Membranen van Lanxess (foto: Lanxess).

Omgekeerde osmose blijkt microverontreinigingen, zoals diclofenac en ibuprofen, beter uit afvalwater te verwijderen dan andere technologieën, zoals ozon. Dat blijkt uit de eerste resultaten van een project in Duitsland met omgekeerde osmose als vierde stap in afvalwaterbehandeling waarbij chemiebedrijf Lanxess is betrokken.

Verschillende partijen vergelijken en evalueren in het MULTI-Re-Use project diverse technologieën om microverontreinigingen uit afvalwater te verwijderen. Hiervoor bouwden ze een proefinstallatie in een waterzuiveringsstation in het Noord-Duitse Nordenham.
De proefinstallatie bestaat uit twee aparte lijnen om de verschillende procesvoorwaarden te kunnen vergelijken. Na het biologische stadium wordt het afvalwater voorbehandeld met precipitatie of flocculatie, gevolgd door ultrafiltratie om deeltjes te verwijderen. Omgekeerde osmose zorgt voor de verwijdering van zouten en microverontreinigingen. Als laatste stap zijn parallel twee lijnen geïnstalleerd met elk een verschillend membraantype (FR en ULP) om zeker onder dezelfde procesomstandigheden te werken en geen invloed te hebben van fluctuaties in de samenstelling van het afvalwater.

Twee membranen
De partijen keken met name naar het verschil in vervuiling tussen de twee soorten membranen. Zo heeft het FR-type een dicht membraan met minder neiging tot fouling, terwijl het ULP-type een open structuur heeft. Door de open structuur daalt het energieverbruik in vergelijking met het dichte type, stelt Lanxess.
De testfase met de twee membranen duurde ongeveer twee maanden. In deze periode werden de druk, het debiet, de geleidbaarheid, de pH-waarde en de temperatuur verschillende keren per dag automatisch gemeten. Er werden ook regelmatig wateranalyses uitgevoerd. Om het foulinggedrag en het prestaties van de elementen te kunnen vergelijken, werden voor de twee membraantypes dezelfde terugwinningspercentages en debieten ingesteld. Aangezien deze membranen verschillende specificaties hebben, lag de gebruikte druk voor het FR-type ongeveer 30 procent hoger dan voor het ULP-type.

Rejectiepercentage
Het FR-type hield echter zowel voor organische stoffen (gemeten als de totale hoeveelheid organische koolstof (TOC)) als voor zouten (gemeten als geleidbaarheid) ca. 1,5 procent meer stoffen tegen. Verder toonde de test aan dat met de RO-membranen een zeer hoge waterkwaliteit werd bereikt, met een rejectiepercentage van meer dan 95 procent voor TOC en 97 procent voor zouten.
Tijdens de tests werden onder meer diclofenac en benzotriazol gemeten om het rejectiepercentage te bepalen. Voor het ULP-membraan bedroeg die 99,8 procent voor diclofenac en 88,0 procent voor benzotriazol. Deze beide waarden lagen in reële omstandigheden hoger dan in het laboratorium.

Vervolgonderzoek
De partijen onderzoeken de komende maanden ook andere technologieën om micro’s te verwijderen, waaronder actieve kool. Daarna vergelijken ze de diverse technologieën op basis van parameters, zoals het rejectiepercentage, het energieverbruik en de afvalverwijderingsconcepten, en de behandeling van het concentraat of het daaruit voortvloeiende afval. Belangstellenden kunnen aan het einde van het proefproject een overzicht krijgen van de werking en effectiviteit van de onderzochte technologieën

Lees hier het volledige artikel