Kwaliteit Nederlands zwemwater onder Europees gemiddelde

In het rapport worden 35 Nederlandse zwemwaterlocaties als ‘slecht’ beoordeeld. Relatief gezien voldoet daarmee een groot aantal Nederlandse wateren niet aan de norm. Cyprus, Malta en Luxemburg scoren met 100% ‘uitstekende wateren’ het best. Roemenië (22%), Albanië (36%) en Polen (56%) hebben het laagste aantal ‘uitstekende’ wateren. De Europese Unie heeft in 2014 meer dan 21.000 Europese kust- en binnenwateren beoordeeld. De wateren kregen op basis van watermonsters de status ‘uitstekend’, ‘goed’, ‘aanvaardbaar’ of ‘slecht’. 
De landen met het grootste, absolute aantal zwemwateren met een slechte kwaliteit zijn:  Italië (107, 2 % ), Frankrijk (105, 3 % ) en Spanje (67, 3 %).  In het  Europese rapport krijgen 35 van de 715 Nederlandse zwemlocaties het predicaat slecht. Procentueel gezien heeft Nederland een hoger percentage (4,9%) aan wateren waarvan de status slecht is dan Italië, Frankrijk en Spanje (zie figuur 1). 

Figuur 1. Zwemwaterkwaliteit resultaten in 2014 voor de 28 EU-lidstaten en voor andere landen met resultaten van de kwaliteit van zwemwater (uit: EEA Report No 1/2015) 

Aan de kust krijgen Katwijk aan Zee en twee locaties in de Eems/Dollard het predicaat ‘slecht’, de rest van de kwalitatief slechte Nederlandse zwemwateren bevindt zich in het binnenland Volgens Edwin Kardinaal, expert zwemwater van het KWR Watercycle Research Institute, kan het feit dat Nederland zoveel binnenlandse wateren heeft aangemeld de lage score veroorzaken. Er zijn landen, zoals Malta en Cyprus, die slechts kustwateren hebben beoordeeld. Kardinaal: “Dat geeft per definitie betere resultaten omdat de invloed van de bronnen op de waterkwaliteit van kustwateren beperkter is dan in stagnant, vaak kleiner, binnenwater.” 

Criteria
De Europese zwemwaterlocaties worden beoordeeld op de aanwezigheid van fecale indicatoren (poep). De wateren worden gecontroleerd op Escherichia coli en enterococcen. Deze bacteriën kunnen afkomstig zijn van mensen, maar ook van warmbloedige dieren, zoals vogels, koeien en honden. Volgens Kardinaal staat de kwaliteit van het Nederlandse zwemwater in het binnenland ook onder druk omdat er in ons land vaak meerdere functies in hetzelfde water worden gecombineerd.  “Wij willen schapen op de dijk, natuurgebieden waar vogels beschermd zijn en we zijn dol op honden. Dat leidt tot fecale verontreiniging die niet per definitie te wijten valt aan slecht functionerende afvalwaterzuiveringsinstallaties, het overstorten van rioolwater, of beperkte hygiëne van zwemmers.” 
DNA-analyse leidt naar de bron
Kardinaal voegt toe: “Bij KWR werken we sinds een paar jaar met DNA-merkers om onderscheid te maken tussen poep van mensen en poep van dieren. Met die methode kunnen we de bron van fecale vervuiling makkelijk opsporen. Dat doen we al enkele jaren in opdracht van Rijkswaterstaat en ook  steeds meer waterschappen gaan de methode inzetten om zodoende gerichte maatregelen te kunnen nemen.” In 2015 moet al het zwemwater in Europa op zijn minst een voldoende scoren. Er is dus nog werk aan de winkel. “Op termijn zou het identificeren van de bron van fecale herkomst wel eens kunnen leiden tot het oprekken van de zwemwaterrichtlijn. Wellicht dat de European Environment Agency (EEA) in de toekomst bij de beoordeling van zwemwater aan de hand van de bronopsporingsresultaten met behulp van DNA rekening zal gaan houden met de aanwezigheid van dierpopulaties” , stelt Kardinaal. 
Binnenwateren
De Unie van Waterschappen (UvW) liet middels een persbericht weten dat de zwemwaterkwaliteit in Nederland grotendeels goed is en dat de kwaliteit ten opzichte van 2013 licht is verbeterd.  Toch plaatst de UvW ook een kanttekening: “Desondanks heeft Nederland een relatief hoog percentage zwemwaterlocaties met een slechte kwaliteit (4.9%) ten opzichte van andere Europese landen. De oorzaak is dat Nederland veel meren en plassen heeft. Deze binnenwateren hebben meer last van verontreiniging”, schrijft de UVW in een persbericht. 

Op de website www.zwemwater.nl is actuele informatie beschikbaar.