Groot deel Nederlandse watervoetafdruk niet duurzaam

Voor het eerst is inzichtelijk gemaakt welke waterstromen (grondwater, regenwater en oppervlaktewater) wereldwijd worden gebruikt voor ons geïmporteerd voedsel. Op basis van lokale waterbeschikbaarheid kan worden bepaald of het watergebruik duurzaam is.  Het grootste deel van de niet duurzame productie ligt buiten Europa, maar er komt ook een deel uit Spanje en Frankrijk. Met name olijven, rijst en druiven worden daar verbouwd met behulp van niet duurzame waterbronnen. Op nummer 1 in de lijst van boosdoeners staat rietsuiker uit Pakistan.
De intensiteit van de kleur op de kaart geeft het volume aan dat ergens wordt gebruikt voor het maken van producten die door de Nederlandse bevolking worden geconsumeerd. De tinten groen zijn voor duurzaam waterverbruik en de tinten geel tot rood voor niet duurzaam waterverbruik
Instrument voor duurzaamheid
Eind januari veroorzaakte het artikel ‘Elke Nederlander verbruikt 1,5 miljoen liter water per jaar, zonder een kraan open te draaien’ commotie op de Correspondent. In het artikel werd uitgelegd waarom minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in april 2013 besloot om de watervoetafdruk niet te gebruiken voor het stellen van doelen en het ontwikkelen van strategieën voor duurzaamheidsbeleid. Aanleiding daarvoor was een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit 2012.  PBL concludeerde destijds dat de hoeveelheden water helemaal niets zeggen over een mogelijk negatief effect. In Nederland importeren we veel voedsel dat met regenwater groeit en daar is helemaal niks mee, zo redeneerde het Planbureau.  
Onderscheid
Hoekstra en zijn collega’s hebben echter niet stilgezeten. De internationale standaard voor Water Footprint Assessment was al in 2011 gezet, maar inmiddels zijn er ook steeds betere data beschikbaar. Het Water Footprint Assessment instrumentarium wordt daarom wereldwijd steeds meer gebruikt. De assessment methode maakt onder meer onderscheid tussen groen, blauw en grijs water, oppervlakte- en grondwater, de ruimtelijke en de temporele dimensie van watergebruik en de beschikbaarheid. Hoekstra: “De Nederlandse overheid laat een opportunity liggen. Het is inderdaad allemaal nog redelijk nieuw, verschillende landen experimenteren ermee. Maar de Nederlandse overheid kijkt liever nog even de kat uit de boom. Even goede vrienden, maar wel jammer natuurlijk. We beroepen ons op onze waterexpertise en voortvarendheid in waterbeleid, maar we worden links en rechts ingehaald.”
Beleidsinstrument
Internationaal wordt de Water Footprint wel ingezet als beleidsinstrument. Bijvoorbeeld in Buenos Aires in Argentinië waar de waterprijs wordt berekend op basis van het Water Footprint Concept. Ook grote bedrijven als Unilever, Coca-Cola, Heineken en C&A bepalen inmiddels hun waterbeleid met behulp van de Water Footprint. Eind vorig jaar onderzochten de Environment Agency in Groot Brittannië en het in Nederland gevestigde Water Footprint Network watervervuiling en het watergebruik in een drukbevolkte regio (Hertfordshire/Noord-Londen) in Engeland. Die studie bracht aan het licht dat dringend extra maatregelen nodig zijn om waterschaarste te verminderen en waterkwaliteit te verbeteren. De Environment Agency heeft haar water management aangepast. Volgens de Environment Agency is dit soort onderzoek wereldwijd van wezenlijk belang. Zij sporen ook andere landen aan om met de watervoetafdruk aan de slag te gaan. “Eerlijk gezegd kan ik het aantal internationale initiatieven niet meer bijhouden. Er zijn wereldwijd zoveel mensen actief bezig met de watervoetafdruk”, besluit Hoekstra.