Jarig NWP wil impact in het buitenland verder vergroten

Voormalig NWP-directeur Jeroen van der Sommen blikte terug op de beginjaren en memoreerde de grote verdeeldheid binnen de Nederlandse water sector. “De Wereldbank vroeg ons mee te denken over de aanpak van de mondiale waterproblemen en wij kwamen niet verder dan een serie presentaties waarbij ieder zijn eigen zegje deed. Hoe anders was het enkele weken geleden tijdens de ontmoeting met de Wereldbank waar wij ons samen bogen over de problematiek van de watervoorziening in de arme sloppenwijken van grote wereldsteden. ” Van der Sommen roemde de huidige eensgezindheid binnen de Nederlandse watersector.

Het jubilieum werd gevierd in het Muntgebouw in Utrecht.

Onderlinge concurrentie
Toch is de onderlinge concurrentie, volgens Van der Sommen, lang een grote hinderpaal gebleven. “Om de impact in het buitenland te vergroten, zijn we aan de slag gegaan met nieuwe product-markt-combinaties. Maar vanwege de onderlinge concurrentie zijn die nooit van de grond gekomen. Toen is ervoor gekozen om de marktposities in niches waar we al goed in waren verder te versterken”, aldus de voormalig directeur.
Broos evenwicht tussen handel en hulp
Alom waardering was er voor de samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven, die binnen de watersector al werd gebezigd toen die binnen het topsectorenbeleid bredere bekendheid kreeg als ‘de gouden driehoek’. Voormalig bestuurslid Rolien Sasse wees in dit verband op de ‘vierhoek’ waarmee de watersector opnieuw vooruitloopt door in het buitenland ook met hulporganisaties samen te werken. “In het begin waren we een vreemde eend in de bijt, maar we hebben de kloof tussen hulp en handel kunnen overbruggen. ” 
Toch waarschuwde Sasse voor een te grote focus op de handel. “De nadruk ligt nu teveel op handel en daardoor lopen we het gevaar in de marge bezig te zijn. We lossen de mondiale waterproblemen niet op als we het zwakke bestuur en de armoede niet aanpakken.” Sasse wees op de goede, lokale relaties van de hulporganisaties waarvan de watersector in het buitenland gebruik kan maken. “Daar aanwezig zijn en hier niet teveel praten”, was haar advies.
Paviljoens en handelsmissies
De aanwezigheid van de Nederlandse watersector op buitenlandse vakbeurzen met het Holland paviljoen is een herkenbaar voorbeeld geworden van de gezamenlijke profilering in het buitenland. Ook de vele handelsmissie op het gebied van water naar landen als Roemenië, Polen, Indonesië, Bangladesh, China, Vietnam, Thailand, Australië Kenia, Mozambique, Ghana, Zuid-Afrika, Brazilië, hebben aan de bekendheid van de Nederlandse watersector bijgedragen. Tijdens de viering bleek dat het NWP deze twee buitenlandse activiteiten als belangrijke speerpunten voor de toekomst blijft zien. 
Nog meer impact
Het debat tijdens de viering kwam telkens terug op de vraag hoe de impact in het buitenland nog verder kan worden vergroot. Robert de Bruin van Van Oord riep op meer marktgericht te werk te gaan: “We moeten ons meer verbinden met mondiale ontwikkelingen en de consortia niet in Den Haag vormen maar in het buitenland met lokale partijen. Dichtbij de klant.” De Bruin riep op ruimte te laten voor gelegenheidscoalities. “De Nederlandse watersector blijft een kruiwagen met veel kikkers en die moet je niet plichtmatig bijeen willen houden.” 

Jeroen van der Sommen (l) en Geert Teisman tijdens het debat.
Koplopers creëren 
Bestuurslid Menno Holterman wees op nieuwe kansen die zich aandienen op het gebied van energie en grondstoffen. Hij pleitte voor een verbreding van de huidige benadering met de nichemarkten. “We worden steeds ondernemender en spelen steeds beter in op lokale behoefte. Het wordt steeds leuker, met kansrijke activiteiten als ‘more crop per drop’ waarbij we als watersector een verbreding maken naar de landbouw.” Volgens Holterman is het belangrijk om koplopers te creëren. “Het NWP moet die faciliteren en de overheid moet ze belonen”, zo luidde zijn wens.
Vitaal rollenspel
Hoogleraar Geert Teisman van de Erasmus Universiteit wees op het belang van een goed rollenspel tussen bedrijfsleven en overheid. “Dat moet vooral vitaal blijven”,  hield hij de aanwezigen voor. “Overheid en bedrijfsleven kunnen samen prikkels geven voor het ontwikkelen van innovatieve technologieën voor buitenlandse markten.  Maar de overheid moet daarbij een informele rol spelen en het bedrijfsleven in de ‘lead’ laten. Voor een vitaal rollenspel is het belangrijk de informele en formele rol gescheiden te houden”,  aldus Teisman.

Directeur Lennart Silvis toont zijn ambitie.
Collectief belang
Huidig NWP-directeur Lennart Silvis sloot de viering af met een doorkijk naar de toekomst. “Het NWP is meer dan een kantoor, het is en netwerkorganisatie met 200 deelnemers die allemaal op hun eigen manier actief zijn in het buitenland. Voor ons is het belangrijk daarin het collectieve belang te blijven zien en de zichtbaarheid van de hele sector in het buitenland te vergroten. “Met nieuwe consortia, zoals we die onlangs hebben gevormd voor de bescherming van Jakarta en in Bangladesh met de textielbranche, kunnen onze buitenlandse activiteiten naar een hoger niveau tillen. Maar daarbij zullen we wel keuzes moeten durven maken”, aldus Silvis.