“Ik wil waterbouw en watertechnologie met elkaar verbinden”

Door Annemarie Geleijnse

Sinds 1 november zwaait Joke Cuperus de scepter bij het Noord-Hollandse drinkwaterbedrijf. Een opmerkelijke transfer, want ze komt niet uit de drinkwaterwereld, maar van Rijkswaterstaat. Een bezwaar? Helemaal niet, ze ziet daar juist de kansen. Die liggen wat haar betreft in het verbinden van haar vroegere wereld, de waterbouw, met die waarin ze nu rondloopt: de watertechnologie.


(Foto Diederick Ingel)

Ruimte voor de rivier
De nieuwe PWN-directeur startte na haar studie Rechten als beleidsmedewerker Milieuzaken, werkte vervolgens lange tijd in het onderwijs, ondermeer als studentendecaan en als directeur Arbo- en Milieudienst bij de Rijksuniversiteit Groningen. De eerste kennismaking met de watersector kwam toen ze in 2003 directeur Stadsbeheer werd van de gemeente Groningen. In 2009 klopte een headhunter op haar deur met wat haar onderdompeling in de watersector ging worden: een functie als hoofdingenieur-directeur (HID) bij Rijkswaterstaat voor Gelderland en Overijssel.
“Het waterbeheer, maar vooral ook de wereld van de waterbouw vond ik heel aantrekkelijk”, vertelt ze. “Toen ik de laatste twee jaar ook HID Ruimte voor de Rivier werd, werd dat gevoel alleen maar sterker.” Ook was ze lid van de Deltacommissie Grote Rivieren. Ze vond en vindt het vakgebied fascinerend. “Het tot stand brengen van grote nevengeulen, de hele morfologie van de rivier, wat het water met slib doet, hoe stromen werken. Het was alleen al machtig om te zien hoeveel er geknutseld wordt aan een rivier.”
Het draaide daarbij niet alleen om het ruimte geven aan de rivier in het kader van de hoogwaterbescherming maar ook om de Kaderrichtlijn Water: droge voeten én kwaliteit.

Waterkwaliteit
Daar begon haar werk te raken aan de wereld die ze nu betreedt: die van het drinkwater. Al draaide het bij kwaliteit bij Rijkswaterstaat meer om ecologie dan om drinkwater. Ze gaf toestemming dode bomen in de IJssel te laten zakken om de flora en fauna te bevorderen, opende menig vispassage, maakte zich druk over de steur in de Waal. “Waterkwaliteit was meer daarop gericht dan dat het werd ingestoken vanuit het besef dat we bezig waren aan de bron voor drinkwater.”
Nu – komend van het begin van de waterkraan, het Rijnwater dat bij Spijk ons land binnenkomt, en aangeland bij het uiteinde van de keten, het IJsselmeer waaruit PWN het drinkwater haalt – realiseert ze zich hoe jammer dat is.  “Het besef dat de rivieren ook de bron vormen voor ons drinkwater zou bij Rijkswaterstaat veel meer op het vizier moeten komen.” Eigenlijk, zo blikt ze terug, kwam drinkwater pas echt goed in beeld toen in de Delta Stuurgroep ‘zoetwater’ als aparte groep werd benoemd.

Gescheiden werelden
Van de zuiveringstechnieken die waterschappen inzetten wist Cuperus veel af, maar van de stappen die drinkwaterbedrijven zetten, had ze bij Rijkswaterstaat geen helder beeld. “De ‘deltamens’ en de ‘drinkwatermens’ bevolken echt andere werelden. Bij een deltacongres zie je bijna geen drinkwatermensen. En bij een watertechnologieweek zie je bijna niemand uit de waterbouw.”
Dat moet anders, zo bepleit ze met klem. “We moeten er naar toe om die werelden veel meer met elkaar te verbinden; elkaars problematiek belichten, kennis over elkaar technieken delen, kansen koppelen.”

Ze ziet volop mogelijkheden. Neem microverontreinigingen. PWN is met Rijkswaterstaat aan het kijken hoe de plastic soep in Rijn, IJssel en de Waal zodanig kan worden aangepakt bij de bron dat er bij de zuivering tot drinkwater minder hinder is van microplastics. “Ik ben echt voorstander van ketensamenwerking. Het is mooi dat ik de kennis en ervaring die ik heb opgedaan, eerst aan de rioolkant bij de gemeente en toen bij de rivieren via Rijkswaterstaat , nu hier kan inbrengen.”
Het Bestuursakkoord Water ziet ze wat dat betreft als een mooie poging om de hele keten meer inzichtelijk te maken. “Of je een waterschap, een waterbedrijf, gemeente of het Rijk bent; je maakt deel uit van een keten.”

‘Hackathons’
Haar voorganger Martien den Blanken zette stevig in op technologie om  het drinkwater te zuiveren. Niet voor niets is als eerbetoon bij zijn pensionering het de eind 2014 in gebruik genomen drinkwaterproductiebedrijf in Andijk naar hem vernoemd. Tegelijkertijd legde de Vereniging van Rivierwaterbedrijven Riwa-Rijn, waar Blanken overigens voorzitter van was, de focus op het zo schoon mogelijk houden van de bron, het rivierwater. Die benadering spreekt Cuperus vanuit de ketengedachte die zij voorstaat wel aan. “Moet je vooral zuiveren aan de bron of aan het eind van de keten? Dat gesprek moeten we meer aan met elkaar.”

De nieuwe PWN-directeur zal haar oude collega’s van Rijkswaterstaat vaker gaan tegenkomen. Zo gaat ze met Melanie Schultz van Haegen, de minister die ze tot voor kort uit de wind moest houden, om tafel over de veelbesproken en voorlopig weer ingetrokken plannen voor het bouwen aan de kust. “Het is natuurlijk van groot maatschappelijk belang dat het drinkwaterbelang gediend en beschermd wordt. En als natuurbeheerder met veel duinen in ons gebied willen we de natuur graag zo ongerept mogelijk houden. Maar ik overzie niet wat precies het gedachtegoed van Schultz is rondom deze plannen. Ik hoor graag wat haar overwegingen zijn.”

Naast het verbinden wil Cuperus de komende tijd gaan inzetten op innovatie en verduurzaming. Enthousiast vertelt ze dat PWN in de plasticsoepaanpak werkt met ‘hackathons’, brainstormsessies van 24 uur aan een stuk  waarin naar oplossingen wordt gezocht met 3D-technieken. “PWN staat open voor vernieuwing. Dat vind ik belangrijk en daar wil ik aan blijven trekken.”

PWN Technologies
Niet alleen staat in haar nieuwe functie de politiek wat meer op afstand, ook is Cuperus nu verantwoordelijk voor de ambitieuze, technologische BV die onder het waterbedrijf hangt: PWN Technologies (PWNT). “PWNT laat voor mij duidelijk zien dat de organisatie met deze focus op nieuwe technieken in de vernieuwingsstand staat.” Ze wijst op de samenwerking met Singapore, onder meer voor membraantechnieken.
Tegelijkertijd lijkt Cuperus er nog niet helemaal uit of het op enige afstand zetten van de technologiepoot de enige weg is. “Het is natuurlijk niet voor niets hier op die manier ontstaan, maar ik weet niet of dat tot de eeuwigheid zo blijft. Vaak helpt het om zaken even te verbijzonderen. Ik weet niet of het ook was gelukt om dit dezelfde zwaarte mee te geven als de tak binnen het moederbedrijf PWN was gebleven. Ik ken de overwegingen van toen niet.”

Omgevingsbewust
Waar vroeger de waterwereld werd gedomineerd door ingenieurs rukken nu ook bestuurders uit andere disciplines op. Zo is Cuperus opgeleid als jurist. Dat ze geen technische achtergrond heeft, ziet ze niet als belemmering. “Juist omdat je niet zo diep in de materie zit, stel je gerichte vragen en krijg je andere zaken in je blikveld. Ik merk dat ik meer procesmatig, meer omgevingsbewust en klantgericht denk. Het verbreden, meer naar buiten gericht zijn en het kijken naar kansen en samenwerkingsmogelijkheden, zit in mijn genen. ”

Dit artikel is een verkorte weergave van het interview met Joke Cuperus dat verscheen in Waterforum Magazine, 2016, nr 1. Het hele artikel lezen? Download de Waterforum App in de Appstore of in de Google Play store en lees het magazine direct digitaal (via digitaal abonnement of koop het magazine eenmalig) .