"Groei op watergebied komt vooral uit het buitenland"

<div><div style="text-align: center;"><em>Door Adriaan van Hooijdonk</em></div><br />Witteveen+Bos zag de omzet van de hele organisatie over 2013 met ruim 10 procent groeien naar 111 miljoen euro en het nettoresultaat met 9,8 miljoen euro naar 14,2 miljoen euro. Daarmee heeft het bedrijf volgens sectorhoofd Energie, water en milieu, Egbert Teunissen, het boekjaar 2013 opvallend goed afgesloten. </div><div><br /><em>Hoe heeft Witteveen + Bos in 2013 op watergebied gepresteerd?</em></div><div>“De omzet in Nederland is met 13 miljoen euro redelijk stabiel gebleven. In Europa daalde de omzet van 700.000 euro in 2012 naar 100.000 euro in 2013, maar vooral buiten de EU zijn wij op watergebied flink gegroeid. Zo nam de omzet buiten de EU toe van 4,1 miljoen euro in 2012 naar 8,6 miljoen euro in 2013. Onze sector International is eveneens fors gegroeid, van 6,3 miljoen in 2012, naar 10,5 miljoen in 2013. Daar zit ook voor ruim twee miljoen aan water gerelateerde opdrachten bij, met name industriewater.”</div><div><br /><em>Waar komt de groei buiten de EU vandaan</em>?</div><div>“Vooral in Afrika hebben wij in 2013 een paar grote projecten binnengehaald. Zo werken wij samen met Simavi aan een aantal water- en sanitatieprojecten in Tanzania voor meer dan 100 klinieken. In Ghana is een project van 5 miljoen euro verworven waarbij wij met Simavi en Berenschot werken aan verschillende projecten op het gebied van water, sanitatie en hygiëne binnen het Ghana Netherlands WASH-programme. Het programma wordt gefinancierd uit het budget voor handel en ontwikkelingssamenwerking van minister Ploumen in samenwerking met de Ghanese overheid. Het overkoepelende doel is om de technische en institutionele infrastructuur voor water en sanitatie in vijf gemeenten in Ghana te verbeteren.”</div><div><br /><em>Viel er in Nederland nog iets te verdienen? Overheden houden immers de hand op de knip in verband met de crisis?</em></div><div>“De thuismarkt is voor ons erg belangrijk, net als het onderwijs hierin. Daarom benadrukken wij in onze contacten met drinkwaterbedrijven en waterschappen dat ze blijven investeren in nieuwe projecten. Alleen zo kunnen wij immers ervaring opdoen die wij vervolgens in het buitenland kunnen toepassen. Veel ondergrondse infrastructuur in de drinkwater- en afvalwaterketen is aan het einde van de levensduur en de urgentie voor vervanging neemt toe. Tot nu toe beperken de gevolgen zich tot incidentele lekkages, maar ik ben ervan overtuigd dat er de komende jaren een investeringsgolf op gang komt om de ondergrondse infrastructuur te vervangen. En dat is uiteraard goed voor onze business.”</div><div><br /><em>Kun je een paar voorbeelden geven van Nederlandse projecten in 2013?</em></div><div>“Voor waterschap Brabantse Delta zijn wij momenteel bezig om negen grote rwzi’s en een aantal rioolgemalen te renoveren. En met GMB en Imtech hebben we door middel van de vernieuwende contractvorm Best Value Procurement ook een paar uiterst aardige opdrachten binnengehaald.”</div><div><br /><em>En voorbeelden op het gebied van industriewater?</em></div><div>“Wij werken al geruime tijd voor Tengizchevroil (TCO) in Kazachstan. Het Tengiz-olieveld wordt geëxploiteerd door TCO, een samenwerkingsverband van een aantal oliemaatschappijen met Chevron als penvoerder. Het afgelopen jaar hebben wij samen met een lokale partner gewerkt aan het ontwerp en de begeleiding van de bouw van een aantal industriële waterzuiveringsinstallaties. Daarbij maken wij gebruik van de kennis die wij eerder in Nederland hebben opgedaan. Vooral in de industriële markt zien wij nog volop groeimogelijkheden. Water is immers steeds schaarser en bedrijven maken er steeds meer werk van om hier zuinig mee om te gaan. Ook in Nederland.”</div><div><br /></div><div><em>Ook in Nederland?</em></div><div>“De belastingheffing op water (BOL) is voor veel bedrijven een prikkel om na te denken over hoe ze industriewater kunnen opwaarderen en hergebruiken. Het leidt tot aanpassingen van de installaties, waar wij vervolgens weer business uit halen.”</div><div><br /><em>Witteveen+Bos is ook actief in het buitenland. Hoe succesvol is de Nederlandse watersector om kennis in het buitenland te verzilveren?</em></div><div>“Nederlandse bedrijven onderscheiden zich vooral van de internationale concurrentie in het bedenken van plannen en concepten. Ook zijn wij er goed in om projecten op een integrale manier te benaderen. Bedrijven in andere landen beschikken vaak over dezelfde technologieën, dus daar moeten wij het in eerste instantie niet van hebben. Een belangrijke reden voor ons succes in het buitenland is dat er ook ontwikkelingsgeld van minister Ploumen naar toe gaat. Verder is het belangrijk om zoveel mogelijk samen te werken met lokale partners om voldoende draagvlak te creëren en de institutionele component in dit soort projecten goed neer te zetten.”</div><div><br /><em>In 2014 opent Witteveen+Bos kantoren in Dubai en Singapore. Wat is de strategie achter de opening van de nieuwe kantoren?</em></div><div>“Het past in het voornemen om internationaal verder te groeien. Nogmaals, de Nederlandse thuismarkt blijft essentieel, maar net als bij alle andere advies- en ingenieursbureaus zal bij ons de groei in de toekomst vooral uit het buitenland komen. Onze vestiging in Singapore willen wij laten uitgroeien tot een ‘hub’ voor onze activiteiten in Azië. En in Dubai zitten ook veel van onze  klanten uit de olie-en gasindustrie die wij vanuit de nieuwe vestiging prima kunnen bedienen. Bovendien bevinden zich op een paar uur vliegen van Dubai veel landen waar nog volop kansen liggen om waterprojecten uit te voeren.”</div>