“Gemeenschappelijkheid in de watersector is groot”

Door: Olav Lammers

U bent per 1 maart aangesteld als directeur Algemeen Waterbeleid en Veiligheid en plaatsvervangend directeur-generaal Ruimte en Water en vervangt daarmee Roel Feringa die nu directeur Natuur en Biodiversiteit bij het directoraat-generaal Agro en Natuur is geworden. Kunt u uitleggen hoe dit zit?

De werkterreinen van de ministeries van IenM en EZ zijn nauw verweven en we hadden allebei interesse in een overstap. Water, ruimte, natuur en landbouw zijn onderwerpen die aanspreken en natuurlijk ook de leefbaarheid en het aangezicht van Nederland bepalen. Het zijn ook terreinen waar we veel van elkaar kunnen leren. Ik hoop en verwacht dat we daar in onze nieuwe functies allebei een extra impuls aan kunnen geven.

U staat bekend als exponent van ‘de nieuwe ambtenaar 2.0’ en maakt veel gebruik van sociale media om het beleid transparanter en efficiënter te maken. Is dat misschien uw hoofdtaak bij I&M, het vernieuwen van de beleidscultuur daar?
Ik ben natuurlijk eerst en vooral aangenomen om leiding te geven aan de directie Algemeen Waterbeleid en Veiligheid. Een directie die wordt gewaardeerd om haar grote expertise en nauwe samenwerking met partners in de waterwereld. Een directie ook waar ik een enorme ‘drive’ en betrokkenheid aantref. Voor mij is zichtbaar en aanspreekbaar zijn voor de buitenwereld een belangrijke deel van onze opdracht als publieke dienst. Sociale media zijn een mooi instrument daarvoor. Via mijn twitteraccount (@lapperre) vang ik signalen op, volg ik opiniemakers en andere relevante spelers en probeer ik ook zelf bij te dragen aan een transparante overheid. Laten zien waar je aan werkt en hoe je dat doet, hoort naar mijn overtuiging bij die transparante overheid. Daaraan lever ik graag een bijdrage. En ik bevind me ook in dat opzicht binnen IenM in heel goed gezelschap, zo heb ik al gemerkt.
Met alle respect: u bent nu de hoogste waterambtenaar, een functie die voorheen nog door vakmensen werd bekleed zoals bijvoorbeeld Gert Verwolf. U lijkt mij meer een procesmanager. Hoe kijkt u daar zelf tegenaan?
Ik geloof erin dat een beleidsdirecteur affiniteit moet hebben met zijn/haar onderwerpen. Je geeft immers niet alleen leiding aan een groep professionals, maar bent ook verantwoordelijk voor beleidsvorming. Veel meer dan een procesmanager dus. Ik heb ook heel bewust voor het waterdomein gekozen. Bij leiding geven hoort voor mij nadrukkelijk ook verbondenheid met de onderwerpen waaraan je directie en directoraat-generaal werken. Mijn achtergrond als Wageningse Cultuurtechnicus helpt me om snel thuis te raken in de thematiek die nu speelt in het waterdomein. Tegelijkertijd geloof ik niet dat je als directeur zelf ook de superspecialist hoeft te zijn. De kunst is naar mijn overtuiging vooral om met kennis van zaken ruimte te geven aan deskundige professionals, zowel binnen mijn eigen directie als bijvoorbeeld ook bij Rijkswaterstaat en de Waterschappen. Gert Verwolf, die het ministerie al weer 15 jaar geleden verliet, en zijn diverse opvolgers hebben dat met verve gedaan en ik neem daaraan graag een voorbeeld.
U was vanaf 2011 directeur Europees Landbouwbeleid en voedselzekerheid bij Economische Zaken. In hoeverre heeft u daar met het waterbeleid te maken gehad?
Water is natuurlijk een belangrijke bron voor landbouw en natuur en in die zin heb ik de afgelopen jaren doorlopend met waterdossiers te maken gehad. Mest en gewasbeschermingsmiddelen hebben bijvoorbeeld belangrijke invloed op waterkwaliteit. Verder heb ik vanuit mijn verantwoordelijkheid voor de invulling van het Europees plattelandsbeleid in de afgelopen jaren intensief met provincies en waterschappen onderhandeld over het derde plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3). Daarin is ruim 40 miljoen euro per jaar beschikbaar gekomen voor waterdoelen. Ook het Europees visserijbeleid behoorde de laatste periode tot mijn verantwoordelijkheid. Aan waterdossiers heb ik dus regelmatig mogen proeven en dat heeft er aan bijgedragen dat ik er nu m’n hoofdtaak van heb gemaakt.
Hoe ervaart u de watersector tot op heden? Wat valt u eraan op? Wat vindt u bijzonder aan het waterbeleid?
De gemeenschappelijkheid in de watersector is groot. Dat valt meteen op als je uit een wereld komt waar partijen vaak diametraal tegenover elkaar staan. Ik merk ook meteen al dat het lange termijndoel van waterveiligheid breed wordt gevoeld en gedeeld, zowel binnen als buiten de politiek. Verder valt me op dat er veel en intensief overleg wordt gevoerd, vaak ook op bestuurlijk niveau. In mijn eerste maand heb ik al meteen deelgenomen aan een aantal bestuurlijke overleggen en daar een positieve indruk aan overgehouden. Juist door intensief overleg kom je tot groot draagvlak voor waterveiligheidsprojecten. En dat is belangrijk omdat ze veel impact op hun omgeving kunnen hebben. Verder is onze watersector qua innovatie natuurlijk wereldvermaard. Samen met de topsector water hoop ik aan de consolidatie en uitbouw daarvan een bijdrage te kunnen leveren.

Op dit moment is vooral Wim Kuiken HET gezicht van de waterveiligheid. Komt daar nu een tweede gezicht bij aangezien de minister het accent van de waterveiligheid vooral op de communicatie met de bevolking wil leggen?
Deltacommissaris Wim Kuijken heeft de afgelopen jaren een leidende rol gespeeld in het opzetten en uitbouwen van het deltaprogramma. Dat gebeurde in nauwe samenwerking met het ministerie van IenM, waterschappen en andere stakeholders. En dat zetten we natuurlijk voort. Momenteel werken we gezamenlijk bijvoorbeeld hard aan de implementatie van de vijf deltabeslissingen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd. Daarnaast hebben we van een grotere bewustwording op het terrein van waterveiligheid inderdaad een belangrijke communicatieprioriteit gemaakt. Dat was ook het advies van de OESO-studie naar het waterbeheer in Nederland, die vorig jaar verscheen. Minister Schulz van Haegen draagt het belang van een grotere bewustwording op het terrein van waterveiligheid zelf ook heel actief uit en is natuurlijk ons belangrijkste gezicht naar buiten.
Hoe zou u uw eigen werkwijze zelf het liefst omschrijven? Bent u een leider?
Leiderschap is in mijn ogen vooral een kwestie van nieuwsgierig luisteren, de deskundigheid en kwaliteiten van je eigen mensen en van je omgeving benutten en op basis daarvan verstandige beslissingen nemen c.q. opties voorleggen ter politieke besluitvorming. Ruimte geven en besluitvaardig zijn. En daarmee typeer ik ook meteen mijn voorkeurswerkwijze. 
Wat is op dit moment uw grootste dossier? Het nieuwe Nationale Waterplan dat binnenkort door de Tweede Kamer moet?
Het Nationale Waterplan 2016-2021 is inderdaad één van de actuele dossiers. Maar er zijn er meer. De implementatie van een nieuw waterveiligheidsstelsel en de wettelijke verankering van de daaruit voortvloeiende nieuwe normen bijvoorbeeld. Maar ik ben ook lid van diverse bestuurlijke stuurgroepen, zoals die voor Ruimte voor de Rivier, Afsluitdijk, beide Hoogwaterbeschermingsprogramma’s, Rijn/IJssel, Maas en het Landelijk Overleg Kust. Verder staat de evaluatie van de waterschapsverkiezingen op het programma en ben ik voorzitter van de programmaraad van het nieuwe Nationale Kennisprogramma Water en Klimaat (NKWK). Ook ben ik portefeuillehouder voor de topsector water. Kortom, er is de komende tijd genoeg te doen in het waterdomein.
Uw watertweets hebben soms een wat poëtisch karakter. Zegt dat iets over de mens Lapperre?
In mijn tweets probeer ik vooral interessante wetenswaardigheden uit mijn werk en uit de waterwereld met mijn volgers te delen. Het is een mooie bijvangst als dat in 140 tekens ook nog een beetje poëtisch kan. Taal doet immers leven. Net als water.
Hoe lang verwacht u deze functie te gaan bekleden? Wanneer is uw taak volbracht?
Een directeursfunctie als deze ga je natuurlijk in principe voor een aantal jaren aan. Je investeert met een lange termijnhorizon in wateronderwerpen, in je netwerk en in mensen. In die zin is je taak naar mijn overtuiging ook nooit volbracht. En dat geldt natuurlijk ook voor onze gezamenlijke waterveiligheidsopdracht. Daar zullen we in Nederland en daarbuiten doorlopend aan moeten blijven werken. Dat is naar mijn stellige overtuiging zelfs een uitdaging die ons aller houdbaarheid verre overstijgt!