De ondertekenaars van de Gezamenlijke Hoogwaterverklaring op 5 juli in Arnhem. Vlnr: John Berends (Commissaris van de Koning van Gelderland), Hein Pieper (dijkgraaf Waterschap Rijn en IJssel), Ursula Heinen-Esser (milieuminister Nordrhein-Westfalen), Peter Heij (directeur-generaal ministerie IenW) Holger Friedrich (AKHuG, namens de gezamenlijke Duitse dijkverbanden) en Co Verdaas (dijkgraaf Waterschap Rivierenland). (foto: Jac van Tuijn)

De Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen en Nederland hebben de samenwerking op het gebied van waterveiligheid langs de Rijn bij dijkring 42 en 48 voor vijf jaar verlengd. De overeenkomst werd ondertekend tijdens de zevende Hoogwaterbeschermingsconferentie, op 5 juli in Arnhem. Centrale vraag was wat de Duitsers na 2025 gaan doen, als het lopende dijkversterkingsprogramma voltooid is.

Een gezamenlijke studie heeft namelijk laten zien dat als het grensgebied langs de Nederlandse lat wordt gelegd, de overstromingsrisico’s na 2025 gaan oplopen.

Er is niet veel ruimte meer voor de Rijn
Van Duitse zijde werd op de conferentie vooral gesproken over het lopende programma, waarbij over een lengte van 280 km tussen Keulen en Lobith de dijken langs de Rijn helemaal worden vervangen en sommige dijkvakken ook worden terug gelegd, om de Rijn meer ruimte te geven. Maar veel ruimte is er niet meer, met grote steden als Düsseldorf en Duisburg.

Vertraging door moeizame onteigeningsprocedures
Het hele dijkversterkingsprogramma omvat 44 projecten waarvan ongeveer een kwart nog in de planningsfase zit. De uitvoering is in handen van 14 dijkverbanden en 6 steden. Nordrhein-Westfalen betaalt 80 procent van de kosten, hetgeen neerkomt op zo’n 420 miljoen euro. De huidige planning voorziet in de oplevering van de laatste projecten in 2024, maar de afgelopen jaren is al veel vertraging opgelopen vanwege moeizame onteigeningsprocedures, zo werd op de conferentie toegegeven.

Compartimenteringsdijk langs de Duitse grens
“Nederland en Duitsland zitten de in dezelfde boot. Maatregelen in het ene land treffen het andere land en andersom”, zei minister Ursula Heinen-Esser tijdens de opening van de conferentie. Het idee daarbij is dat Nederland – benedenstrooms – daar meer mee heeft te maken dan andersom. Maar dat is niet helemaal zo. De Duits-Nederlandse studie heeft namelijk ook de optie bekeken van een compartimenteringsdijk langs de Duitse grens bij Doetinchem. Zo’n dijk zou de gevolgen van een dijkdoorbrak in Duitsland voor Nederland aanzienlijk verminderen. Echter, de studie geeft aan dat de overstromingsrisico’s rond de stad Emmerich dan toenemen. Duitse burgers uit dit gebied hebben dan ook verontrust gereageerd op het idee van zo’n compartimenteringsdijk.

In theorie is de maximale rivierafvoer 18.000 m3 per seconde
Als het dijkversterkingsprogramma van Nordrhein-Westfalen in 2024 klaar is, dan voldoen onze oosterburen aan de veiligheidsnorm van 1 op 500. Daar hoort bij een afvoer van 14.500 m3/s, maar in het ontwerp zetten de Duitse dijkbeheerders er nog eens 1 meter extra bovenop op hun nieuwe dijken. Binnen de gezamenlijke Duits-Nederlandse werkgroep is nu vastgesteld dat de bedding van de Nederrijn in Duitsland in theorie 18.000 m3 per seconde kan afvoeren. Maar van Duitse kant wordt betwijfeld of de afvoer vanaf Duisburg ook feitelijk zoveel kan afvoeren.

Ander ontwerp, vergelijkbaar resultaat
Hoewel de dijken in Nederland en Duitsland op heel andere gronden worden ontworpen, verschilt de feitelijk kerende werking niet zo heel veel. Als de uitgevoerde en nog geplande dijkversterkingen in Duitsland in 2025 klaar zijn, dan zal de dijkhoogte daar nog nauwelijks verschillen van die in Nederland.

Minister Ursula Heinen-Esser ondertekent de verklaring namens de deelstaat Nordrhein-Westfalen (foto: Jac van Tuijn).

Verkennen van gezamenlijke risico’s
De ogen zijn nu veel meer gericht op de periode ná 2025, omdat Nordrhein-Westfalen nog geen verdere plannen heeft. Nederland werkt binnen het Deltaprogramma en het Hoogwaterbeschermingsprogramma al verder tot 2050, op basis van de nationale risiconormering waarin ook faalkansen worden meegenomen. De gezamenlijke studie geeft aan dat de overstromingsrisico’s in het grensgebied na 2025 zullen toenemen, omdat er meer mensen en meer infrastructuur beschermd zullen moeten worden. Een andere aanleiding voor het hogere risico is dat er vaker sprake zal zijn van extreme afvoeren. In Duitsland is nog weinig ervaring met de risicobenadering zoals die sinds 2017 in Nederland gangbaar is. Op de conferentie bleek dat er rond de Duitse dijken nog veel kennislacunes zijn, waardoor een precieze risico-inschatting lastig wordt. Zo is niet overal precies duidelijk hoe de ondergrond is opgebouwd, zodat het risico van piping niet overal goed is vast te stellen. Van Duitse zijde werd op de conferentie opgeroepen daar binnen de gezamenlijke Hoogwaterwerkgroep nog eens goed naar te kijken. En Nederlandse expertise zou daar volgens de Duitsers zeer welkom bij zijn.

Bandbreedten maximale rivierafvoer verschillend geïnterpreteerd
Een ander onderwerp op de agenda van de werkgroep voor de komende vijf jaar is de nadere bestudering van de bandbreedten in de maximale rivierafvoer als gevolg van klimaatveranderingen. Nederland en Duitsland interpreteren die bandbreedten nog verschillend. De Duitse veiligheidsnorm van 1 op 500 is gebaseerd op het maximale waterpeil dat zich in de Rijn kan voordoen. Volgens de Nederlandse risiconormering, waarin ook de faalkansen van de dijken worden meegenomen, bedraagt de veiligheid van dijkring 42 slechts 1 op 280 en van dijkring 48 slechts 1 op 340. Als van Duitse zijde na 2025 meer werk wordt gemaakt van het verminderen van de faalkansen, zoals bijvoorbeeld door het aanbrengen van ondergrondse geoschermen om piping te voorkomen, dan zouden de overstromingsrisico’s al met sprongen afnemen, zo werd tijdens de conferentie geopperd.