Menno Holterman tijdens de Amsterdam International Water Week. (foto: AIWW)

De Nederlandse watertechnologiesector dreigt door een gebrek aan lef, kapitaal en projectfinanciering internationaal de boot te missen. Dat stelt Menno Holterman van Nijhuis Industries in de Telegraaf van 4 november. De topman van Nijhuis Industries is tevens bestuurder van de Amsterdam International Water Week die deze week tijdens de Aquatech in Amsterdam plaatsvindt.

Volgens Holterman worden Nederlandse waterbedrijven weggespeeld door de concurrentie uit Duitsland en Frankrijk. Landen als China, India en Egypte zetten contracten in de markt, waarbij ze ook nog voor 15 of 20 jaar beheer en onderhoud moeten uitvoeren. Het punt is dat in toenemende mate volledige service gevraagd wordt, inclusief financiering. Veel bedrijven kunnen dat niet aanbieden, waardoor we de boot dreigen te missen, zegt Holterman in de Telegraaf.

Goudmijn
De Verenigde Naties hebben berekend dat er tot  7,5 biljoen dollar nodig is om schoon drinkwater voor iedereen in de wereld te realiseren. “Een goudmijn dus, maar Nederland buit de eigen kennisvoorsprong en technologie niet genoeg uit. Reden daarvoor is de opkomst van de Design, Build, Finance, Operation and Maintenance (DBFOM) contracten. De risico’s worden hier door overheden voor jaren bij de bedrijven gelegd.

Gebrek aan lef
“Duitsland, Frankrijk en Korea hebben de afgelopen decennia fors geïnvesteerd in hun waterindustrie, dikwijls met overheidssteun voor opleidingen en financieringen en door kennis van publieke waterbedrijven commercieel in te zetten. Nederland durft niets, want de staat wil alle schijn van staatssteun vermijden. Dit houdt in dat Franse en Duitse collega’s er met de grote opdrachten van door gaan”, zegt Holterman.

Kapitaal
Onlangs verscheen een onderzoek van ontwikkelingsbank FMO en brancheorganisatie NWP. Dat concludeerde dat ‘water niet altijd de weg vindt naar geld en vice versa.’ Holterman: „De huidige financieringsinstrumenten zijn nu te versnipperd, zowel aan de kant van bedrijven, financiers en overheid en sluiten onvoldoende aan op wat noodzakelijk is. We gaan als sector prat op onze kennis en waterkwaliteit, die de beste ter wereld is. Maar als we deze niet kunnen vermarkten in juist die regio’s waar enorme behoefte is aan schoon water, sterven alle plannen in schoonheid op de tekentafel.”

Kassa
De vrees van Holterman is niet nieuw. Vorig jaar zomer waarschuwde hij in Waterforum ook al dat de Topsector Water beter moet kijken naar marktontwikkelingen. Hij wees toen op de toegenomen concurrentie in de watertechnologiesector door de introductie van veel lokale ondernemingen in ‘emerging countries’. Die hebben dikwijls leidende technologiebedrijven  gekopieerd en bieden de technologie tegen lagere verkoopprijzen in lokale markten aan.” In plaats van op het verbeteren van prestaties zou de Topsector Water het beleid daarom beter kunnen richten op ‘kassa’, stelde Holterman destijds.