Lennart Silvis: “Complexe watervraagstukken vragen om internationale partnerships”

Na dertien jaar, waarvan zeven als directeur, heeft Lennart Silvis op 1 juli het Netherlands Water Partnership (NWP) verlaten. In een afscheidsinterview voor WaterForum blikt hij terug op een bewogen tijd met de komst van de Topsector Water en een ambitie om de waterexport te verdubbelen. Internationale partnerships bouwen is de rode draad in zijn terugblik. Silvis schetst de rol die het NWP daarin onder zijn leiding de afgelopen jaren heeft gespeeld. Het onderwerp zal hem blijven volgen want hij stapt over naar adviesbureau Royal HaskoningDHV waar hij verantwoordelijk wordt voor het opzetten van nieuwe partnerships op het gebied van ‘flood resilience’ en ‘smart water’.

Waarom de overstap?
“Dat werd mij dertien jaar geleden ook gevraagd toen ik van Deltares overstapte naar het NWP. Toen zei ik dat het voor drie jaar was en dat ik daarna voor de Wereldbank wilde werken. Werkend bij het NWP raakte ik steeds enthousiaster over het begrijpen van belangen en het samenbrengen van organisaties en mensen. Zo was ik binnen de stuurgroep Deltatechnologie betrokken bij het aanjagen van innovaties in de waterbouw, ‘Building with Nature’ bijvoorbeeld. Prachtig om te doen. In 2011 werd ik gevraagd directeur te worden. Dat was ook het moment dat de topsectoren werden opgezet. Voor ons kwam de focus vooral te liggen op het creëren van meer impact in het buitenland, dat werd ook de slogan. Bij Royal HaskoningDHV krijg ik nu de kans nieuwe partnerships op te zetten en nieuwe businessmodellen te ontwikkelen. Dat gaat een stap verder dan ik bij NWP kan doen en juist daar heb ik erg veel zin in.”


Lennart Silvis in actie (1): als panel leider, links in beeld,  tijdens de NWP bijeenkomst in Den Haag op 15 juni. (foto: Jac van Tuijn). 

Wat waren de hoogtepunten en de dieptepunten?
“Ik mocht bij het NWP al na drie maanden mee op een handelsmissie naar Indonesië. Dat soort reizen zijn voor mij ook altijd hoogtepunten gebleven. Je werkt als team naar zo’n moment toe. Je probeert scherp te krijgen wat de betrokken sectorpartijen willen, wat we samen willen, je overlegt met partners in het betreffende land. En het bezoek zelf is gigantisch intensief.

Tegelijk was diezelfde eerste handelsmissie naar Indonesië ook een dieptepunt, een schokkende ervaring. Het was een jaar nadat de tsunami had huisgehouden in Zuid-Oost Azië. We bezochten Banda Aceh, een stad die was weggevaagd. Schokkend om je te realiseren hoe sterk de kracht van water kan zijn. Ik voelde me een toerist die op de verkeerde plek was geland, een bus vol fotograferende waterprofessionals.

Een tweejaarlijks hoogtepunt was zeker ook de Amsterdam International Water Week. We hebben dit vanuit het NWP samen met IWC en Waternet geïnitieerd en uitgebouwd tot een ontmoetingsplaats waar de hele waterwereld bij elkaar komt om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Bij de laatste editie hebben we de bezoekers uitgedaagd om watervraagstukken ook echt te matchen met concrete oplossingen en internationale partnership te bevestigen in Amsterdam Agreements.”


Lennart Silvis in actie (2): Tijdens het Wereld Water Forum in 2015 Korea op het Nederlandse paviljoen waar hij probeert een Taiwanese jonge waterprofessional te interesseren voor de Nederlandse watersector. (foto: Jac van Tuijn).

Wat heeft het opgeleverd?
“Om bij het voorbeeld van Indonesië te blijven: in 2016 ben ik daar opnieuw geweest. Je ziet dan dat er in elf jaar heel veel gebeurd is: niet alleen plannen maar ook werken die in uitvoering zijn of al uitgevoerd zijn. Tegelijkertijd zie je ook dat de stad heel snel doorgroeit en letterlijk verder wegzakt. De complexiteit van de problematiek is enorm; zoveel instellingen en stakeholders. En dan te bedenken dat Jakarta slechts één van de vele steden in Zuid-Oost Azië is die enorm worstelt met hun waterproblemen.

Ik heb gezien dat we als Nederlandse watersector steeds beter onze propositie zijn gaan neerzetten. Vroeger kwamen we als individuele bedrijven een handje schudden en vetrokken we weer, een ieder met veel business cards. Nu lukt het ons steeds beter in het buitenland een helder gezamenlijk verhaal neer te zetten. Dat opent deuren en zorgt ervoor dat we met elkaar en met de plaatselijke sector kunnen werken aan wateroplossingen.

De afgelopen 15 jaar is de waterexport verdubbeld en daar heeft onze gezamenlijke profilering zeker aan bijgedragen. Zoals bijvoorbeeld in Egypte waar we samen werken aan kustontwikkeling. De overheid heeft een strategische samenwerkingsrelatie met Egypte. Overheidsprogramma’s maken het mogelijk om expertise te delen, en dat de sector pilots kan doen. Dit heeft er ook toe geleid dat het Green Climate Fund projecten op het gebied van kustontwikkeling opzet. Nu loopt de aanbesteding en is het aan de individuele Nederlandse waterbedrijven om de opdrachten binnen te halen.”

Hoe hou je al die verschillende groepen bij elkaar?
“Dat is juist het interessante. Het is niet of waterbouw, of watertechnologie of Delta. Grote wateruitdagingen vragen om een integrale, holistische aanpak, met de verschillende sectorpartijen, groot en klein én inbreng van governance en maatschappelijke organisaties. Ik ben altijd met deze partijen in gesprek geweest over hetgeen dat hen bindt: het watervraagstuk is complex en vraagt om slimme oplossingen, waarvoor partijen elkaar nodig hebben. Deze passie voor water en de ambitie die daaruit voortvloeit zorgt ervoor dat deze groepen elkaar blijven opzoeken.

Een extra dimensie voor mij is, dat wij soms ook leren van de landen waarmee wij samenwerken. Neem bijvoorbeeld het niet-Westerse sanitatieconcept waarbij fecaliën met vrachtwagens worden ingezameld om het verwerken tot mest en biogas. Dat zijn heel andere businessmodellen dan hier in Nederland en die vragen om andere samenwerkingen en andere financiering. Dan komt al snel de vraag: hoe vind je de juiste partners en hoe ga je het proces organiseren om tot een partnership te komen.”


Lennart Silvis in actie (3): ook op het Nederlands paviljoen maar nu in Singapore tijdens de vorige Singapore International Water Week waar hij een deal bezegelde voor de productie van Nederlandse Villagepompen door het Maleisische bedrijf Weida. (foto: Jac van Tuijn). 

Vind je dat het NWP veel heeft bereikt?
“We zijn als watersector in het buitenland veel professioneler gaan samenwerken. Dat is een grote verdienste. Er zijn consortia gevormd, innovatieve scale-ups verbonden aan grote gevestigde bedrijven, kleine NWP deelnemers hebben we de weg naar internationaal ondernemen gewezen en via ons Young Professionals programma werken we ook aan vernieuwing en verjonging van expertise in de water en -agrofood sector. Ook daar kijk ik met groot genoegen op terug. En dan hebben we een begin gemaakt met de samenwerking met andere sectoren als landbouw, tuinbouw en energie. Daar zie ik in de toekomst nog heel veel kansen.”

En zie je in die toekomst het SDG6 water nog een rol spelen?
“Over de hele wereld wordt nu het Sustainable Development Goal nummer 6 voor water, in nationale waterplannen uitgewerkt. Je kunt zeggen dat is een ver-van-mijn-bed-show maar in al die landen gaat er wet- en regelgeving komen en dat gaat heel veel projecten opleveren. Ik denk dat het voor Nederland belangrijk is om daarop te anticiperen en te zorgen dat we straks kunnen leveren. We hebben er alles voor aan boord. Ik hoop van harte dat het NWP daarin een grote rol kan blijven spelen.”