Kwaliteit Nederlands zwemwater verbetert, maar blijft onder Europees gemiddelde

De Europese Unie heeft in 2015 meer dan 21.000 Europese kust- en binnenwateren beoordeeld. De wateren kregen op basis van watermonsters de status ‘uitstekend’, ‘goed’, ‘aanvaardbaar’ of ‘slecht’. In het rapport worden 24 Nederlandse zwemwaterlocaties (3,4%) als ‘slecht’ beoordeeld. In 2014 betrof dat nog 35 Nederlandse wateren. Volgens de Nederlandse rapportage verbeterde de waterkwaliteit van een aantal zwemwateren, maar tegelijkertijd verslechterde de kwaliteit van minstens tien wateren die wisselden van de status ‘aanvaardbaar’ naar ‘slecht’.

De landen met het grootste, absolute aantal zwemwateren met een slechte kwaliteit zijn:  Italië (95, 1,7 % ), Frankrijk (95, 2,8 % ) en Spanje (58, 2,6 %).  In het  Europese rapport krijgen 24 van de 714 Nederlandse zwemlocaties het predicaat slecht, dat zijn 11 locaties minder dan in 2014. Desondanks heeft Nederland procentueel gezien een hoger percentage (3,4%) aan wateren waarvan de status slecht is dan Italië, Frankrijk en Spanje.


 
Edwin Kardinaal, expert zwemwater van het KWR Watercycle Research Institute stelt dat het feit dat Nederland zoveel binnenlandse wateren heeft aangemeld de lage scores veroorzaken. Landen, zoals Malta en Cyprus, hebben slechts kustwateren hebben beoordeeld. Kardinaal: “Dat geeft per definitie betere resultaten omdat de invloed van de bronnen op de waterkwaliteit van kustwateren beperkter is dan in stagnant, vaak kleiner, binnenwater. Ter illustratie: van de 92 onderzochte Nederlandse kustwaterlocaties heeft slechts één locatie het predicaat 'slecht'. “

Criteria
De Europese zwemwaterlocaties worden beoordeeld op de aanwezigheid van fecale indicatoren (poep). De wateren worden gecontroleerd op Escherichia coli en enterococcen. Deze bacteriën kunnen afkomstig zijn van mensen, maar ook van warmbloedige dieren, zoals vogels, koeien en honden. Volgens Kardinaal staat de kwaliteit van het Nederlandse zwemwater in het binnenland ook onder druk omdat er in ons land vaak meerdere functies in hetzelfde water worden gecombineerd.  “Wij willen schapen op de dijk, natuurgebieden waar vogels beschermd zijn en we zijn dol op honden. Dat leidt tot fecale verontreiniging die niet per definitie te wijten valt aan slecht functionerende afvalwaterzuiveringsinstallaties, het overstorten van rioolwater, of beperkte hygiëne van zwemmers.”

DNA-analyse leidt naar de bron
KWR werkt met DNA-merkers om onderscheid te maken tussen poep van mensen en poep van dieren. Zo kan het onderzoeksinstituut de bron van fecale vervuiling makkelijk opsporen. Kardinaal: “Dat doen we al enkele jaren in opdracht van Rijkswaterstaat en ook steeds meer waterschappen gaan de methode inzetten om zodoende gerichte maatregelen te kunnen nemen en achteraf te kunnen monitoren of getroffen maatregelen zin hebben gehad.” Volgens de Europese zwemwaterrichtlijn had in 2015 al het zwemwater in Europa op zijn minst van “aanvaardbare” kwaliteit  moeten zijn. Dat is nog niet het geval. Lidstaten moeten nu aantonen dat ze er alles aan doen om de waterkwaliteit te verbeteren, het uitvoeren van (DNA) onderzoek maakt deel uit van de aanpak om tot betere zwemwaterkwaliteit te komen.

Meer informatie
Op de website www.zwemwater.nl is actuele informatie beschikbaar.