De meerjarige proef met het wegvangen van uitheemse rivierkreeften in de
Krimpenerwaard heeft resultaat. Na twee jaar gericht en intensief kreeften
vangen, groeien er nu weer onderwaterplanten in het pilotgebied. Dat is goed
nieuws voor de waterkwaliteit. Waterplanten hebben een sleutelrol in het
onderwaterleven. Ze zorgen voor de productie van zuurstof in het water en
vormen een leefgebied voor vissen en andere waterdieren.

Sinds 2021 voert het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenwaard samen
met provincie Zuid-Holland een meerjarige praktijkproef uit in een polder bij
Berkenwoude. Met de proef in dit agrarisch gebied onderzoeken ze de mogelijkheden,
effectiviteit en haalbaarheid van het intensief wegvangen van Amerikaanse
rivierkreeften. Met reductievisserij wordt het aantal kreeften verminderd tot een aantal in
een veenpolder dat bijdraagt tot herstel van de natuurlijke balans. Dit blijkt succesvol:
na twee jaar gericht kreeften wegvangen, groeien er nu weer onderwaterplanten -zoals
blaasjeskruid- in de sloten van het onderzoeksgebied.

Verloop van het onderzoek
De meerjarige proef startte in 2021 in een testgebied van 70 hectare met ongeveer 15
kilometer aan sloot. Met ongeveer 600 bewezen effectieve vangtuigen (fuiken en korven)
werd in twaalf weken ongeveer 2.000 kilo rivierkreeften gevangen. Naar schatting is dit
ongeveer de helft van de vangbare kreeften (5 centimeter of groter). Op basis van
modellen is dit te weinig om te zorgen voor terugkeer van de waterplanten in sloten, die
eerder waren leeg- en kaalgevreten door de rivierkreeften.

In 2022 is de inzet vergroot en verlengd. Met bijna 800 fuiken en korven is in 18 weken
ongeveer 2.500 kilo rivierkreeften weggevangen. Met deze inspanning is het gewenste
resultaat wel behaald: in een groot deel van het testgebied zijn weer waterplanten gaan
groeien. Dit toont aan dat gericht en intensief wegvangen van uitheemse rivierkreeften in
een gebied als de Krimpenerwaard effectief kan zijn voor het laten herstellen van
slootvegetatie.

In 2023 loopt de wegvangproef door om te zorgen dat (met beheervisserij) het bereikte
effect behouden blijft en om te bepalen hoeveel inzet daarvoor nodig is.