KWR bepaalt mechanismen voor versnelde verspreiding door interactie WKO-systemen

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat drinkwaterbedrijven genoeg grondwater van goede kwaliteit kunnen behouden, en tegelijkertijd een verdere vermeerdering van WKO-systemen mogelijk maken?  Deze vraag staat centraal in het onderzoek van Niels Hartog, senior onderzoeker Geohydrologie en zijn collega Martin Bloemendaal van KWR. 
Hartog wijst erop dat in veel binnensteden oude bodem- en grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn door voormalige industriële activiteiten. Hoewel er in de afgelopen jaren veel is gesaneerd in steden, zijn er nog veel restverontreinigingen aanwezig. Daarvan bestaat geen scherp beeld waar deze nu precies vandaan komen. 
Nieuwe methode
Daar komt bij dat steeds meer gebouwen in steden gebruik maken van WKO-systemen om CO2-reductie en kosten-efficiënte klimaatbeheersing te realiseren. Het plaatsen van dergelijke systemen in de verontreinigde watervoerende lagen in de bodem, beïnvloedt op verschillende manieren de verspreiding van de aanwezige verontreinigingen, toonden de KWR-onderzoekers aan. Des te meer als er meerdere WKO-systemen met elk meerdere extractie- en infiltratiebronnen zijn, die elkaar kunnen beïnvloeden. De KWR-onderzoekers ontwikkelden een modelmethode waarmee een beter beeld kan worden gekregen van de verspreiding van verontreinigingen in aanwezigheid van meerdere WKO-systemen. 

Verspreidingsmechanisme ontraadseld
“Deze aanpak hebben wij toegepast op de WKO-systemen en verontreinigingen van de Utrechtse binnenstad”, licht Hartog toe. Met gegevens van Vitens en de gemeente Utrecht is onder meer gemodelleerd hoe vanuit een puntbron zich in 10 jaar een grondwaterverontreiniging over het  grootste deel van het gebied kan verspreiden. Recirculatie bleek daarbij een belangrijk verspreidingsmechanisme. Daarbij gaat het om het onttrekken van de verontreiniging aan een extractiebron om deze vervolgens in een andere bron te infiltreren. Ook kunnen verontreinigingen ‘overspringen’ van het ene naar het andere WKO-systeem. Uit het onderzoek in Utrecht blijkt volgens Hartog dat het, in de huidige situatie, honderden jaren duurt voor de bodem-en grondwaterverontreinigingen de grondwaterwinningslocatie van Vitens buiten Utrecht bereiken. Dat komt omdat er een voldoende grote WKO-vrije bufferzone is tussen de verontreinigingen in de stad en de winningen. 

Plaatsing winning locaties

De meeste drinkwaterbedrijven hebben hun grondwaterwinningslocaties in verband met de verontreinigingen buiten de stad geplaatst, stelt Hartog. “Maar met het toenemend aantal  WKO-systemen in het stedelijk gebied, creëer je mogelijk, afhankelijk van de plaatsing, een soort snelweg waardoor de verontreinigingen sneller de winninglocaties kunnen bereiken. Dat geldt ook voor Utrecht. De huidige WKO-systemen zitten vooral in het eerste watervoerende pakket. Vitens onttrekt nu grondwater uit het tweede watervoerende pakket. Daar zitten vooralsnog geen WKO-systemen. Maar als die er gaan komen, moet je opletten dat de verontreinigingen zich niet te snel gaan verspreiden.”
Gebiedsgerichte aanpak
De opgedane inzichten kunnen volgens Hartog ondersteuning en sturing bieden aan gebiedsgericht beheer van verontreinigd grondwater en bij  de inpassing van WKO-systemen in de ruimtelijke ordening. Zo is het mogelijk de verdere ruimtelijke inpassing van WKO-systemen te optimaliseren voor gebiedsspecifieke omstandigheden. Hierbij kan bijvoorbeeld de menging en verdunning van verontreinigingen door WKO-systemen worden beïnvloed op basis van de afgewogen risico’s.