grindmatjes
Diepe insnijding (Foto: Roy Laseroms)

Het aanbrengen van biologisch afbreekbaar worteldoek en grindmatjes in Zuid-Limburgse beken vertraagt de erosie. Het zijn echter geen duurzame oplossingen. Daarom zijn er met spoed meer grootschalige maatregelen nodig. Dat blijkt uit onderzoek van het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN), gesteund door de provincie en BIJ12. Onderzoeker Roy Laseroms onderzocht de beekdalen in Natura 2000-gebieden en verrichtte metingen en experimenten in onder meer de Keutelbeek en de Strabeker Vloedgraaf.

Door klimaatverandering komen extreme buien steeds vaker voor. De beken in het Zuid-Limburgse Heuvelland krijgen het hierdoor zwaar te verduren. De grond spoelt weg en oevers storten in, waardoor de levensgemeenschappen van soorten als de vuursalamander en de gele zegge verdwijnen. Roy Laseroms van LWRO onderzocht experimentele effectgerichte maatregelen, zoals het aanbrengen van biologisch afbreekbaar worteldoek en grindmatjes, om erosie te verminderen.

Herstelmaatregelen nodig

Erosie is een natuurlijk fenomeen in de Zuid-Limburgse beekdalen, maar veroorzaakt de laatste decennia steeds vaker problemen. Toename van verhard oppervlak, veranderingen in de riolering, intensivering van de landbouw en extreme regenbuien leiden tot frequentere en grotere overstorten en piekafvoeren in de beken, met extra erosie en insnijding als gevolg. Deze onnatuurlijke snelle diepe insnijding kan leiden tot allerlei hydrologische veranderingen, waardoor kenmerkende levensgemeenschappen onder druk komen staan. Om deze te beschermen, zijn herstelmaatregelen nodig. Niet alleen voor de natuur en de biodiversiteit, maar ook om overstromingen zoals in Valkenburg te voorkomen.

Experimentele maatregelen

Na intensieve metingen en een watersysteemanalyse voerde Roy Laseroms een aantal experimentele maatregelen uit in de Keutelbeek en de Strabeker Vloedgraaf. Zo is op verschillende locaties extra grind gestort. In de Strabeker Vloedgraaf is ook gewerkt met grindmatjes en worteldoek van biologisch afbreekbaar cellulose. De grindsuppletie in de Keutelbeek leek het goed te houden, tot de extreme buien van 14 juli 2021, waarbij een deel van een oever is ingezakt.
De grindsuppletie in de Strabeker Vloedgraaf werd zeer kort voor de piekafvoer van 17 juni 2020 verstoord zodat deze niet representatief was.  De grindmatjes en het worteldoek die daarna zijn aangebracht bleven gedurende de hele resterende onderzoeksperiode wel goed functioneren. De erosie is dankzij deze maatregelen wel vertraagd, maar de effectgerichte ingrepen vormen geen duurzame oplossing. Daarvoor zijn grootschalige, brongerichte maatregelen nodig.

Extreme piekafvoer voorkomen

Zo moeten overstorten en extreme piekafvoer zo veel mogelijk worden voorkomen. Dat kan door zeer drastische maatregelen te nemen in de oppervlakkige afstroming van met name verharde oppervlakken in het stedelijk gebied. Denk aan extra berging binnen de verharde oppervlakken, in de riolering en verdere optimalisatie van waterbuffers.

Ook adviseert Laseroms om hemelwater zodanig te bufferen en conserveren dat het geleidelijk kan infiltreren. Hiervoor zouden grootschalige waterkelders of cisternen in aanmerking kunnen komen (tevens tegen hittestress). Dit vergt echter wel grote investeringen en een cultuurverandering.