De rode, Amerikaanse rivierkreeft is een invasieve exoot die zich razendsnel voortplant (foto: Wikimedia Commons).

De Tweede Kamerleden Arne Weverling en Remco Dijkstra (beiden VVD) hebben de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Infrastructuur en Waterstaat vragen gesteld over de effecten die rode, Amerikaanse rivierkreeftjes hebben op de waterkwaliteit. Aanleiding is een krantenartikel waarin vice-voorzitter Hans Middendorp van de AWP waarschuwt voor het gevaar van deze invasieve exoten.

Middendorp stelt dat de tijd rijp is om de rivierkreeftjes aan te pakken. “Want we zijn die beestjes spuugzat!” Hij wijst erop dat de rode rivierkreeftjes met name onderwater een plaag zijn. “Ze hebben weinig vijanden en ze vreten de sloten soms letterlijk leeg. Ook veroorzaken ze extra bagger door het graven van hun holen waarin ze zich verschuilen.” Dat alles heeft consequenties voor de waterkwaliteit.

Uitspraken Middendorp gecheckt bij de ministers
Dat laatste willen de Kamerleden graag checken bij de bewindslieden. Zij vragen de ministers onder meer of eerder is onderzocht wat het effect van de Amerikaanse rivierkreeft is op de biodiversiteit in Nederlandse wateren, met name op andere diersoorten en waterplanten. En ze vragen of de ministers het met Middendorp eens zijn dat de aanwezigheid van de Amerikaanse rivierkreeft een negatief effect heeft op de waterkwaliteit, met name door het creëren van extra bagger. Tot slot willen de Kamerleden graag weten of de bewindslieden de mening delen dat de EU-afspraken rondom de reinheid van het oppervlaktewater niet gehaald worden door de ontstane problematiek met de Amerikaanse rivierkreeft.

Moeilijk uit te roeien
In het krantenartikel (Algemeen Dagblad) krijgt Middendorp steun van onder anderen Ernst Raaphorst, die als ecoloog werkzaam is voor hoogheemraadschap Delfland. Raaphorst stelt dat de Amerikaanse rivierkreeftjes zich moeilijk laten uitroeien: “Het diertje plant zich razendsnel voort en is enorm mobiel, want het kan zich ook over land verplaatsen.” Middendorp wijst erop dat de waterschappen verantwoordelijk zijn voor de chemische en biologische waterkwaliteit, en dus ook voor de rivierkreeftjes die de natuur onder het wateroppervlak kapotmaken. Door het graven van holletjes in de oever, zorgen de kreeften volgens onderzoek tot 25 procent extra bagger per jaar.

Veldproef mits Unie van Waterschappen meedoet
De Algemene Waterschapspartij (AWP) Delfland, waarvan Middendorp fractievoorzitter is, heeft in een motie aan het College van Delfland gevraagd om te onderzoeken of het wegvangen van rode rivierkreeftjes soelaas kan bieden. Het College heeft daarop toegezegd om in 2019 een veldproef uit te voeren, mits ook de Unie van Waterschappen wil meedoen. Volgens Middendorp is het essentieel dat zowel de beroepsvissers als de sportvissers worden betrokken bij de bestrijding van het rode rivierkreeftje. “Het effect van wegvangen van kreeften is in Nederland nog niet goed bestudeerd”, stelt hij. “Onder de Visserijwet mogen alleen beroepsvissers een kreeftenkorf gebruiken – vooralsnog de enige mogelijkheid om effectief aan bestrijding te doen. Maar daar wringt de schoen: voor de beroepsvisserij is het commercieel niet zo interessant om die bestrijding op te pakken. Het zou helpen als ook hengelsporters toestemming krijgen om de kreeftenkorf te gebruiken. Nu mag dat nog niet en heet het ‘stropen’ als amateurs van een korf gebruikmaken.”

Staat Visserijwet in de weg?
Op basis van de uitspraken in het krantenartikel willen de twee VVD-Kamerleden ook graag van de ministers horen of de huidige Visserijwet een effectieve aanpak van de problemen werkelijk in de weg staat. Maar bovenal willen Weverling en Dijkstra weten of de ministers bij de waterschappen willen laten inventariseren of de problemen in het gehele land worden ervaren. Op basis van die inventarisatie zou vervolgens moeten worden vastgesteld of de waterschappen genoeg instrumenten hebben om de problematiek aan te pakken en zo nodig zou moeten worden gekeken wat nodig is om de waterschappen deze instrumenten wel te bieden. Het Kamerreglement schrijft voor dat Kamervragen binnen drie weken worden beantwoord.