“Klimaatverandering vraagt om aanpassingen energiesector en beter watermanagement”

Door Annemarie Geleijnse

U bent onderzoeksleider van een onlangs in Nature Climate Change gepubliceerde studie naar de effecten van klimaatverandering op rivierwater en elektriciteitsproductie. Kunt u de belangrijkste conclusies kort samenvatten?
“We tonen aan dat de elektriciteitssector wereldwijd niet alleen een belangrijke veroorzaker is van klimaatverandering, maar zelf ook kwetsbaar is hiervoor. Bij meer dan zestig procent van de elektriciteitscentrales wereldwijd zullen veranderingen in de beschikbaarheid van rivierwater en een stijging van watertemperatuur leiden tot een afname van de productiecapaciteit. Zowel waterkrachtcentrales als thermische centrales die afhankelijk zijn van rivierwater voor de koeling zijn kwetsbaar.”

Dat is geen hypothetisch risico?
“Nee. De afgelopen jaren zijn centrales in kwetsbare gebieden, zoals in Zuid-Europa en delen van de VS, er al meermaals mee geconfronteerd dat ze op een lagere capaciteit moesten werken of zelfs tijdelijk moesten stoppen vanwege langdurige droogte of een hittegolf.” 

De kwetsbaarheid van de energiesector toonde jullie in 2012 ook al eens aan. Wat voegt deze studie toe?
“We hebben nu op wereldschaal hiernaar gekeken. Daarbij signaleren we nu niet alleen het probleem maar hebben we ook zes verschillende technologische aanpassingen om waterschaarste te compenseren, doorgerekend. Want om te kunnen voldoen aan de wereldwijd groeiende elektriciteitsvraag zijn aanpassingen in de energiesector van groot belang.”

Wat voor soort aanpassingen komen aan bod?
“We laten zien dat voor waterkrachtcentrales een efficiencytoename van tien procent in de meeste regio’s voldoende zou moeten zijn om waterschaarste te compenseren. Voor thermische centrales hebben we gekeken naar veranderingen van koelsystemen en het meer gebruik maken van droge (lucht)koelsystemen en koeling met zeewater voor centrales nabij de kust.”

Welke richting is het meest kansrijk?
“Het meest effectief is het om te focussen op die centrales die het meest kwetsbaar zijn, dus in gebieden staan waar waterschaarste naar verwachting het sterkst toeneemt. Hier zou je bij thermische centrales de koelsystemen los moeten koppelen van rivierwaterkoeling. Dat kan door zeewater te gebruiken of door droge-(lucht)koelsystemen te gebruiken in plaats van open koelsystemen of koeling in natte koeltorens.”

Speelt dit wel in Nederland? Waterschaarste staat hier wat minder hoog op de agenda dan in andere delen van Europa en de wereld. . .
“Zeker, de kwetsbaarheid is het meest urgent in de VS, Zuid-Amerika, Zuidelijk Afrika, het zuiden van Europa, Zuidoost-Azië en het zuiden van Australië. Maar je ziet dat ook de Rijn en de Maas de gevolgen van klimaatverandering ondergaan. Uit eerdere studies van onder andere Deltares en diverse ingenieursbureaus bleek al ook dat afnamen in zomerafvoer van de Rijn en Maas te verwachten zijn. Effecten van waterschaarste voor de energiesector waren ook al zichtbaar tijdens de warme, droge zomers van 2003 en 2006.”

Is Nederland zich hiervan voldoende bewust?Heeft u daar op basis van de reacties op uw studie een beeld van?
“Het viel op dat de belangstelling van pers en kennisplatformen uit de hele wereld heel hoog was, maar dat het met name storm liep vanuit de VS, China en Spanje. Daar is het geen ver-van-je-bed, beleidsmatig verhaal over toekomstige bedreigingen maar speelt dit nu al.”

Welke technologische aanpassingen zijn hier in Nederland op zijn plaats?
“Nederland heeft het grote voordeel aan zee te liggen waardoor we de mogelijkheid hebben zeewaterkoeling te gebruiken”, aldus Van Vliet. “Je ziet dat er bij de bouw van nieuwe centrales dan ook al vaker wordt besloten deze aan de kust te bouwen.”

Niet alleen de energiesector maakt gebruik van rivierwater. Ook de drinkwaterbedrijven, huishoudens, boeren en industrie zijn er deels van afhankelijk. Zou je dat niet ook moeten meenemen in het nadenken over oplossingen?
“Zeker. Daarom roepen we ook op om naast technologische aanpassingen aan centrales verbeteringen door te voeren in het watermanagement. Een integrale aanpak is daarbij essentieel. Het zou goed zijn om meer crosssectoraal naar watergebruik te kijken.”

Dat zie je wel enigszins in het hergebruik van warmte, maar in het water toch nog weinig. De voorbeelden van boeren die afvalwater van de industrie gebruiken voor irrigatie liggen bijvoorbeeld niet voor het oprapen?
“Ik vind dat hergebruik van water tussen de verschillende sectoren meer gestimuleerd zou moeten worden. Met name in gebieden waar waterschaarste nu al speelt, is het essentieel daarmee aan de slag te gaan. De vraag naar en beschikbaarheid van water moeten beter worden afgestemd tussen de verschillende sectoren.”

Ons Rijn- en Maaswater komt uit Duitsland. Dit vraagt om een Europese aanpak?
“Wereldwijd geldt dat waterlopen en elektriciteitstransporten over landsgrenzen heen gaan. Dus inderdaad moet je dit regionaal, in ons geval Europees, oppakken. Dat is ook waarom we ervoor hebben gekozen deze studie op zo’n grote schaal uit te voeren en te presenteren.” 

Jullie studie is gebaseerd op simulaties van rivierafvoer, watertemperatuur en elektriciteitsproductie in de 21e eeuw, waarbij de gegevens zijn verwerkt over 24.515 waterkrachtcentrales en 1427 thermische elektriciteitscentrales. Richten jullie je boodschap ook vooral op deze bedrijven?
“Ik verwacht dat operators van centrales zich gezien hun commerciële belangen terughoudend zullen opstellen. Aanpassingsmaatregelen gaan gepaard met enorme investeringen. We richten ons daarom óók op overheden. Zij dragen een zekere verantwoordelijkheid als het gaat om water- en energiezekerheid voor de maatschappij.”