Komkommertijd: voorspellen is ook een vak…

Inderdaad: alle vier KNMI-scenario’s vertonen de komende decennia een gestaag toenemende zomer- en wintertemperatuur. Dat onze regio sneller opwarmt dan het wereldgemiddelde heeft overigens weinig met het versterkte broeikaseffect te maken. Bekend is immers dat de zomertemperatuur mede is gestegen vanwege de spectaculaire toename van het aantal zonuren, dit als gevolg van het terugdringen van de luchtverontreiniging na de jaren ’80. Terwijl de zachtere winters vooral het gevolg zijn van de overheersende westelijke winden die relatief warme lucht aanvoeren vanaf de, door de Golfstroom opgewarmde, noordelijke Atlantische Oceaan. 
Dat ‘warme’ klopt dus wel. Maar hoe zit het met dat ‘natte’? Tja, wat dat betreft heeft de NOS-weerman ruime keuze . Want twee van de vier scenario’s gaan uit van nattere zomers, terwijl  de twee andere juist een forse afname van de zomerneerslag signaleren! Overigens was juli 2014 (95 mm) inderdaad wat natter dan normaal, maar nog verre van een top-10 klassering. Het jaar 1930 is nog steeds recordhouder (130 mm).
Enkele dagen geleden wederom een bericht van de KNMI: Onweer en overvloedige regen. Dit keer gaat het over het aantal dagen met zware regen. Dat aantal is deze zomer al opgelopen tot 9, terwijl 4-5 ‘normaal’ is. De toename van extreme neerslag  klopt met de klimaatscenario’s, aldus KNMI. Een eerdere studie van KNMI laat echter zien dat we in de jaren ’60 van de vorige eeuw ook al te maken hadden met een spectaculaire stijging van het aantal dagen met zware regen. En toen moest de wereldwijde opwarming nog beginnen! 
Dan nog iets opmerkelijks in de klimaatbrochure van KNMI. In de tabel op pagina 4 suggereert men dat de zeespiegel bij de Noordzeekust over de periode 1981-2010 sneller is gestegen (2 mm/jaar) dan gedurende de periode 1951-1980 (1,2 mm/jaar). Is er dan toch sprake van een versnelling? Deze constatering is evenwel in tegenspraak met zo’n beetje alles wat er op dit punt is gezegd en geschreven. Gelukkig neemt KNMI op bladzijde 14 weer gas terug: er is geen sprake van een versnelde stijging. Toch merkwaardig.
Tot slot dit. De KNMI-klimaatscenario’s zijn gestoeld op het werk van IPCC, met name dat van Werkgroep 1 die zich bezig houdt met de ‘physical science basis’. In het voorjaar beviel  IPCC vervolgens van nog een ander rapport – van Werkgroep 2 – dat specifiek ingaat op de gevolgen (‘impacts’) van klimaatverandering. Voor wat betreft ‘coastal and inland flooding’ – zeg maar: wateroverlast – legt IPCC in dat rapport een één op één relatie met klimaatverandering: zeespiegelstijging en zwaardere neerslag. IPCC verzuimt echter de belangrijkste risicofactoren te benoemen: bodemdaling en menselijke ingrepen in het stroomgebied zoals ontbossing, bebouwing van flood plains, kanalisatie en veranderend landgebruik. Gemiste kans. Voor mij vormde deze omissie de aanleiding me te registreren als ‘expert reviewer’ voor IPCC’s aanstaande Synthesis Report en heb mijn mening kenbaar gemaakt. Ben benieuwd.

Bert Amesz volgt voor
Waterforum de ontwikkelingen op het gebied van klimaatverandering. Amesz is
auteur van het
boek  ‘Aan de knoppen van het klimaat’ dat eind 2012 verscheen. Vanuit zijn
expertise duidt hij de scenario’s die ten grondslag liggen aan politieke
beslissingen en beleid in de watersector.