Hydrochip boekt enorme tijdwinst oppervlaktewateronderzoek

De beoordeling van de kwaliteit van het oppervlaktewater gebeurt vooral door te kijken naar de ecologische kwaliteit: naar de aan- of afwezigheid van bepaalde soorten diatomeeën. Diatomeeën, kiezelwieren, zijn bepaalde ééncellige algen. Ze zijn als het ware een thermometer voor de waterkwaliteit. 
200 Monsters tegelijk
De Hydrochip kan een heleboel soorten diatomeeën tegelijk herkennen en geeft, door te kijken naar het DNA, gestandaardiseerde uitkomsten. Met de Hydrochip kun je , door het proces te automatiseren,  wel 200 monsters tegelijk beoordelen. Dat betekent een enorme tijd- en kostenwinst. Omdat de informatie uit de monsters bijna meteen beschikbaar is, kun je de resultaten ook voor doeleinden gebruiken die actuele informatie nodig hebben, zoals bij het beoordelen van zwemwater. 
De huidige methode neemt veel tijd in beslag; per watermonster is een onderzoeker een halve dag bezig. Gert van Ee, adviseur waterkwaliteit en ecologie bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, legt uit: “Nu wordt elk jaar in april een groot aantal monsters genomen uit het oppervlaktewater waarbij stukjes rietstengel worden geknipt waarop algen zitten. Biologisch analisten gaan vervolgens in het najaar al die monsters analyseren. Het jaar erop is de rapportage klaar.” 

  
Gert van Ee (HHNK)                                   Frank Schuren (TNO)
Hydrochip neemt routinewerk over
Het allergrootste voordeel van de Hydrochip is de heel andere manier werken, zegt Frank Schuren. “Tot nu toe moesten experts alle monsters achter elkaar analyseren. Het zijn bovendien lastige analyses. De nieuwe methode maakt het mogelijk om heel veel analyses tegelijk te doen. Ook is het niet echt meer nodig dat een expert het routinematige werk doet, al moet je wel verstand van zaken hebben.” Er zijn weinig echte experts op dit gebied in Nederland, aldus Schuren en Van Ee. “Het is een kwetsbare situatie”, aldus Gert van Ee. De Hydrochip biedt een oplossing. “De Hydrochip kan routinematige bepalingen doen, zodat de analisten specifiek onderzoek kunnen uitvoeren, wat hun werk ook interessanter maakt.”
Als ander voordeel noemt Schuren dat de uitkomsten van de chip mogelijk beter zijn: “Neem je drie experts dan kun je ook drie verschillende resultaten krijgen.” Voor Gert van Ee, die tot voor enkele jaren zelf in het veld watermonsters nam en stengels knipte, is het mooi om te zien dat de DNA-methode van de Hydrochip een nieuwe techniek is, met veel meer mogelijkheden dan voorheen.    
Diagnosemethoden medisch onderzoek
Bij TNO zijn ze veel bezig met diagnosemethoden voor medisch onderzoek, naar bijvoorbeeld darmflorastammen en verschillende bacteriesoorten in de vagina, mond en neusholte. Frank Schuren: “Die zijn niet eenvoudig te analyseren. Het is bijvoorbeeld moeilijk om darmflora te kweken. Dus kijken we naar het DNA: door analyse van DNA-stukjes kunnen we verschillende soorten onderscheiden. Dat gaat redelijk eenvoudig. En het grote voordeel om dat via DNA te doen is dat je veel soorten in één keer ontwaart.” Met de Hydrochip is deze DNA-methode nu ook voor het oppervlaktewater toegepast.
Kennis samenvoegen
“Het mooie van dit project is dat verschillende deskundigen hun kennis samenvoegen en dat geeft nieuwe mogelijkheden”, aldus Schuren. Hij is vooral expert op het gebied van microbiologie, DNA, en de gebruikte methodes. De specifieke kennis van het oppervlaktewater komt van partners. Schuren heeft eerder een legionella-chip ontwikkeld. Gert van Ee vindt de samenwerking door dit project tussen de praktijk en de wetenschap heel belangrijk: “Alle kennis komt bij elkaar en samen kom je tot iets heel mooi nieuws. Zo moet het!”
Een van de doelstellingen van het huidige project – dat gefinancierd wordt met Europese subsidie – is het kijken hoe de technologie het beste kan worden geïmplementeerd en uit te werken wat daar nog voor nodig is. “Het project loopt nog tweeënhalf jaar, en daarin moeten we nog behoorlijke stappen zetten, bijvoorbeeld ter verfijning van de techniek.” De Hydrochip is nu heel specifiek ontwikkeld voor diatomeeën, maar kan ook worden gebruikt voor andere levende organismen in water, zoals planten, vissen en macro-invertebraten als insectenlarven, weekdieren en wormen. 
Vernufteling
Frank Schuren valt bij de samenwerking met de watersector op dat er veel kennis en betrokkenheid is, maar dat er aan de technische kant nog flinke ruimte is om stappen te zetten. Hij is blij met de nominatie voor de Vernufteling, de jaarlijkse prijs die wordt uitgereikt aan het advies- of ingenieursbureau dat het meest vindingrijke project inzendt. “Sowieso goed qua PR, het helpt om het project meer zichtbaarheid te geven. Maar het is zonder meer ook leuk om te zien dat de ontwikkeling ervan in het veld wordt erkend. De Vernufteling is een competitie met een flink aantal inzendingen.”