De adviezen van waterschappers werden in 2016 door gemeenten en provincies vaak in de wind geslagen. (illustratie: HDSR).

Provincies en gemeenten betrekken de waterschappen minder vaak bij het maken van ruimtelijke plannen. En hun adviezen worden nogal eens genegeerd, is te lezen in de rapportage ‘De staat van ons water’ die onlangs is verschenen. De Unie van Waterschappen onderzoekt op dit moment wat de reden is van de terugval.

In de rapportage worden de meest recente cijfers (2016) over de interbestuurlijke samenwerking aangehaald. In dat jaar nam het aantal verstrekte wateradviezen toe met 4 procent toe, van 7.487 naar 7.796. Maar de tevredenheid van de waterschappen over hun betrokkenheid bij de ruimtelijke plannen van provincies en gemeenten daalde sterk. Was in 2015 nog ruim 91 procent van de waterschappen tevreden over hun inbreng, in 2016 gold dat nog maar voor 64 procent.

Bron: De Staat van ons Water

Gemeenten
Vooral gemeenten lieten het waterschap vaker links liggen. In 2016 gaf een kwart van de waterschappen aan voldoende te zijn betrokken bij de ontwikkeling van de gemeentelijke structuurvisies. Een jaar eerder was dat nog 62 procent. Ook werden de door de waterschappen verstrekte wateradviezen in 2016 door gemeenten en provincies minder goed opgevolgd. Als de waterschappen überhaupt al op de hoogte werden gebracht van de uiteindelijk door een provincie of gemeente gekozen oplossing.

Wettelijk verankerd
De waterschappen zijn het meest tevreden over het watertoetsproces bij ruimtelijke plannen die wettelijk zijn verankerd, zoals bestemmings- en inpassingsplannen. Bij ruimtelijke visies waar geen wettelijke overlegverplichting geldt, worden waterschappen steeds minder vaak tijdens de voorbereiding betrokken. Zo vindt slechts 25 procent van de waterschappen dat ze voldoende bij gemeentelijke structuurvisies worden betrokken.