Glastuinbouw vreest tekort aan zuiveringssystemen

Voor de ruim vierduizend glastuinbouwbedrijven in Nederland wordt per 1 januari 2018 zuivering verplicht gesteld voor het drainwater bij substraatteelt, drainagewater bij grondgebonden teelt en filterspoelwater. Ten minste 95% van de gewasbeschermingsmiddelen moet worden verwijderd door een goedgekeurd systeem op de bedrijven of via een collectief systeem. Hoewel de glastuinbouwsector en overheid al veel publiciteit hebben besteed aan deze komende verplichting, zijn er op dit moment nog maar vijf technologieleveranciers die een goedgekeurd systeem beschikbaar hebben. “Bij LTO leeft dan ook de zorg dat er in januari 2018 onvoldoende systemen beschikbaar zijn”,  zegt Wilfred Appelman, projectleider van TNO. “Naast de verplichting in 2018 spelen er bovendien nog veel meer zaken in de tuinbouw rondom het efficiënt gebruik van water en meststoffen, zowel in Nederland als binnen de EU. Wij brengen graag in kaart welke nieuwe technieken er zijn en delen graag onze kennis met de leveranciers.”

Gat in de markt
Dat is nodig, want hoewel er een gat in de markt lijkt te liggen voor leveranciers van watertechnologie, is het ontwerpen en leveren van geschikte zuiveringsinstallaties voor de glastuinbouw nog niet zo eenvoudig. De glastuinbouw heeft specifieke eisen en randvoorwaarden, lage marges en de bedrijfsvoering van een installatie moet passen in een kwekersbedrijf (niet te complex, geïntegreerd in andere regelingen). Daarnaast is er een certificeringsplicht voor de installaties.

TNO wil haar kennis op dit gebied graag samen met NWP en LTO beschikbaar stellen aan de technologieleveranciers. In dit laatste jaar voordat de zuiveringsplicht ingaat willen ze bedrijven die actief zijn in de watertechnologie en denken een markt te vinden in de glastuinbouw met hun kennis en producten laten deelnemen aan een Technologie Cluster. Geboden wordt kennisoverdracht over de branche-specifieke aspecten rondom het watermanagement in de glastuinbouw, eerder uitgevoerd onderzoek en de huidige state of the art. Daarnaast wordt de kennis over de producten van de bedrijven verspreid naar de sector via bijeenkomsten en het Europese Fertinnowa Netwerk waarin TNO, LTO en NWP deelnemen. Specifieke onderwerpen kunnen bijvoorbeeld de huidige certificeringsplicht zijn voor de Nederlandse glastuinbouwbedrijven en het EU programma voor Milieutechnologieverificatie (ETV).

Budget
Deelnemende bedrijven moeten zelf 2.000 euro investeren. Het project zal starten als er minstens vijf bedrijven zich hebben aangemeld. Vanuit interne middelen via het ministerie van EZ wordt het bedrag van 10.000 aangevuld tot 50.000 zodat er een aanzienlijk budget beschikbaar is voor deze kennisoverdracht, waarvan alle deelnemende bedrijven kunnen profiteren.

Appelman heeft er vertrouwen in dat de drempel van vijf bedrijven gehaald wordt. Sinds de oproep in december 2016 onder meer via het NWP werd verspreid hebben zich al dertien voornamelijk MKB’ers gemeld, vertelt hij. “Drie hebben inmiddels hun handtekening gezet.”De projectleider benadrukt dat er ook meer dan vijf bedrijven kunnen deelnemen. “Als we er tien vinden, kunnen we het project twee keer zo groot maken. Dat zou heel goed zijn, zeker om dat we ook een doorkijkje naar de toekomst willen bieden. We gaan niet alleen kijken naar gewasbeschermingsmiddelen, maar ook naar ontzouting en naar wat het betekent als de systemen in 2027 helemaal gesloten moeten zijn. Veel technologiebedrijven zien die markt, en zouden daar wel wat in willen, maar weten niet goed de weg.”
Hij wijst op de vele onderzoeken, niet alleen van TNO zelf maar ook vanuit de WUR, Wetsus en KWR die al zijn gedaan. “Dat overzicht willen we ia ons programma graag bieden.”

Druk van de markt
Margreet Schoenmakers, innovatiespecialist bij LTO Glaskracht, hoopt op veel deelnemers. “Hoe meer technieken er voor handen komen, hoe meer er te kiezen valt voor onze leden”, reageert ze. “Dat is belangrijk want elke teler heeft zo zijn eigen omstandigheden en wensen. Daarbij zou het de druk van de markt afhalen, wat niet alleen gunstiger is voor de levertijden maar wellicht ook tot een gunstiger prijs kan leiden voor de telers.”