Guus Beugelink (Water Natuurlijk) verwacht ‘ten minste’ evenaring van de uitslag van 6 jaar geleden

Bij de verkiezingen zes jaar geleden werd zijn partij niet alleen de grootste fractie in zijn eigen waterschap (zes zetels), maar stak ‘Water Natuurlijk’ ook nationaal met kop en schouders boven anderen uit met een aandeel van meer dan 100 van de in totaal 500 beschikbare zetels in de verschillende waterschappen.

Qua opkomst van de kiezers verwacht Beugelink dat het 15 tot 20 procent lager zal zijn dan de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen. Die opkomst bedroeg toen rond de 50-55 procent. Beugelink, in zijn eigen waterschap tevens loco-dijkgraaf en in het dagelijkse leven wetenschappelijk onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving, heeft wel een vermoeden waar het verwachte lage opkomstpercentage aan te wijten zou kunnen zijn. “Waarschijnlijk, omdat de waterschappen het door de bank genomen wel goed hebben gedaan. Er is niks te mopperen!”
Een soort nutsvoorziening
“Als je ervaart en denkt: er loopt niks onder, we hebben niet te maken met overstromingen, het water blijft toch keurig netjes achter de dijk, kortom, er valt niks te mopperen, waarom zouden mensen dan gaan stemmen? Een andere verklaring heb ik er niet voor. Maar intussen betreur ik het wel. Wat dat betreft heb ik wel eens het idee dat we helaas worden gezien als een soort nutsvoorziening. Gas, licht en water, ach, dat is toch ook allemaal al keurig geregeld. Daar ga je toch ook niet voor stemmen. Net als voor de veiligheid door de waterschappen! Aan ons de taak te laten zien dat we daar toch wel het nodige voor moeten doen!”, aldus Beugelink.
Concreet succes
Intussen is er door zijn partij, zowel landelijk als lokaal, wel degelijk het een en ander concreet en zichtbaar bereikt, vindt hij. Een grote verdienste van Water Natuurlijk is dat inmiddels in 19 van de 23 waterschappen partijgenoten daadwerkelijk meesturen en de koers bepalen als lid van het dagelijks bestuur. Tot de meer lokale successen rekent Beugelink bijvoorbeeld de aanleg van natuurvriendelijke oevers en wandelpaden langs de Kromme Rijn. Maar ook indirect zijn successen geboekt voor het algemeen belang: “In het westelijke deel van ons beheergebied, het Veenweidegebied, zakt de bodem één tot  drie cm per jaar. Daar wordt het waterbeheer steeds ingewikkelder en is het bijna onmogelijk om het iedereen naar de zin te maken en tevreden te houden. In dat gebied zullen we op korte termijn best heftige keuzes moeten maken. Wat Water Natuurlijk in eigen regio op de kaart heeft gezet, is het nut en de noodzaak van zogeheten hoogwatervoorzieningen.”

Molensteen

In een hoogwatervoorziening wordt de waterstand rond bebouwing op houten palen hoog gehouden om paalrot te voorkomen. In de rest van het gebied kan de waterstand omlaag ten behoeve van de agrarische functie. Beugelink: “Voor de korte termijn een perfecte oplossing, maar voor de lange termijn helaas een molensteen om onze nek. Vooral in financiële zin vrees ik. Inmiddels hebben we de discussie hierover redelijk op de rit gekregen. Een discussie die duidelijk een kanteling in het denken over het waterbeheer in het veenweidegebied teweeg heeft gebracht. Immers als het waterbeheer in een polder meer kost dan wat de agrarische sector in die polder oplevert, heb je te maken met een tamelijk strakke economische wet. Dan moet je stoppen met het waterbeheer.”

Geen natuurbeheerder
Water Natuurlijk blijft natuur zowel landelijk als lokaal hoog in het vaandel houden. Volgens Beugelink echter wel tot op zekere hoogte. “Een waterschap is in de eerste plaats een waterbeheerder en geen natuurbeheerder. Water Natuurlijk is een club die een bepaalde filosofie koestert, maar wel eentje met een integrale kijk op waterzaken. Met uiteraard waar mogelijk plusjes richting natuur. Waarin we ook werk met werk proberen te maken. Als waterschap kun je buiten de hoofddoelstellingen wel een aantal nevendoelen bereiken.”
Draagvlak vergroten
Hij verwijst daarbij naar het aanleggen van een dijk, die voldoet aan alle technische normen en ook technisch volkomen perfect is. “Maar je kunt ook kiezen voor een groene dijk, die is ingepast in het landschap, waarin je ook nog eens parkeer- en recreatieve voorzieningen kan maken. Of voor een mooi wandelpad langs een watergang. Niet allemaal echt grote kapitaalsintensieve investeringen, maar het zijn wel de dingen die het net even leuker maken. Ook al hebben we het door de bank genomen dan misschien maar over één tot twee procent van de begroting. Kortom, je niet strikt beperken tot je taken, droge voeten, veilige omgeving, maar met soms net dat ene kleine tikje meer er samen nog iets mooiers van zien te maken. En vaak help je er ook nog eens het draagvlak van een project mee te vergroten.”
Waterschappen blijven
Beugelink is ervan overtuigd dat waterschappen hoe dan ook ‘een cruciale taak’ in onze waterdelta zullen blijven vervullen. Als mensen mochten twijfelen bij het stemmen, moeten ze wat hem betreft juist op een vertegenwoordiger van Water Natuurlijk stemmen. “Waterschappen zijn dagelijks serieus bezig om droge voeten, veilige dijken en schoon water te borgen. Maar het gaat misschien juist en toch ook vooral om allerlei zaken daartussenin: recreatie, cultuurhistorie, landschap, het wandelpad langs die watergang, de vraag of wij sluisjes in de Hollandse Waterlinie al dan niet moeten restaureren. Bij dat laatste vind ik van wel.” Een boodschap voor niet-stemmers heeft hij ook: “Vermijdt de stembus niet uit wrok, of omdat u onverhoopt niet weet waar het over gaat. Op websites, in kranten, op radio en televisie, overal is in alle openbaarheid na te gaan wat we zoal doen en laten. Maak hoe dan ook gebruik van uw democratische verworvenheid en daarmee ook van het recht om te bepalen hoe en waaraan uw belasting besteed zou moeten worden.”