Kritische vragen tijdens Deltadebatten

Tijdens het eerste debat op 13 mei bleek dat er veel bewondering is voor de wijze waarop het Deltaprogramma een nieuwe systematiek heeft ontwikkeld om de nieuwe dijknormen vast te stellen. Tegelijkertijd waren er vragen over de gekozen aannames, en de uitwerking wat dit gaat betekenen voor dijkversterking zal de nodige maatschappelijke discussie oproepen.

Een van de sprekers die kanttekeningen plaatste was filosofe en civiel ingenieur dr. ir. Neelke Doorn van de TU Delft. “In de kosten-batenanalyse en de veiligheidsnorm zitten tal van aannames, zijn die terecht? ” Zo is het veiligheidsrisico gesteld op 1:100.000, terwijl dat bij chemische installaties een factor 10 lager is. “De argumentatie van de minister hiervoor is wel heel erg dun.” Later in het debat weersprak Bert Naarding van het Deltaprogramma dat argument: “Er is uitvoerig over geschreven, en die keuze is ook besproken met de Tweede Kamer.”
Als tweede aanname noemde Doorn dat de kosten-batenanalyse rekent met een bepaalde discontovoet, die in Nederland veel hoger ligt dan bijvoorbeeld waar de overheden in Frankrijk en Engeland mee rekenen. ‘Die hogere discontovoet betekent dat nu investeren om in de toekomst schade te voorkomen relatief erg duur wordt.’
Waterschapsbelasting
Verder signaleerde ze dat de discussie over de nieuwe dijknormen nu nog volledig buiten de burgers om gaat. “Maar zij worden er straks wel mee geconfronteerd, vanwege een hogere waterschapsbelasting of werkzaamheden aan de dijk voor hun huis, of erger nog.” Daarmee maakte ze een mooi bruggetje naar wat wel het meest kwetsbare onderdeel van de zo toegejuichte systematiek kan gaan worden: wat betekent die in de praktijk?
Rivierengebied
In het tweede debat op 11 juni ging het vooral over dijken in het riviergebied. Alle sprekers waren het er over eens: zorg dat de dijken langs het rivierengebied goed op sterkte zijn, want ze zijn voor het tegenhouden van het water bij hoge rivierafvoeren cruciaal. Voor het beantwoorden van de vraag of ze ook hoger moeten worden of dat de rivier extra ruimte krijgt, is er de komende decennia nog tijd genoeg.In het rivierengebied is de opgave om te zorgen voor voldoende waterveiligheid groot, zo benadrukten de sprekers.
Zoetwatervoorziening
Het derde debat op 1 juli staat in het teken van de zoetwatervoorziening. Vragen die in dit debat aan de orde komen zijn: hoe zit het met de beschikbaarheid van zoet water in droge perioden en wat zijn de risico’s van droogte? Wat kunnen de waterschappen leveren en zitten telers of bedrijven die veel water nodig wel op de juiste plek? Nu het KNMI voorspelt dat extremen in het weer zullen toenemen, is het zoetwatersysteem daarvoor wel voldoende robuust ingericht? Hoe zit het met de verdeling van risico’s van droogte tussen de waterschappen en de gebruikers? Mag je verlangen dat bedrijven/instanties met een grote zoetwaterbehoefte ook bij extreme droogte volledig worden bediend, of is het hun eigen verantwoordelijk te zorgen voor een voorraad van deze grondstof, zoals dat ook geldt voor andere grondstoffen?

De verslagen van de debatten zijn hier terug te lezen.