Hogeschool van Amsterdam start onderzoek om steden klimaatbestendiger te maken

Door de klimaatverandering krijgen steden vaker met zwaardere buien, meer droogte en meer hitte te maken. Bij de ruimtelijke inrichting van steden is daar vaak onvoldoende rekening mee gehouden, stellen de onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam. Daardoor verwachten ze dat steden vaker met problemen te maken krijgen, zoals waterschade aan woningen en bedrijfspanden, paalrot door te lage waterstanden en gezondheidsproblemen door hitte. 
Daarom start de HvA samen met de gemeenten Amsterdam, Eindhoven, Hoogeveen en Houten, waterschap Waternet en de Hanzehogeschool Groningen het onderzoek ‘Klimaatbestendige stad, inrichting in de praktijk’. Zij gaan hittestress nader analyseren, ontwerpen van ruimtelijke inrichting verder uitwerken en onderling vergelijken. Het onderzoek moet leiden tot een handreiking voor gemeenten om beter uitvoering te kunnen geven aan klimaatbestendige inrichting.
Groeiend besef
De laatste jaren is veel onderzoek verricht naar de gevolgen van klimaatverandering en wat dat betekent voor steden. Er is volgens de onderzoekers een groeiend besef van urgentie om beter rekening te houden met de extremere omstandigheden. Rijk, provincies en gemeenten hebben de gezamenlijke ambitie vastgelegd dat klimaatbestendig inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel is van het beleid en handelen van overheden (Deltaprogramma 2015, Deltabeslissing Ruimtelijke Adapatie). 
Tegelijkertijd is er volgens de onderzoekers bij gemeenten veel behoefte aan kennis hoe ze dit in de praktijk het beste kunnen aanpakken. Zo is meer inzicht gewenst in de technische aspecten van regen- en hittebestendige inrichting, waarbij voorbeelden gewenst zijn van uitgewerkte inrichtingsvarianten. Ook is veel behoefte aan goede informatie over kosten en baten.
Kennis vergroten
De komende vijf jaar hebben gemeenten de tijd om klimaatbestendigheid door te voeren in hun beleid en handelen. Daarom gaan de betrokken partijen de komende twee jaar werken aan het vergroten van de kennis over regen- en hittebestendig inrichten van stedelijk gebied. Bijvoorbeeld door hittestress via een scala aan metingen, van smartphones en eenvoudige sensoren door bewoners en scholieren tot professionele meetopstellingen door de onderzoekers, in kaart te brengen. De meetresultaten gebruiken ze om de urgentie te duiden en modelanalyses te onderbouwen. Daarnaast onderzoeken ze voor concrete locaties mogelijkheden voor klimaatbestendige inrichting versus niet-klimaatbestendige inrichting. 
Het onderzoek wordt mogelijk gemaakt door subsidie vanuit het Raak-programma van de Stichting Innovatie Alliantie. Het Raak-programma is op voorspraak van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap in het leven geroepen. Doel is op regionaal niveau hogescholen, publieke organisaties en ondernemers samen te laten werken aan innovatievraagstukken.