Grootschalig onderzoek naar microplastics in zoet water van start

Met de toekenning van de financiering geeft STW groen licht aan het onderzoeksproject, genaamd Technologies for the Risk Assessment of MicroPlastics (TRAMP). Het project moet de komende vier jaar antwoord geven op de vraag hoe je extreem kleine plastic nanodeeltjes kunt meten, in hoeverre Nederlandse zoetwatergebieden ermee vervuild zijn en hoe je de schadelijkheid daarvan kunt vaststellen. Ook willen de onderzoekers rekenmodellen ontwikkelen om te voorspellen hoe de mate van plasticvervuiling meebeweegt met de productie van plastics.

TRAMP
‘Wij zien een grote behoefte aan meer duidelijkheid over plasticvervuiling’, zegt prof.dr. Bart Koelmans, die het project gaat leiden vanuit Wageningen UR. ‘Veel mensen willen weten hoe groot het probleem is, waarom plasticdeeltjes gevaarlijk kunnen zijn en of het ook in Nederland speelt.’ Samen met de onderzoeksgroep van prof.dr. Annemarie van Wezel, verbonden aan de Universiteit Utrecht en KWR Watercycle Research Institute, verwacht Koelmans met het TRAMP-project daar meer inzicht in te krijgen.
De aandacht voor nanoplastic in zoetwater is volgens Annemarie van Wezel “relatief nieuw”. “KWR draagt met name bij aan de meetmethode voor nanoplastic, aan begrip van gedrag/verwijdering in waterzuivering, en inzicht in humaanrelevante effecten (met behulp van bioassays). We willen ook via het bedrijfstakonderzoek (BTO) bij deze kennisontwikkeling aansluiten en de specifieke vertaling naar de drinkwatersector maken. Relatief nieuw is überhaupt de aandacht voor nanoplastic in zoetwater. Tot nog toe was er vooral aandacht in marien milieu.”

Schadelijke stoffen
Al zo’n twee decennia zien wetenschappers allerlei watergebieden, met name oceanen, vervuild raken met plastic. De gevolgen voor het zeeleven zijn soms duidelijk zichtbaar. Dieren raken verstrikt in plastic netten en draden, of raken ondervoed omdat ze vooral plastic binnenkrijgen in plaats van voedsel. De gevolgen van extreem kleine plasticdeeltjes, die te klein zijn om met een standaard microscoop waar te nemen, zijn echter grotendeels onbekend. De deeltjes ontstaan wanneer plastic in het milieu langzaam maar zeker uiteenvalt tot steeds kleinere stukjes. Waarschijnlijk gebeurt dat niet alleen in zeewater, maar ook in zoetwater.
Wetenschappers vermoeden dat dergelijke ‘nanoplastics’ gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Een mogelijk gevaar is dat nanoplastics zich ophopen in planten of dieren, en uiteindelijk in onze voedselketen terechtkomen. Bovendien kunnen nanoplastics waarschijnlijk gemakkelijk schadelijke stoffen aan zich binden, en weer loslaten zodra ze in ons lichaam terechtkomen.

Onderzoekspartners
Tot nu toe zijn nanoplastics alleen onderzocht in kleinschalige studies. ‘TRAMP is het eerste nanoplasticsproject dat op zo’n grote schaal te werk gaat’, zegt Koelmans. Het programma is niet alleen omvangrijk omdat het nanoplastics zowel meetbaar als voorspelbaar wil maken. Bijzonder aan TRAMP is ook de grote groep onderzoekspartners die, naast STW, fors in het project investeert. De groep bestaat uit acht waterschappen, het ministerie van Infrastructuur in Milieu, STOWA, IMARES, NVWA, RIKILT en RIWA. Gedurende het project zullen deze partijen, samen met onderzoeksinstituut Deltares, betrokken blijven bij het project, en uiteindelijk de uitkomsten ervan kunnen toepassen.
TRAMP werd gehonoreerd binnen het Open Technologieprogramma van STW. Het Open Technologieprogramma is een van de financieringsinstrumenten waarmee STW nieuwe technologie met economische en maatschappelijke waarde mogelijk maakt.