Het WNF-rapport stelt dat drinkwater de grootste bron vormt van de blootstelling aan plastic door mensen, maar maakt geen onderscheid tussen kraanwater en flessenwater. Volgens KWR voldoende reden om de aanwezigheid van plastics in drinkwater echt goed in kaart te brengen (foto: Creative Commons).

Onderzoeksinstituut KWR voert voor de drinkwaterbedrijven een onderzoek uit naar de aanwezigheid van microplastics in drinkwater. De resultaten uit dit onderzoek worden in 2020 verwacht. Recent kwam een Australische studie in het nieuws, die meldde dat mensen een theelepel microplastics per week binnenkrijgen, vooral via drinkwater. KWR onderzoekt of dat in Nederland ook zo is.

KWR meldt dat er een nieuwe en meer betrouwbare onderzoeksmethode is ontwikkeld, die deeltjes met een grootte tussen 0,1 tot 0,5 mm goed kan aantonen. Het onderzoeksinstituut schrijft op zijn website dat de deeltjes daarbij worden gevangen op een filter en behandeld om organische deeltjes en zand te verwijderen. Daarna kan de identiteit van de microplastics worden vastgesteld. Dit geeft volgens KWR niet alleen inzicht in de aantallen deeltjes, maar ook in soorten plastic en in groottes van de deeltjes. Dergelijke informatie kan duidelijk maken waar de plastic deeltjes vandaan komen. “Uiteindelijk wordt het dan ook mogelijk om de hoeveelheid microplastics die we via water binnenkrijgen, te vergelijken met de inname via bijvoorbeeld voedsel en lucht”, zo stelt KWR.

Twijfel aan de hoogte van de Australische claim
Op 13 juni schreef WaterForum Online over een studie door Australische onderzoekers, uitgevoerd in opdracht van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Zij concludeerden dat mensen 5 gram microplastics per week binnenkrijgen, een hoeveelheid vergelijkbaar met een creditcard of een volle theelepel. Nederlandse wetenschappers die onderzoek doen naar microplastics, twijfelen volgens KWR echter aan de hoogte van die claim. WaterForum schreef in het artikel ook al over een Canadees onderzoek naar de inname van plastics door mensen, dat uitkwam op hoeveelheden die de helft lager zijn.

Onderzoek wacht nog op peer review
Ofschoon het WNF de studie door onderzoekers van de Australische Newcastle University heeft gebruikt als basis voor het rapport ‘No plastic in nature: Assessing plastic ingestion from nature to people’, is deze studie nog niet officieel openbaar. De onderzoekers hebben deze ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift, maar er is eerst nog een beoordeling door andere wetenschappers (peer review) nodig voordat het artikel kan worden geplaatst. Op de website van Newcastle University geven de onderzoekers al wel summiere informatie over hun onderzoeksmethode, maar het wordt nog niet duidelijk hoe ze precies te werk zijn gegaan. Nederlandse wetenschappers, onder meer van KWR en Wageningen University & Research (WUR), willen graag weten hoe de Australische onderzoekers tot de conclusie zijn gekomen dat mensen circa 5 gram plastic deeltjes per week binnenkrijgen. Pas als het Australische onderzoek is gepubliceerd, wordt duidelijk waarop de berekening is gebaseerd en hoe de onderzoekers zijn omgegaan met onzekerheden en verschillen in grootte van deeltjes. Het Canadese onderzoek, dat dus op een veel lagere menselijke inname van microplastics uitkwam, is al wél gepubliceerd, in het Journal of Environmental Science and Technology.

Vooral flessenwater of toch ook kraanwater?
Volgens het WNF-rapport vormt drinkwater de grootste bron van de blootstelling aan plastic door mensen, maar het rapport maakt daarbij geen onderscheid tussen kraanwater en water uit flessen. Uit het eerdere Canadese onderzoek bleek dat vooral flessenwater een bron van plastic lijkt te zijn, veel meer dan water uit de kraan. Al met al is er volgens KWR voldoende reden om de aanwezigheid van plastics in drinkwater echt goed in kaart te brengen.

Veel onderzoek nog niet goed bruikbaar
Microplastics komen voor in rwzi-effluent, grote rivieren en meren in Nederland, zo is aangetoond door verschillende onderzoeken. Maar er bestaat volgens KWR nog geen studie die systematisch heeft gekeken naar plastic deeltjes in drinkwater. Dat komt volgens het instituut mede omdat de onderzoeksmethoden om plastic deeltjes in water op te sporen, nog in ontwikkeling zijn. Verschillende onderzoeksinstellingen werken momenteel aan betrouwbare bemonsterings- en meetmethoden. Volgens onderzoekers van de WUR is veel van dat onderzoek nog niet goed bruikbaar. Ondanks die onzekerheid, concluderen ze echter wel dat het beeld ontstaat dat onbehandeld water meer deeltjes bevat dan water dat door de drinkwaterzuivering is gegaan. Ook zou grondwater lagere gehaltes microplastics bevatten dan oppervlaktewater. Het is volgens de onderzoekers zeer waarschijnlijk dat dit ook geldt voor de Nederlandse situatie. De nieuwe, betrouwbaardere onderzoeksmethode die KWR nu gaat gebruiken, zou dat onder andere moeten kunnen aantonen.