een delta die van nature heel dynamisch is.

Het watersysteem in Nederland kan op veel plaatsen de veranderingen in het klimaat niet meer opvangen, stellen de schrijvers. De woningbouwopgave en de energietransitie zorgen ervoor dat landgebruikers in de toekomst elkaar nog meer in elkaars vaarwater zitten. De ondergrond is voor verschillende gebruiksfuncties nu al te slap, steeds vaker te nat of te droog. Volgens het essay is te lang uitgegaan van het principe ‘water volgt functie’. Het is tijd om over te stappen op het principe ‘functie volgt peil’.

Daarom zou door land- en watergebruikers nu al begonnen moeten worden de afhankelijkheid van ‘waterbeheer op de millimeter’ niet verder te vergroten. Maar met het oog op een voorzienbare ruimtevraag vanuit het waterbeheer, is het ook zaak om rekening te houden met:
• extra ruimte voor de rivieren,
• extra ruimte voor waterberging in tijden van overschot,
• extra ruimte voor voorraadvorming om tijden van tekort te kunnen overbruggen, en
• extra ruimte voor waterkeringen – zowel ‘kunstwerken’ als duinmassieven en kwelders.

Het essay Op Waterbasis is te downloaden van de Deltares-website.


Longreads zijn artikelen uit het magazine die wekelijks gedeeld worden.