“Gemeentelijke diensten kunnen beter met elkaar samenwerken bij uitvoering klimaatplannen”

Samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) organiseerde Royal HaskoningDHV dit jaar de derde editie van de ‘Gemeentelijke Barometer Fysieke Leefomgeving’. Dit brede onderzoek geeft gemeenten inzicht in trends, ontwikkelingen, knelpunten, innovaties en oplossingsrichtingen in de fysieke leefomgeving die de kwaliteit van het beleid en de uitvoering kunnen verhogen.
De Barometer bestaat uit een jaarlijks terugkerend algemeen deel met zeven thema’s binnen de fysieke leefomgeving en een verdiepend thema. “Vanwege de actualiteit kozen we ervoor om dit jaar het thema water verder uit te diepen”, vertelt Wielinga in het kantoor van het Hoogheemraadschap van Delfland, waar hij namens Royal HaskoningDHV tijdelijk is gedetacheerd. “Eén op de drie benaderde gemeenten vulden daarvoor vragen in die varieerden van onderwerpen op het gebied van klimaatadaptatie, waterkwaliteit en samenwerking in de afvalwaterketen tot grondwater en de Bestuursovereenkomst Deltaprogramma.”

Wateroverlast

Eén van de conclusies uit het onderzoek is dat steeds meer gemeenten door de gevolgen van de klimaatverandering met wateroverlast hebben te maken. Ook verwachten ze dat de hinder en de schade als gevolg van korte, maar hevige regenbuien in de toekomst zullen toenemen. “Daarom houden gemeenten bij de inrichting van de openbare ruimte steeds meer rekening met piekbuien. Bijvoorbeeld door de aanleg van waterbergingen, waterdoorlatende bestrating en constructies om het water onder de bestrating op te vangen. Daar trekken ze de komende jaren meer geld voor uit toont het onderzoek aan. Tegelijkertijd geeft het merendeel van de gemeenten aan dat burgers maar moeten leren leven met de hinder die de wateroverlast nu eenmaal met zich meebrengt. Schade, zoals het onderlopen van huizen en kelders, proberen ze echter zoveel mogelijk te voorkomen”, licht Wielinga toe. 

Bestuursovereenkomst Deltaprogramma

Door klimaatverandering en veranderende eisen uit de samenleving raken waterbeheer en ruimtelijke ordening steeds meer met elkaar vervlochten. Daarom ondertekenden VNG, Unie van Waterschappen, IPO en het Rijk vorig jaar de Bestuursovereenkomst Deltaprogramma. Uit de resultaten van de Barometer blijkt dat een groot deel van de gemeenten inziet dat de uitvoering van de overeenkomst om een andere manier van samenwerken met lokale partners vraagt. “Veel gemeenten hebben inmiddels een visie op klimaatadaptatie ontwikkeld en zijn bezig met de invoering hiervan”, vertelt Wielinga. “Daarbij gebruiken ze theoretische klimaatmodellen om de toekomstige problemen zo goed mogelijk te kunnen voorspellen. Tegelijkertijd verwacht ik dat de uitvoering van alle plannen een opgave zal zijn. Dat komt onder meer omdat gemeenten niet goed in staat zijn om over de grenzen van de afdelingen heen te kijken om tot werkelijk integrale planvorming en oplossingen te komen.”
Gedeelde visie noodzakelijk
Hij onderbouwt zijn stelling met een voorbeeld uit de praktijk. “Daarbij gaat het om de herinrichting van een oudere wijk. De betrokken gemeente maakt plannen voor afzonderlijke delen en niet voor de wijk in zijn geheel. Dat werkt nu eenmaal niet voor het watersysteem, want dat is altijd groter dan een afzonderlijke buurt. Daarom is een visie voor de gehele wijk essentieel. Daar ontbreekt het vaak aan. Bovendien hebben de projectleiders een budget voor hun deel van de wijk, waar ze de problemen twee straten verderop niet mee kunnen oplossen. Daarvoor hebben ze aanvullend budget nodig en dat krijgen ze in de praktijk niet.” 

Afvalwaterketen

Uit het onderzoek van Royal HaskoningDHV en VNG blijkt verder dat veel gemeenten al een eind op weg zijn met de plannen om in de afvalwaterketen beter met elkaar samen te werken om zo kosten te besparen. Wielinga heeft echter zo zijn twijfels over het behalen van de beoogde besparing van 450 miljoen euro in 2020 die voortvloeit uit het Bestuursakkoord Water dat in 2011 werd afgesloten tussen de waterorganisaties van gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven. “Nu komt het immers op de uitvoering aan. Het is nog maar de vraag in hoeverre gemeenten écht in de praktijk gaan samenwerken. Bijvoorbeeld door samen een zuigwagen voor het riool te delen. Of door een waterberging in een nabijgelegen gemeente aan te leggen die ook een positieve invloed op het voorkomen van wateroverlast in de eigen gemeente heeft. Wie gaat dat betalen? En op welke manier? Daarover zal veel discussie ontstaan”, verwacht de Senior Consultant Water.

Kwaliteit watersysteem

Verder toont het onderzoek volgens hem aan dat nog maar weinig gemeenten bij ruimtelijke projecten van tevoren vaststellen hoe het watersysteem er kwalitatief uit moet zien. “Daarbij gaat het bijvoorbeeld over de inrichting van stadsparken waar veel oppervlaktewater aanwezig is. Het is een trend dat gemeenten recreatieve voorzieningen in de nabije omgeving inrichten om bijvoorbeeld het autoverkeer terug te dringen. Maar het ontbreekt vooralsnog aan een duidelijke definitie hoe een watersysteem er kwalitatief uit zou moeten zien en functioneren”, legt Wielinga uit.
Tot slot wijst hij erop dat de meeste gemeenten die aan het onderzoek deelnamen geen problemen met grondwater hebben. Dat geldt echter niet voor gemeenten waar de bewoners onder meer door de verlaging van de grondwaterstand met paalrot kampen. “Dat is in sommige gemeenten, vooral in West-Nederland, een groot probleem. De oplossing is lastig omdat niet alle huizen op houten palen staan, maar soms ook op betonnen constructies. Wanneer gemeenten het grondwaterpeil zouden verhogen, pakt dat goed uit voor de huizen die op houten palen zijn gebouwd, maar slecht voor de huizen op betonnen constructies. Die krijgen dan juist met grondwateroverlast te maken. Bovendien vinden veel gemeenten dat bewoners verantwoordelijk zijn voor hun eigen perceel.”
Lees hier de resultaten van de derde editie van de ‘Gemeentelijke Barometer Fysieke Leefomgeving’