De nieuwe Sentinel-2-sateliet combineert hoge resolutie en nieuwe multispectrale mogelijkheden en biedt ongekende details van de aarde (foto:ESA)

De Kaderrichtlijn Water staat het gebruik van satellietdata om bijvoorbeeld algenbloei te meten niet in de weg. Dat is volgens Annelies Hommersom van Water Insight een wijdverbreid misverstand in de Nederlandse waterwereld. Zo zetten Finland en Zweden al satellietdata in voor de KRW. Dat blijkt uit de recent verschenen White Paper van het EOMORES-consortium dat sinds 2016 de mogelijkheden van satellietdata voor de monitoring van KRW-parameters onderzoekt.

Het EOMORES-project startte drie jaar geleden met een subsidie van het EU Horizon 2020-programma. Doel was om operationele monitoring en rapportageservices te ontwikkelen voor binnen- en kustwateren, gebaseerd op een combinatie van de nieuwste satellietdata, innovatieve in situ instrumenten en ecologische modellen. In het project werkten negen partners uit zes landen, waaronder in Nederland Deltares, met elkaar samen.

Satellietdiensten opgezet en gevalideerd

Zo heeft coördinator Water Insight gedurende het project voor een aantal waterbeheerders satellietdiensten opgezet en gevalideerd. Bijvoorbeeld om chlorofyl, blauwalgen, doorzicht en zwevend stof in binnenwateren te monitoren. De Nederlandse richtlijnen voor het monitoren van de waterkwaliteit zijn hier echter nog niet op aangepast. In Nederland kunnen we, in tegenstelling tot koplopers als Finland en Zweden, waterlichamen frequent genoeg bemonsteren en heeft monitoring uit de ruimte volgens sommige betrokken partijen weinig toegevoegde waarde.

Van onderzoeks- naar operationele fase

Volgens Hommersom is er wel degelijk een toegevoegde waarde. Satellieten leveren ruimtelijke informatie, voor het hele wateroppervlak. Zeker nu met door de Europese Unie gelanceerde nieuwste generatie satellieten nog duidelijkere opnames kunnen worden gemaakt. “We zijn nu van de onderzoeksfase naar de operationele fase gegaan”, benadrukt Hommersom. Het betekent dat waterbeheerders ervan uit kunnen gaan dat ook de komende jaren genoeg data beschikbaar is.

Lidstaten zijn momenteel verantwoordelijk voor de nationale monitoring van de KRW-parameters. Hierbij schrijven ze vaak bepaalde technieken voor bij bepaalde metingen. De Nederlandse richtlijnen zijn echter ‘beperkter’ dan de EU KRW.

Ruimte in richtlijn laten

In Nederland zijn verschillende organisaties betrokken bij het opstellen en verbeteren/vernieuwen van KRW-richtlijnen, waaronder STOWA. “Het recent verschenen document pleit ervoor om in deze richtlijnen ruimte te laten voor het gebruik van aardobservatiedata. Dit kan je ook meer algemeen formuleren, met ‘ruimte laten voor het gebruik van innovatieve technieken voor monitoring’. Waterbeheerders kunnen dan zelf de keuze maken welke (combinatie van) methoden het meest geschikt zijn voor de wateroppervlakken onder hun beheer.” Hommersom gaat graag in gesprek met de verantwoordelijke organisaties om het toelaten van innovatieve technieken mogelijk te maken.