Geneesmiddelen en waterkwaliteit centraal tijdens rondetafelgesprek Tweede Kamer

In oppervlaktewater worden regelmatig hoge concentraties medicijnresten gemeten. Daarom pleit Vewin, samen met de Unie van Waterschappen, al geruime tijd voor een aanpak bij de bron. Daarbij moeten alle partijen die een rol spelen betrokken worden: van farmaceutische industrie, via arts, apotheker en zorginstelling tot en met de gebruiker. Zowel bij het produceren, het voorschrijven als het gebruik van medicijnen kan een bijdrage worden geleverd om het oppervlaktewater minder te vervuilen. Door bijvoorbeeld bij het maken van medicijnen minder milieubelastende stoffen te gebruiken of bij het voorschrijven te kiezen voor het medicijn met de minste belasting voor drinkwaterbronnen. Uiteraard alleen wanneer dit medisch verantwoord is, benadrukt Vewin in een bericht op de website. Zorginstellingen kunnen bijdragen door afvalwater te zuiveren voor het in het riool verdwijnt. En gebruikers van medicijnen moeten hun overbodige medicijnen teruggeven aan de apotheek en niet door het toilet spoelen.

Normen opstellen
Naast deze ketenaanpak kunnen ook regelgeving en normen een bijdrage leveren. Zo stelt Vewin voor om voor bepaalde medicijnen – die vaak worden aangetroffen in oppervlaktewater – normen op te stellen. Bij overschrijding kan de overheid de veroorzakers aanspreken zodat zij maatregelen kunnen nemen om herhaling te voorkomen. Daarbij moet het principe ‘de vervuiler betaalt’ gelden, want de watergebruiker mag hier niet voor opdraaien. Tot slot moet de Nederlandse regering zich inzetten voor Europese regelgeving. Want medicijnresten in de Rijn en de Maas, afkomstig uit Duitsland, België en Frankrijk, stoppen niet bij de grens.
Drie blokken
Tijdens het rondetafelgesprek, waarvoor het Tweede Kamerlid van de ChristenUnie, Carla Dik-Faber eind vorig jaar het initiatief nam, komen in drie blokken verschillende spelers aan het woord. Daarbij gaat het om vertegenwoordigers van de geneesmiddelensector, waterketenpartijen en wetenschap, onderzoek en innovatie.