Huidig mestbeleid niet voldoende voor schoon oppervlaktewater

De doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water komen wel in zicht als de fosfaatbelasting uit de landbouw met 40 procent wordt verminderd en de stikstofbelasting met 20 procent, stelt het PBL.  Dit staat echter op gespannen voet met de bemestingsadviezen. De huidige aanpak van het mestprobleem loopt dus tegen zijn grenzen aan. 

Overbemesting

Overbemesting is een actueel en omvangrijk probleem voor drinkwaterbedrijven, met name bij kwetsbare grondwaterwinningen in agrarische gebiedenop de uitspoelingsgevoelige zandgronden van de zuidelijke en oostelijke provincies, schrijft Vewin een persbericht. In 40 grondwaterbeschermingsgebieden zal de nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater in 2026-2030 naar verwachting hoger zijn dan 40 mg/l, volgens onderzoek van RIVM naar de effecten van het landelijk mestbeleid (2017).

Extra maatregelen

Er zijn volgens Vewin maatregelen nodig om de waterkwaliteitsdoelen in het ondiepe grondwater van de grondwaterbeschermingsgebieden te bereiken. Concreet gaat het dan om het voorkomen van de achteruitgang van waterkwaliteit. Op termijn dient de waterkwaliteit zodanig te verbeteren, dat de zuiveringsinspanning om drinkwater te produceren kan worden verlaagd. In de gebieden waar  normen nu en op termijn overschreden (dreigen te) worden zijn extra maatregelen nodig. Het gaat dan om maatregelen die normoverschrijdingen voor alle stoffen gerelateerd aan mestgift weg kunnen nemen: voor nitraat, zware metalen, sulfaat en hardheid.

Gemiddelden

Het PBL schrijft in de evaluatie dat de nitraatnorm van 50 mg/l  in het ondiepe grondwater op dit moment  gemiddeld bijna gehaald wordt.  In het zuidelijk zandgebied is er echter gemiddeld nog een grote overschrijding van 30 milligram  nitraat per liter. Voor 2027 is berekend dat bij ongewijzigd beleid de daling van de nitraatconcentratie in het zuidelijk zandgebied onvoldoende is om de nitraatnorm van 50 mg/l te halen. De verwachting van het PBL is dat het mogelijk is om hier op termijn wel gemiddeld te kunnen voldoen aan de nitraatnorm als er extra maatregelen genomen worden. Denk hierbij aan efficiëntere bemesting, beter bodembeheer, toepassing van vanggewassen en aanpak van mestfraude.

Kwetsbare winningen

Een gemiddeld doelbereik betekent echter dat de nitraatnorm nog steeds in 30 – 40% van de landbouwgebieden zal worden overschreden. Dit laatste is nu juist volgens Vewin het probleem voor de drinkwaterbedrijven. Een groot deel van de grondwaterwinningen voor drinkwaterproductie bevindt zich op gronden die bijzonder gevoelig zijn voor uitspoeling van meststoffen. Hierdoor wordt het grondwater in de gebieden rond  deze winningen bovengemiddeld belast met uitspoelend nitraat. Deze hoge concentraties worden uitgemiddeld over een grotere regio, waardoor het doel gemiddeld wel gehaald wordt, maar bij deze kwetsbare winningen niet.

Nitraatnorm

Vewin pleit er daarom voor dat de nitraatnorm van 50 mg/l voor het ondiepe grondwater specifiek moet gelden voor intrekgebieden van grondwaterwinningen voor drinkwaterproductie. Ook moeten er, zoals hiervoor aangegeven, maatregelen opgenomen worden in het 6e Nitraatactieprogramma gericht op grondwaterbeschermingsgebieden. Deze maatregelen moeten een combinatie zijn van verplichte en vrijwillige maatregelen. Het Rijk moet de regie blijven voeren en de regio ondersteunen met landelijk beleid en mogelijkheden voor financiering. Daarbij geldt dat de drinkwaterbedrijven de bestaande samenwerking met agrariërs graag verder uitbreiden om lokale problemen op te lossen.