“KWR is een nieuwe kennispartner van I&M”

Door Adriaan van Hooijdonk

Openheid en transparantie staan centraal in het nieuwe gebouw van KWR in Nieuwegein. Zo kunnen de 170 medewerkers van het internationaal gerenommeerde onderzoeksinstituut van de tien Nederlandse drinkwaterbedrijven elkaar goed vinden. Dat is volgens Van Vierssen essentieel voor het wetenschappelijk onderzoek waar het kennisinstituut zich op richt. “Het nieuwe gebouw van architectenbureau cepezed is er volledig op ingericht om wereldwijd samen te werken in projecten. Daarom kozen wij voor de nieuwste ICT-voorzieningen. Ook is er veel aandacht voor duurzaamheid. Zo besparen wij ten opzichte van het oude gebouw flink op energie en water.”
De medewerkers zijn volgens hem erg tevreden met het pand dat ook nog eens prachtig is ingebed in een oer-Hollands landschap. De architect besteedde veel aandacht aan geluidsisolatie. “Onze mensen kunnen zo in alle rust en concentratie werken aan de parels van innovatie die ze hier voortbrengen.”

Noem eens een paar voorbeelden ?
“Denk bijvoorbeeld aan de ondergrondse waterbergingen om het zoetwatertekort bij telers in Zeeland te verhelpen. Of  technieken om steden weerbaarder te maken tegen de gevolgen van de klimaatverandering. En natuurlijk het gebruik van reststoffen uit afvalwater. De duurzame waterketen is een aanjager van innovaties en daarmee de collectieve smaakmaker voor de overgang naar een circulaire economie. Niet voor niets het thema van de openingsbijeenkomst aanstaande vrijdag.”
Van Vierssen is erg trots op de geavanceerde laboratoria voor chemisch en microbiologisch onderzoek op de eerste verdieping van het pand. “Maar bovenal op de toegewijde en gespecialiseerde medewerkers die samen met onze partners in binnen- en buitenland een belangrijke bijdrage leveren aan de beschikbaarheid van veilig en duurzaam drinkwater. Dat is en blijft uit het oogpunt van de volksgezondheid toch één van onze belangrijkste taken. De kwaliteit van het drinkwater in Nederland is vooralsnog onberispelijk, maar er komen steeds meer bedreigingen op ons af.”
Over wat voor soort bedreigingen praten we dan?
“Er komen steeds meer stoffen in het oppervlakte- en grondwater die er niet thuishoren. Denk bijvoorbeeld aan resten van geneesmiddelen (antibiotica, maar ook het – veelal illegaal verkregen – Viagra-medicijn), microplastics en de pyrazolen die recent in de Maas zijn geloosd. De wetenschap is er niet per se om mensen gerust te stellen. Dus ik blijf er op wijzen dat de waterkwaliteit in Nederland niet op orde is. Daarom is het essentieel om drinkwaterbronnen zo goed mogelijk te beschermen.”
Welke rol zie je daarbij voor KWR weggelegd?
“KWR maakt onderdeel uit van de Nederlandse kennisinfrastructuur. Onze mensen dragen de wetenschappelijke feiten aan. De belangenbehartigingsorganisatie van de drinkwaterbedrijven, Vewin, zorgt voor de politieke duiding. Vervolgens is het aan Den Haag wat ze met deze kennis doen. Onze – publiek-gefinancierde – technische en wetenschappelijke kennis kan uitstekend voor het beleid van het ministerie gebuikt worden. Ik zou zeggen naar analogie van de manier waarop het deltatechnologiebeleid is georganiseerd.”
Wat is die analogie?
“Kennis, beleid en uitvoering op het gebied van deltatechnologie liggen vanuit de historie (‘droge voeten’) veel dichter bij elkaar. Kijk naar het cluster rond het ministerie en Rijkswaterstaat, Technische Universiteit Delft en Deltares, het kennisinstituut voor het hoofdwatersysteem. Voor vraagstukken rond de kwaliteit van het drink- en oppervlaktewater is er het kennisinstituut voor de waterketen: KWR. Het ministerie heeft terecht veel vertrouwen in onze bedrijfstak en de Vewin, maar er is nog zoveel meer kennis aanwezig die in de voorbereiding van het beleid nuttig kan zijn, lang voordat kennis beleid wordt. Daarbij kunnen Deltares en KWR mooi samen optrekken want naast de integratie van waterkwantiteit en -kwaliteit binnen I&M vullen we elkaar aan als het gaat om kennisontwikkeling.
Wat kan de overheid doen om de waterkwaliteitsproblemen op te lossen?
“Er is geen enkele technologische belemmering om de waterkwaliteit te verbeteren. Kijk maar naar Zwitserland waar honderden miljoenen euro’s door de overheid zijn geïnvesteerd om onder andere waterzuiveringsinstallaties aan te passen. Zuiveren aan de bron in plaats van eerst lozen via het afvalwater en stoffen er dan weer door de drinkwaterbedrijven uit laten halen, ligt eigenlijk wel voor de hand. Ook KWR blijft er in ieder geval op wijzen dat het onder andere met de ecologische toestand van het oppervlaktewater niet goed genoeg gaat. Sterker nog, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water gaan wij met de huidige maatregelen niet halen. De kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater staat ook nog steeds onder druk. Daarom zou ik graag zien dat onze onderzoeksresultaten die met publiek geld zijn gefinancierd sneller beschikbaar komen voor beleidsmakers. Daarnaast zijn we met het TKI Watertechnologie goed op weg innovaties sneller toepasbaar te maken. Ik denk wel dat we in dat verband nog meer met de Waterschappen zouden kunnen en moeten doen. Maar er moet altijd wat te wensen overblijven.”