Kamerleden bezorgd over waterkwaliteit

Minister Schultz nam tijdens het overleg ruim de tijd om alle vragen die de Kamerleden hadden ingediend te beantwoorden. De Commissieleden dankten haar hartelijk voor de uitleg, maar dienden desondanks twintig moties in. “Volgens de minister was een groot deel van die moties overbodig of ondersteunend aan beleid.” Slechts een enkele motie werd door haar ontraden.

Uitvoering KRW

Het wetgevingsoverleg stond vooral in het teken van waterkwaliteit. Voor de Kamerleden is het onduidelijk in hoeverre Nederland op koers is met de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water. De recente onderzoeken van PBL en Deltares geven daarover namelijk geen eenduidig beeld. Deltares zegt dat de waterkwaliteit verbetert en volgens PBL is dat niet zo. “De verschillende resultaten van de instituten zijn het gevolg van verschillende meetmethoden. In de wetenschap zijn er verschillende waarheden”, stelt de minister.

Nulmeting

Eric Smaling van de SP vindt dat te vaag en hij diende dan ook een motie in om een nulmeting af te dwingen, waarna kan worden vastgesteld wat de effecten van specifieke maatregelen zijn. Minister Schultz ontraadt het indienen van die motie. “In 2009 is er een nulmeting gedaan. Er wordt nu gekeken naar de status van een waterlichaam en niet naar de effecten van specifieke maatregelen. Dat is bijna niet vast te stellen”, aldus de minister.

Nieuwe stoffen

In het overleg benadrukte de minister nog eens dat zij ervan uit gaat, dat Nederland in 2027 aan de Kaderrichtlijn Water kan voldoen. “Wellicht dat we in 2021 een extra inspanning moeten gaan leveren, maar ik denk dat het haalbaar is en dat we ons realistische doelen stellen.” Er zijn wel zorgen over nieuwe stoffen die nu niet in de Kaderrichtlijn Water worden meegenomen, zoals microplastics en medicijnresten. Minister Schultz deelt die zorg, maar geeft aan dat zij hier pro-actief mee om gaat. “Het Werkprogramma Schoon Water gaat hier, in aanvulling op de stroomgebiedbeheerplannen van de Kaderrichtlijn Water, nadrukkelijk op in en Nederland dringt er bij de Europese Commissie op aan om met een strategie te komen voor medicijnresten. Een paar medicijnresten worden al wel Europees breed met monitoring gevolgd en worden mogelijk op termijn als nieuwe stoffen aan de Kaderrichtlijn Water toegevoegd. In dat geval geeft de Europese Commissie lidstaten meer tijd dan 2027 om aan de nieuwe eisen te voldoen”, stelt de minister.

KRW-systematiek

Veel Kamerleden worstelen met de systematiek omtrent het behalen van de doelstellingen van Kaderrichtlijn Water. Het principe ‘One out, all out’ leidt tot verschillende moties die betrekking hebben op het aanpassen van de systematiek; van vereenvoudiging tot verfijning. Volgens minister Schultz zijn er onlangs tijdens het overleg van waterdirecteuren in Luxemburg alternatieve indicatoren aan de orde gesteld, maar ‘one out, all out’, blijft.  Kamerlid Roelof Bisschop (SGP) stelt voor om bilateraal partners te zoeken om zo in Brussel meer invloed uit te kunnen oefenen. Minister Schultz voelt wel wat voor die aanpak en zegt toe om internationaal contacten te leggen en de Commissie te informeren over de voortgang.

Regie op medicijnresten

Carla Dik-Faber (ChristenUnie) en Wassila Hachchi (D66) willen meer regie op de uitvoering van het programma schoonwater (tijdens het overleg omgedoopt tot het Deltaplan zoetwater) en op een Europese aanpak van medicijnresten. ‘De farmaceutische industrie doet niets. We zijn nu al drie jaar verder, maar er is nog geen resultaat. De overheid moet de regie nemen’, stellen de commissieleden. “We willen af van de slager die zijn eigen vlees keurt”, stelt Dik-Faber.

Meststoffen

Ook de verschillen tussen de nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water komen in het overleg opnieuw aan bod. De Kaderrichtlijn Water is strenger dan de nitraatrichtlijn. “Het oplossen van die verschillen is een complexe zaak”, zegt Schultz. Er is in Europa geen overeenstemming over harmonisatie omdat er grote belangen spelen. De minister geeft aan dat zij daar persoonlijk geen invloed op heeft. Lutz Jacobi (PvdA) en Wassila Hachchi dienen een motie in voor een uniform beleid met betrekking tot de lozingen van mestverwerkingsinstallaties. De risico’s van uitspoeling van meststoffen en antibiotica naar het grondwater moeten volgens de Kamerleden uitgebreid in kaart worden gebracht.