Hoogleraar waterveiligheid Matthijs Kok hekelt concept van ‘slimme combinaties’

In het Deltaprogramma wordt de term ‘slimme combinaties’ gebruikt. Als een dijkversterking zeer kostbaar of ingrijpend is, bestaat de mogelijkheid te kiezen voor een ‘slimme combinatie’ van preventieve maatregelen en ingrepen in de ruimtelijke inrichting of rampenbeheersing, die bij elkaar het vereiste beschermingsniveau oplevert. Zo kunnen dijken die verder in het achterland liggen, verdere escalatie van een overstroming voorkomen waardoor de gevolgen minder ernstig zijn. Er hoeft dan minder te gebeuren aan de primaire kering. Inmiddels is er – mede naar aanleiding van een advies van de Adviescommissie Water – een ‘lerende’ evaluatie gestart naar de brede toepasbaarheid van het concept en de voorwaarden voor een succesvolle toepassing. Dit houdt in dat de evaluatie tijdens proefprojecten wordt uitgevoerd, waarbij (tussentijdse) resultaten al benut kunnen worden in deze lopende pilots. Het concept krijgt straks ook een plek in de nieuwe Waterwet.
Nieuwe risicobenadering
Het concept van de slimme combinaties is al een aantal jaren in gebruik in het waterveiligheidsbeleid, weet hoogleraar waterveiligheid Matthijs Kok van de TU Delft. Kok vindt de woordkeuze zeker getuigen van intelligentie. (lachend) “Wie kan er nou tegen slimme combinaties zijn?” De in het Deltaprogramma ontwikkelde term, legt hij uit, is bedacht vanuit de risicobenadering die de kansen op een overstroming wil verbinden met het beperken van de gevolgen ervan. “Je kunt risico’s op twee manieren verminderen: door de gevolgen van een overstroming te beperken of door de kans hierop terug te brengen. De nieuwe risicobenadering impliceert dat je dit vraagstuk integraal benadert. Zo is het concept van Meerlaags Veiligheid en de slimme combinaties bedacht: als je de gevolgen van een dijkdoorbraak beperkt, hoef je minder aan preventie te doen. Door meer aan evacuaties te doen, hoef je dus minder aan de dijken te doen. Theoretisch klopt het als een bus.” 
Crisisbeheersing
Bij het opstellen van de nieuwe veiligheidsnormen is echter reeds rekening gehouden met de crisisbeheersing (evacuaties) en ook met het beperken van de gevolgen van een overstroming met behulp van de dijken in het achterland. “Het wordt lastig om daar nog een extra inspanning bovenop te doen. De kans is klein dat je met slimme combinaties zoveel bereikt, dat dit een substantiële besparing op de waterkering oplevert.” Dat de slimme combinaties een loze kreet zijn, vindt Kok te sterk uitgedrukt. “Dat is wel heel erg zwart-wit gedacht. Je kunt niet uitsluiten dat er ergens een situatie is waarin het wel wat op zou kunnen leveren. Maar het feit dat men die gevallen niet benoemd heeft en naar het concept van de slimme combinaties grijpt, zegt volgens mij genoeg. In de praktijk zal het tegenvallen de norm voor de primaire waterkering te verlagen in ruil voor een grotere beperking van de gevolgen van een dijkdoorbraak.”

Effectiever
De hoogleraar waterveiligheid wil niet de indruk wekken dat hij het principe van MeerlaagsVeiligheid hekelt, “maar ik zie meer in het beter inpassen van de primaire kering in het landschap dan in het verder beperken van de gevolgen van een dijkdoorbraak. Wat ik voorop wil stellen, is dat de aandacht uitgaat naar effectieve maatregelen. Waar die getroffen worden, maakt in principe niet uit. Ik heb niet a priori een voorkeur voor preventie. Maar in de praktijk blijkt dit type maatregelen veel effectiever te zijn”, zegt de hoogleraar die is gespecialiseerd in dergelijke risicoanalyses. “De baten zijn groter dan de kosten, niet alleen maar in termen van geld. Dat toont de historie aan. Al moet je je natuurlijk altijd voorbereiden op wanneer het misgaat. Ik ben er zeker een voorstander van dat de crisisorganisatie goed op orde is.”

Nieuw toets-en ontwerpinstrumentarium
Minister Schultz (Infrastructuur en Milieu) wil dat waterschappen en Rijkswaterstaat in de dagelijkse praktijk anticiperen op de nieuwe veiligheidsnormering. En dat niet alleen op de dijktrajecten waar versterkingsopgaven het meest urgent zijn, maar ook bij ruimtelijke ontwikkelingen op en rond waterkeringen en rivierverruiming. De Tweede Kamer krijgt volgens verwachting eind 2015 het wijzigingsvoorstel voor de Waterwet toegestuurd, die de nieuwe normen voor waterveiligheid vastleggen. Tegelijk wordt er een nieuw wettelijke toets- en ontwerpinstrumentarium ontwikkeld. In 2017, voorziet de minister, kan er dan op basis van de nieuwe veiligheidsnormering worden getoetst. “Je kunt er niet van uitgaan dat de nieuwe aanpak in de praktijk meteen goed werkt, dus het is verstandig met de nieuwe normen te oefenen, zoals in het Deltaprogramma is aangekondigd. In het project Veiligheid Nederland in Kaart hier al mee gerekend.”
Behoorlijke stap
Dat  neemt niet weg dat het een behoorlijke stap is, meent Kok. De praktijk van het ontwerpen van dijken verandert ingrijpend, vooral voor het hoogwaterbeschermingsprogramma. Van belang is echter, benadrukt hij, dat de ervaringen worden teruggeleid naar het nieuwe toets- en ontwerpinstrumentarium, “anders staat het toetsen en ontwerpen ver van de praktijk. Dat is de enige weg om ervoor te zorgen dat mensen er ook mee kunnen werken. Het instrumentarium wordt nu in de studeerkamer bedacht, maar in de praktijk moet men ermee uit de voeten kunnen. Die verbinding is cruciaal.”