Hans Middendorp: Bangmakerij verhindert integraal ecologisch dijkbeheer

“De eenzijdige focus op het vangen en doden van muskuscavia’s verhindert het out-of-the-box denken. Alsof het bij de muskusrattenbestrijding vooral gaat om de werkgelegenheid voor de muskusrattenjagers. Zelf spreken ze liever over muskusratten ‘vangers’ en over ‘beheer’ van muskusratten: ca.120.000 gevangen en gedood in 2014. Dat kostte dan wel ca. 30 miljoen euro op jaarbasis of te wel 250 euro per gedode muskusrat. 

Graafschade
STOWA doet onderzoek naar de omvang van graverij door muskusratten en de invloed ervan hoogte, stabiliteit en daarmee de veiligheid van waterkeringen.  Om de graafschade door muskusratten beter te kunnen beoordelen, heeft STOWA vijf muskusbouwen (zo heet het gangenstelsel) volgespoten met purschuim en vervolgens opgegraven. Er is ook een videoverslag  van gemaakt. In de video wordt nogal dramatisch gedaan over de omvang van het gangenstelsel. Patrick Poelmann, hoofd van de muskusrattenbestrijdingsdienst, spreekt naast zo’n 3D-weergave in purschuim van een muskusbouw zorgelijke taal. Het ziet eruit als het Atomium in Brussel, maar dan wel véél kleiner. 

Geen reëel gevaar

Dat brengt mij tot de volgende vraag: hoe dramatisch is de muskusschade nou? Want op het filmpje is ook duidelijk te zien dat de muskusbouw toch alleen maar in de buitenste rand van de dijk zit, de waterveiligheid is geen moment in gevaar gekomen. De muskusbouw blijkt ook geen buis waardoor het water door de dijk naar de andere kant stroomt. En als er geen water stroomt, is er volgens mij ook geen reëel gevaar, toch? Etagebouw (in de video ‘etalagebouw’ genoemd) klinkt heel dreigend, maar het maakt het echt niet uit of er nu een, twee of drie nestkommen zijn.
Er wordt in de video flink benadrukt hoe groot zo’n muskusbouw is: wel 290 liter! Dat lijkt misschien veel, maar dat is slechts 0.29 m3. Als je dat vergelijkt met het volume van de dijk gaat het nergens over. Met een beetje hydraulisch aanstampen van de dijk van bovenaf is het probleem ook opgelost, toch?

Goedkoper

De fundamentele vraag is: als je de muskusrattenvangers vooral inzet om schade te herstellen, zou het dan een optie kunnen zijn om (vrijwel) geen muskusratten meer te doden, of alleen op locaties met een hoog risico? En: is dat misschien wel goedkoper? Want wegvangen leidt er alleen maar toe dat de jonge exemplaren nog sneller geslachtsrijp worden en dus nog sneller een eigen nestkom gaan graven. Bovendien weten we dat het grootste deel van de jongen niet eens één jaar oud wordt, dus heel cynisch zou je kunnen zeggen dat een flink percentage van de gevangen muskusratten toch wel vóór het einde van het jaar zou zijn overleden.

Integrale benadering

Hoe moeten we de schade van gravers dan wel beperken? In mijn ogen is het nodig te komen tot een integrale ecologische benadering van de waterveiligheid, waarbij gekeken wordt naar alle fauna die (mogelijk) een gevaar zijn voor de waterveiligheid, in combinatie met preventie. Dan kijk je naar maatregelen om kwetsbare dijkstrekkingen extra te beschermen of op andere wijze onaantrekkelijk te maken voor gravers.
Zo’n brede integrale ecologische scope doet veel meer recht aan het complexe probleem van graafschade door muskuscavia’s, bevercavia’s, wolhandkrabben, rivierkreeften, mollen en in de toekomst misschien ook bevers. Het biedt bovendien méér opties dan alleen maar doodmaken.
In zo’n integrale benadering dient ook aandacht te zijn voor de interactie tussen al deze gravers. Leidt het wegvangen van muskuscavia’s bijvoorbeeld tot nog meer rode rivierkreeften, die op hun beurt, zoals deze video toont, ook heel veel graafschade veroorzaken? 

Ik ben benieuwd wanneer STOWA ook purschuim in de gangen van kreeften gaat spuiten. . . “

Hans Middendorp, lijsttrekker voor de Algemene Waterschapspartij (AWP) in Delfland